Zondag 50

-    Capelle, 27 december 2009
-    C.van Dusseldorp
Liturgie:
Votum en groet
Ps.112:1,3
Gebed
lezen:    zondag 50
Deut.26:1-11
Hand.27:27-38
Ps.145:4,5
Verkondiging
Ld.350:1-4
Vragen kinderen
Geloofsbelijdenis Gz.123:1,2,5
Gebed, afgesloten met
Gz.37:5
Collecte
Gz.52
Zegen

Preek 27 december 2009. Capelle aan den IJssel. C.van Dusseldorp
Lezen: Deut.26:1-11; Hand.27:27-38. Thema: zondag 50: de vierde bede

Gemeente van Christus,

Afgelopen vrijdagmiddag. Ze zitten aan tafel. Een grote tafel, want alle kinderen en kleinkinderen zijn erbij. Iedereen heeft wat meegenomen voor de maaltijd. Het ziet er fantastisch uit in het kaarslicht. Vader en moeder hebben van tevoren er goed over nagedacht. Moeder zal straks aan het eind van de maaltijd danken. Dat hebben ze afgesproken. Zij kan gemakkelijker woorden vinden om voor hun kinderen en kleinkinderen te bidden. Zij is altijd al de priester van de familie geweest. Vader zal de maaltijd met gebed beginnen. Als iedereen elkaar heeft begroet en een plek heeft gevonden. Hij bidt het Onze Vader. ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.’ Met het royale buffet op de achtergrond, lijkt dit heel erg overbodig.

Een paar weken geleden. Een groep economische deskundigen is bij elkaar geroepen. Door een christelijke fractie. Om meer zicht te krijgen op de financiele crisis, de maatschappelijke gevolgen en de toenemende problemen voor kwetsbare groepen. De expert-meeting moet input geven aan het politieke standpunt en de publiciteit daarvoor. Halverwege hun bespreking lunchen ze samen. De voorzitter leest een gedeelte uit de bijbel en ze zingen het Onze Vader. ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.’ Tegen de achtergrond van onze economie lijkt dat toch veel te simpel.

Afgelopen week. Serious Request. De deejay’s van Radio 3FM lieten zich opsluiten in een glazen huis in Groningen. Ruim 7 miljoen euro haalden ze op. Voor de strijd tegen malaria. De filmpjes toonden mensen in erbarmelijke omstandigheden van over de hele wereld. Wat een ellende. Gebrek aan onderdak, schoon water, eten en drinken. Het maakt zoveel slachtoffers. Je bent er opnieuw van onder de indruk. Hoe dan te bidden? ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.’ Dat lijkt veel te gemakkelijk.

Dit is de wereld waarin wij leven. En dat is het gebed dat de Here Jezus ons heeft geleerd. ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.’ Je kunt die woorden natuurlijk gedachteloos uitspreken. Maar als je erbij nadenkt, dan zijn die woorden wel vreemd. Drie problemen heb ik genoemd. Deze woorden van de vierde bede lijken overbodig voor ons leven. Ze lijken te simpel voor onze maatschappij. Ze lijken te gemakkelijk voor onze wereld.

En toch geloof ik dat de Here Jezus ze ons op de lippen legt. Dat Hij ons leert bidden om ons aardse leven en ons dagelijks bestaan. Maar ik geloof ook dat Hij met deze beden ons veel wil leren over ons geestelijk leven. Maarten Luther dacht graag over de beden van het Onze Vader na, als hij het gevoel had dat God heel ver weg was. Als hij zich erg eenzaam voelde, of heel erg onzeker. Dan probeerde hij erbij stil te staan wat de Here Jezus met deze beden eigenlijk bedoelde. ‘Ik zoog aan het Onze Vader als een kind dat drinkt bij zijn moeder.’ Zo vormt ook de vierde bede een goede oefening voor Gods kinderen. Om in het dagelijks bestaan met God te leven. De Here Jezus zet ons ermee aan het werk.


Bidden om dagelijks brood is een geestelijke oefening. Een oefening in
1.    erkennen
2.    vragen
3.    vertrouwen
4.    delen
De vierde bede is een oefening in erkennen.

‘Bidden jullie wel eens op school voor het eten?’ Die vraag levert me geregeld wat lacherige reacties op. Niet omdat leerlingen nooit eten op school. Nee, integendeel, ze eten voortdurend. Tussen elke les even een boterham of iets anders. ‘Maar voor welke boterham moet ik wel bidden en voor welke hoeft het niet? Ik hoef God toch niet voor elke hap om een zegen te vragen?’ Jongeren die wat meer bijdehand zeggen, zeggen: ‘Ik bid ‘s morgens thuis in één keer voor al het eten van de hele dag. De sfeer is op school daar echt niet geschikt voor.’ Sommige jongeren zeggen heel eerlijk: ‘Ik durf dat gewoon niet. Bang dat de anderen me uitlachen. En misschien gaan ze ook nog wel spotten met God.’

Wat voor scholieren geldt, geldt natuurlijk niet anders voor mensen die op hun werk eten, in de auto een broodje naar binnen werken, een patatje ergens halen, een zakenlunch hebben, uit eten gaan, of in een hotel verblijven. Je hoort dezelfde reacties. Het zijn stuk voor stuk prima argumenten. Die hun waarde hebben en mogen hebben. Niemand hoeft daarin krampachtig te worden en zichzelf te verplichten om altijd en overal een moment stilte te vragen. Er kunnen goede redenen zijn om niet te bidden voor het eten.

Maar er is ook een andere kant. Een reden om, indien mogelijk, wél te bidden voor het eten. Ook als er anderen bij zijn. Ook als er lawaai om je heen is. De reden is niet dat het eten vies smaakt als je er niet voor bidt. De reden is ook niet dat God het eten niet zou zegenen als je er niet om vraagt. Er is één goede reden om wel te bidden, ook in het openbaar: Omdat je met dat bidden erkent dat al het goede van God komt. Hij is de oorsprong en bron van alles wat we ontvangen. En Hij vraagt om onze erkenning en dank daarvoor. De mensen die Hem niet kennen, van hen ontvangt Hij geen dank. Maar van zijn kinderen verwacht Hij erkenning.

Het tafelgebed is een van de manieren om dat te uiten. Niet de enige manier, maar wel een hele oude en goede manier. In de joodse traditie spreekt men bij de maaltijd altijd de zegen over het voedsel uit. Ook de Here Jezus was gewend om vóór het eten omhoog te kijken en God te danken. Als christenen onder elkaar zijn, wordt er voor de maaltijd ook gebeden. En als je alleen bent, is dat ook een goede gewoonte, hoeveel mensen er ook om je heen zijn. Zo’n gebed hoeft niet het persoonlijke gebed van de binnenkamer te zijn. Of het grote gebed van de kerkdiensten. Het gaat om een persoonlijke en publieke erkenning dat God de oorsprong en bron is van je leven. Dat kan op heel veel momenten. Maar de maaltijd is een prima gelegenheid om dat zichtbaar te maken. Voor jezelf, voor anderen en voor God.

In Israël vroeger kreeg die erkenning van Gods goedheid vorm in het aanbieden van de eerstelingen. We hebben dat gelezen in Deut.26. Elk jaar moest de joodse boer de eerste opbrengst van zijn land naar de tempel brengen. Dat gebeurde met het Pesach. De boer moest bij het altaar zeggen: ‘Zie Here, ik heb hier de eerstelingen van het land. U hebt mij alles gegeven.’ In dat aanbieden van de eerstelingen ligt de erkenning: al het goede komt van God.

Als ik een automonteur vraag of hij mijn auto wil repareren, dan erken ik hem als een deskundig persoon. Als ik een psychologe vraag of zij mij wil helpen bij een probleem, dan erken ik haar als iemand die ik vertrouw. Dat is ook de eerste oefening in de vierde bede. Je oefent in het erkennen dat al het goede van God komt. Je vraagt immers aan Gód of Hij het dagelijks brood wil geven. Niet alleen op biddag of op dankdag. De bede van de Here Jezus is gegeven voor dagelijks gebruik. Die erkenning ligt in het bidden bij een maaltijd. Je bewijst God erkentelijkheid. Hij is de bron van al het goede. En je vraagt God om zijn zegen. Zodat je baat hebt bij al dat goede.

Met deze erkenning neem je als bidder afstand van de maakbaarheid. Ik heb zelf het geld verdiend om het brood te kopen. Ik heb het zelf uit de winkel gehaald. Ik zal het zelf opeten. Ik verwacht ook morgen een boterham te hebben. En toch erken ik God als de gever ervan. Want het spreekt niet vanzelf. God is degene die het koren doet groeien. Die kracht geeft om de aarde te bewerken. Die wijsheid geeft om machine’s te bouwen. Die energie geeft om de vork naar de mond te brengen. Het leven is niet maakbaar. Dat weten we. Maar we moeten het ook beseffen. Daarom leerde Jezus ons bidden om brood voor vandaag. Om te oefenen in het erkennen: Van God komt al het goede.


De vierde bede is een oefening in vragen.

De meeste christenen kennen Rikkert Zuiderveld. Rikkert van Elly. Hij heeft een boekje gechreven met sterke uitspraken, die je aan het denken zetten. Eén daarvan is: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood. En ook één voor in de diepvries.’ Want wij vragne liever meer dan wat we echt nodig hebben.

Dagelijks brood. De catechismus maakt dat al breder: ‘Alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben.’ Dat is volgens mij ook in de lijn met wat de Here Jezus bedoelde. Luther schrijft dat we met deze bede best veel dingen aanduiden: ‘Dat God ons eten en drinken, kleding, onderdak en gezondheid geeft. Dat daarvoor de gewassen op het veld mogen groeien en dat al het werk dat mensen verrichten mag lukken. Dat we ook goede mensen om ons heen hebben thuis, in de buurt, in de familie en in de vriendenkring. Dat tenslotte de overheid alle kracht en wijsheid heeft om ons te regeren.’ Kortom: heel ons dagelijks leven. Je mag zelfs bidden om een spijker of een speld, wanneer je die nodig hebt voor je leven.

En daar zit ook de beperking. Wat we nodig hebben. Jezus leert ons bidden om het broodnodige. Niet om alles wat wij graag zouden willen hebben. Brood is geen gebak. Goed kunnen leven is niet alles kunnen kopen wat je maar wilt. Mag je de Here niet vragen om een IPod, een vakantie naar Turkije of een financiele meevaller? Zeker, je mag al de wensen van je hart aan de Here voorleggen. Maar het hoort niet bij je ‘dagelijks brood’, vermoed ik. Als je nu elke keer eens begon bij dagelijks brood, dan kon dat wel eens gevolgen hebben. Sommige wensen smelten weg. Andere wensen slik je in. Je staat meer stil bij wat je wel hebt dan bij wat je niet hebt. Want dat dagelijks brood blijft toch wel wat zwaar op de maag liggen als je nadenkt over een nieuwe auto of laptop. Je mag als christen best rijk zijn. Het is lastig genoeg om daar goed mee om te gaan. Maar de Here waarschuwt wel nadrukkelijk voor de gevaren van de zucht naar luxe en overvloed. Tegenover het geluk dat je eventjes voelt bij weer mooiere artikelen stelt de bijbel het blijvende geluk van de vrede met God.

‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.’ Dat botst met onze natuur. Dat botst met het egoïsme en hebzuchtige klimaat van onze tijd. Dat ontmaskert het materialisme als een afgodendienst. Met dit gebed gaat je hart zich op andere dingen richten. Het werkt door in wat je verder van God vraagt. Reken er trouwens op, dat het gezond voor je is. Om niet te vragen om het meer en meer. Want daarvan wordt een mens niet rustiger en vrolijker. Integendeel, er komt een onrustige stress in je leven. En ontevredenheid en chagrijnigheid. Dat lezen we al in Spreuken: ‘Beter een bord groente met liefde, dan een gemeste os met ruzie.’ Waarschijnlijk is het nog gezonder ook.

Er zit stevige spanning tussen de bede die de Here Jezus ons leert en de manier waarop onze economie functioneert. Je moet groeien als bedrijf, want stilstand is achteruitgang. Ambitie scoort hoger dan tevredenheid. Soberheid is geen deugd, luxe wel. Acties van werknemers worden ingecalculeerd in de loonbesprekingen. Oud brood eet je niet, een BigMac voor de helft en een Twix voor de rest. Het gebed van de Here Jezus hebben we nodig. ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.’ Juist als je diepvries gevuld is. Als een oefening in vragen. Vraag wat je nodig hebt. Niet meer en niet minder. En leer genieten van wat je krijgt.


De vierde bede is een oefening in vertrouwen.

Nog altijd vind ik het indrukwekkend. Paulus die in hevig noodweer op een bijna lekgeslagen schip de mensen bij elkaar roept. ‘Mensen jullie razen maar door en nemen niet eens de tijd om rustig te eten. Dat kan zo niet langer. Jullie moeten nu eerst even gaat zitten en voedsel nemen.’ En op dat krakende schip, midden in de golven van de branding pakte Paulus een brood, dankte God ervoor en begon ervan te eten. Alle tweehonderzesenzeventig mensen volgden zijn voorbeeld. De stemming klaarde er behoorlijk van op. Dat is danken onder moeilijke omstandigheden. Daaruit spreekt echt vertrouwen.

Dat vertrouwen wil de Here Jezus ons allemaal leren. Daarom heeft Hij het over: geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Zodat we niet verder kijken dan vandaag. En ons geen zorgen maken over morgen, overmorgen of over vijf jaar. Natuurlijk mag je daar best maatregelen voor treffen. De Here heeft ons ook verstand gegeven. Maar de Here leert ons daarbij voortdurend dat wij leven uit Gods hand. Dat je een Vader in de hemel hebt, mag je meer rust geven dan een hoog saldo op je spaarrekening. De zegen van God geeft grotere winst, dan het hoogste rendement dat je kunt krijgen op je aandelen.

Israël moest het leren. Manna per dag in de woestijn. Niet langer houdbaar dan één dag. Zo bleven ze afhankelijk en konden ze niet anders dan vertrouwen. Elke dag genadebrood. Dat moeten ook wij. Misschien is de les nog wel moeilijker dan toen. Omdat je niet weet wat je verwachten mag. Een oefening in vertrouwen. Om je geen zorgen te maken en niet alles onder controle te willen krijgen. Je mag Gods zegen verwachten. Je mag vertrouwen leren.

Dat roept veel vragen op. Levensgrote vragen. Ja maar, er zijn toch ook wel christenen die sterven van de honger? Hoe zit het dan met het dagelijks brood? Ook als Gods kind heb je te maken met ziekte, verdriet en pijn? Hoe zit het dan met Gods zorg? Ook als biddende gelovige kun je misbruikt worden, mishandeld en kapot gemaakt? Waar is dan Gods zegen? Waarin mag ik dan vertrouwen vinden?

Levensgrote vragen. Voor jong en oud. Als je in nood zit. En als het je goed gaat. Ik wil je uitnodigen. Breng die grote vragen in de bedding van Jezus Christus. Ga ermee naar je Heiland. Hij moest lijden en sterven. Hij ging heel ver op de weg van onrecht en pijn. Veel verder dan een mens kan gaan. Waar was Gods zorg en Gods zegen? Hoe hield Hij vertrouwen? Dat vond Hij in zijn blijvende verbondenheid met de Vader. Natuurlijk was Hij ook Gods Zoon. Juist daarom mag je bij Hem beginnen. Bij Hem begint het vertrouwen. Bij Hem begint Gods zegen. God is erop gericht, dat wij het leven vinden in Jezus Christus. Dat blijft staan, juist in het grootste onrecht. Dat valt nooit weg, zelfs niet bij de grootste nood. Dat geeft toekomst, zelfs bij het naderen van de dood. Ik kan niet anders zeggen. Maar ik hoef ook niet meer te zeggen. In Jezus Christus leer je vertrouwen. God laat je niet los. Hij zal op het gebed geven wat een mens nodig heeft. Soms is dat anders dan je zelf denkt nodig te hebben. Maar altijd is het genoeg om de weg te gaan die Hij wijst.

Ik kan het maar kort aanstippen in deze preek. Het blijft een levenslange oefening: Jezelf toevertrouwen aan God. Ook in je dagelijks bestaan. En niet met angst en bezorgdheid de toekomst in te kijken. Want Vader zorgt. De Here Jezus helpt daarbij. Door ons de vierde bede op de lippen te leggen. ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.’ Een oefening in vertrouwen.

De vierde bede is een oefening in delen.

Als die joodse boer vroeger God gedankt had voor de eerste oogst, waren die eerste vruchten voor de tempel. Een gezamenlijke maaltijd werd gehouden. De priesters verdeelden het restant onder de Levieten en de vreemdelingen die in Israël woonden. De mensen die niet zelf een stuk grond hadden. De mensen die niet te eten hadden. Zij deelden in de zegeningen van de Here. Steeds is dat de oproep die in de Bijbel terugkomt. Dat wij delen van wat we hebben ontvangen. Met de mensen die te weinig hebben.

Dat noemen we diaconaal: omzien naar de mens in nood. Daar zijn de diakenen mee bezig. Daar stimuleren zij de gemeente in. Dat wij omzien naar de mens in nood. En dat kan nood in allerlei vormen zijn: Nood vanwege ziekte, vanwege eenzaamheid, vanwege spanningen, vanwege armoede, vanwege financiele problemen, vanwege verslaving. Noem maar op. Dat diaconale zit heel nadrukkelijk in de vierde bede. Het zit in dat woordje ‘ons’. Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Jezus leert mij niet alleen bidden voor mijn brood, maar voor ons brood. Daarmee doorbreekt Hij de enge cirkel van het eigen leven, het eigen gezin, het eigen wereldje. Onze naasten komen in beeld. Net zo dichtbij of ver weg als je zelf de cirkels kunt trekken. Bidden is ook altijd voorbede. Juist in het bidden worden we verbonden met allen die in nood verkeren en tekort komen. Jezus leert ons ook delen door de bede om het dagelijks brood.

Deze kant wordt in de catechismus niet uitgewerkt. Dat geeft niet, maar ik wil het wel nadrukkelijk toevoegen. Juist in onze wereld, waar nr.1 geen brood eet, omdat hij het niet lekker genoeg vindt en liever voor patat of pasta kiest. En waar nr.2 geen brood eet, omdat er geen brood meer is. En waar nr.3 geen brood eet, omdat hij het door zijn problemen niet door de keel kan krijgen. En waar nr.4 brood weg moet gooien omdat hij er niet tegen eten kan. En waarbij nr.5 pas brood eet, als het luxe bolletjes zijn. Behalve brood, kun je ook andere dingen invullen: Geld, kleren, technische apparaten. Maar ook andere mogelijkheden: handigheid, zorgzaamheid, deskundigheid en tijd. Het is niet gelijk verdeeld over de mensen. Daarom moet je leren delen.

Sluit je niet af voor de mens in nood. Ook al knaagt het aan je geweten als je het afzet tegen je eigen rijkdom en luxe. Dat kan een mens ertoe brengen om de deuren van je hart te sluiten: Aan zulke mensen heb ik geen boodschap, ik kan toch niets doen. Het kan je ertoe brengen om met reserve te genieten: Ik neem het ervan, maar eigenlijk zou het niet mogen. Dat helpt je niet verder. Laat de mens in nood je brengen tot het bewijzen van barmhartigheid en gerechtigheid. Welvaart is niet fout, egoïsme wel. Luxe is geen probleem, gierigheid wel. Je mag delen van wat je ontvangen hebt. En je rijkdom delen maakt je niet armer, maar rijker. Jongens en meisjes; ook jullie kunnen al wat van jezelf geven aan mensen in nood. Vraag maar aan je vader of moeder. Jongelui; probeer geen indruk te maken met hebben en kopen. Maar zoek je kracht in wie je mag zijn. Ga niet voorbij aan de mens in nood.

Er zijn zes beden. De eerste drie zijn meer gericht op God: Uw Naam, uw Rijk, uw wil. Nu begint de tweede helft met ons. De vierde bede ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.’ We zullen het straks ook zeggen en zingen. Dan bedenk je vast niet alles bewust wat er aan de vierde bede vastzit. Maar nu hebben we opnieuw bij stilgestaan. We mogen meebidden. Als een geestelijke oefening over het dagelijks leven. In erkennen, vragen, vertrouwen en delen. Door Jezus geleerd. In Jezus ontvangen. In Jezus aanvaard.

Amen.



 

Ds. Kees van Dusseldorp

Vanaf 2007 tot 2012 is ds. Kees van Dusseldorp predikant geweest van onze gemeente. Preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een preek gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: keesvandusseldorp.wordpress.com/
terug naar boven