Zondag 5

Onderwijs over zondag 5

Lezen Jes 1: 18 – 31

23 maart 2014

C. van Dijk

Tekst HC 5 en DL II 1 – 5

Gez 107: 1 en 2
gebed
Lezen Jes 1: 18 - 31
Ps 130
Tekst: Hc 5
DL II art 1 - 5
Gez 140
preek
Er is verlossing door recht!

1 Engelland is gesloten.

2 De sleutel is gebroken.

3 Is er dan geen Timmerman die de sleutel maken kan...

Gez 170
Gel bel Nicea
Lb 440
gebed
collecte
Ps 32: 1

Gemeente van Christus,

Er is redding. Redding voor jou en voor mij. Redding voor iedereen die in Christus gelooft. Dat is de boodschap die we in de kerk hebben te horen. Waar we van leven. En die we hebben te vertellen. Dat is het goede nieuws dat we voor de wereld hebben. Dat moet openlijk worden verkondigd, zonder onderscheid. Met het bevel te geloven en je te bekeren. Daarvoor zendt God zijn predikers over de aarde.

Maar die boodschap van de redding moet niet gewoon en goedkoop gaan worden. Er zit toch altijd wel iets van een wonder voor je in dat de Here een genadig God wil zijn? Er is verlossing, maar dat heeft in zich het karakter van een wonder, van: ternauwernood.

In een week liep ik er meerdere keren tegenaan dat mensen tegen me toch zoiets zeiden als: het is niet eerlijk dat God niet iedereen redt. Waarom niet ook hem of haar… Het gevaar is dan aanwezig dat jouw eigen redding logisch is, klaar, gesneden koek. Maar waarom die ander niet? Is er nog echte verbazing over een God die redt, die verlost? De vraag verraadt bijna dat redding gewoon wordt en verloren gaan bijzonder. Maar het is echt andersom. Verlossing is een wonder.

Heel bijzonder, op het nippertje…

Die boodschap van God die toch redt, hoewel we dat niet verdienen, vind je in de brieven van Paulus terug. De Romeinenbrief. Op allerlei plaatsen. Maar vanmiddag wil ik met u kijken naar het Oude Testament, Jesaja 1. Ook daar was het al zo dat redding wordt verkondigd. Redding die niet vanzelf spreekt.

En redding door recht. We worden gered doordat aan Gods recht wordt voldaan. God laat je niet maar oogluikend toe in zijn hemelse koninkrijk. “Nou ja, het is niet best, maar laat dan maar zitten die zonde van jou. Kom er dan ook maar bij.” En je zit tot in eeuwigen dage, letterlijk, bij de Here, terwijl je er eigenlijk niet hoort. Nee, Hij laat je van harte toe. Hij erkent dat er voor je betaald is. Het zit echt goed tussen God en jou als de Here je toelaat in zijn hemel en op zijn nieuwe aarde.

Redding door recht. Daarover lazen we in Jesaja hst 1: Sion zal verlost worden door recht. Wat dat betekent, daar gaat het vanmiddag over.

In dat vers uit Jesaja 1 (vers 27) daar zit het eigenlijk allemaal in. Het is een hier en daar best somber hoofdstuk. We zitten nog duidelijk in de sfeer van de ellende: We hebben straf verdiend. God gaat een rechtszaak aan met zijn volk. En die gaan ze verliezen. En jij en ik, wij verliezen het ook, als God ons dat proces aandoet. Ook mijn zonden zijn scharlakenrood. Ook wij staan niet in ons recht.

Maar God wil juist als Hij uitzoekt wie er in zijn recht staat onze vuurrode zonden wit wassen. Hij wil het echt weer goed maken. Daarom hebben we de ellende ook echt onder ogen gezien. Ook de Here knijpt niet een oogje toe bij onze zonde. Hij neemt het volledig serieus. Hij wil er van redden. Er van redden door recht!

Er is verlossing door recht!

1 Engelland is gesloten.

2 De sleutel is gebroken.

3 Is er dan geen Timmerman die de sleutel maken kan...

Er is verlossing… Wat is verlossing? Wat hebben mensen nodig? Wij mensen in het rijke West Europa hebben nogal eens het gevoel dat we niet zo heel erg veel nodig hebben. Wat is de markt eigenlijk voor de kerk? Welk probleem los ik op door naar een kerk te gaan, kerkelijk mee te doen? Welk probleem los ik op door te geloven? Dank u , niet nodig...

De Heidelberger Catechismus heeft een aanloop genomen door dat deel van de ellende. Ik heb het nodig dat ik weer door God in genade wordt aangenomen. De band met God is verstoord door mijn zonde, en nu heb ik geen toekomst. Ik zal voor eeuwig verloren gaan. Ik kan niet binnengaan in Gods koninkrijk, waar God is en zijn heilige engelen voor Hem zingen. Engelland is gesloten...

Ik moet weer in genade aangenomen worden. Dat betekent: ik moet weer te maken hebben met een God die in blijdschap naar me kijkt en niet met boosheid en toorn. Ik moet weer in een relatie van vrede met God komen te staan. In genade aangenomen. Geen straf, maar weer een relatie van liefde en vrede. Dat ik rechtvaardig voor God ben. Dat ik mee mag zingen in de lofzang van de engelen. Dat Engelland weer open ligt.

Hoe je het ook wendt of keert, dat is wat wij mensen nodig hebben. En misschien kost het vandaag wat meer energie om op dat punt te komen, dan in de tijd waarin de HC werd geschreven. Toen geloofde iedereen nog bijna dat er een God is.. Nu moet je daar al mee beginne. Maar ons probleem is toch echt de vrede met die God gebleven. Hoe krijg ik vrede met God? Geen vraag die we vandaag wegens veranderde tijden kunnen laten rusten.

En ik denk dat we, als we dat uit het oog verliezen, toch een godsdienst krijgen die niet reddend is, maar die behoort tot het welnesspakket. Het leven is al zo leuk mogelijk, en religie, godsdienstigheid, voegt daar nog iets aan toe. Zo wordt het ervaren door mensen die het geloof niet van binnenuit kennen. “Leuk dat jij gelooft. Geniet er van. Mij niet gezien.” Maar zo is het niet. Geloof, vertrouwen op Jezus Christus, is de enige vluchtweg uit het brandende huis, het enige reddingsvlot op het zinkende schip.

En onze redding zit hem in het betalen van onze schuld. Zo spreekt de bijbel er over en onze belijdenis. Er moet betaald worden voor onze schuld. Met zonde bouw je een schuld op bij God en die moet worden betaald.

Er wordt wel gezegd dat dat een rare manier is om tegen schuld aan te kijken, alsof God een soort van boekhouder is, die betaling wil voor iedere schuld. Tegen elke debet moet een credit staan.

Maar dan zie je niet de pijn, de bewogenheid die er onder ligt. Het gaat niet maar om het vereffenen van een rekeningetje. Het gaat om de echte boosheid van God, gekrenkte eer van de Allerhoogste. Hij is onteerd en beledigd. En dat dient te worden rechtgezet. Dat is de enig mogelijke redding. Dat er betaald wordt. Anders kun je je nooit voor zijn heiige ogen vertonen. Engelland is gesloten.

Wat we lazen vertelde ons dat God het kwaad straft en echt weg wil hebben, het uitzuivert; zilver zuivert met loog, vuil verwijdert. Want God wil het echt weer goed hebben. Dat God en mensen elkaar recht in de ogen kunnen kijken. Echt in zijn koninkrijk komen. Dat Engelland voor jou open ligt.

Wat is dat nu voor een liefde die betaling wil? Is God een God die bloed wil zien? Desnoods dat van zijn eigen Zoon? Raar soort God, kun je horen, wil ik niets mee te maken hebben. Maar deze God wil nu juist tot het uiterste gaan voor een echt herstel.

En dat kan niet anders dan door het handhaven van zijn recht. Als Hij als God water bij de wijn doet, zonden door de vingers ziet, zonder meer, dan kunnen we niet van Hem op aan. Dan is Hij daarmee een God geworden die het opgeeft.

Een God die pure liefde wil, maar zich met minder tevreden stelt.

En wie zegt me dat Hij het dan niet opgeeft in de verlossing van jou of mij? Dat Hij dan niet zegt: ik heb het wel beloofd, maar ik vind het wel genoeg zo, laat die mensen maar zitten. Die mag de duivel hebben...

Nee, God is geen God die het opgeeft. Hij handhaaft Zichzelf in zijn liefde voor de wereld: Hij heeft de wereld zo lief dat Hij zijn eigen Zoon gaf opdat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven heeft. Iedereen die gelooft. Volstrekt rechtvaardig vrijgesproken. Omdat die Zoon van Hem er voor betaald. Een Vader die betaling eist, is ook de Vader die betaling aanvaardt, Die vrijspreekt wie in Christus is.

Hij heeft lief. Hij is liefde. Dat betekent allereerst dat de liefde in eerste instantie al op Hemzelf gericht is. Hij is niet bereid in te leveren. Een God die zich handhaaft in liefde en eer.

Dat betekent tenslotte de redding van jou en mij. Maar wel in de erkenning van onze schuld. Wij kunnen het niet goed maken.

Dat is vanmiddag de tweede gedachte: De sleutel is gebroken.

Wij maken de schuld dagelijks groter. Bij ons moet je niet zijn als het gaat om het betalen van die grote schuld. Echt elke dag voeg je toe aan je schuld bij God. Besef je dat? Niet alleen als je er een zooitje van maakt. Ook op die dagen dat je eigenlijk best wel tevreden over jezelf bent. Je voegt toe aan je schuld bij God.

Bij onszelf moeten we niet zijn voor de betaling van onze schuld.

En ook niet bij een dier, een engel, een heilige. Ze schieten tekort: het zijn geen mensen, dieren, engelen. Ze betalen niet echt.

Dat laat dan gelijk zien dat al die offers van duizenden jaren lang niet meer waren dan verwijsborden naar Golgotha. Niet de echte betaling. Verwijsborden naar Golgotha. Al die duizenden dieren die geofferd werden in de tabernakel en de tempel. Mensen, schuld is serieus, schuld moet betaald worden. Hebben wij dat nog wel door? Hoe duur zonde is? En dat we het niet voor elkaar krijgen. Engelland is gesloten, de sleutel is gebroken.

Onze belijdenis van vandaag is: wij kunnen op geen enkele manier betalen, wij maken de schuld dagelijks groter. Dat is de belijdenis van HC 5, onze geloofsbelijdenis. Daarin zit vandaag onze schuldbelijdenis ingevouwen. Zonder die erkenning gaat het niet. Ken jij het, dat de probleemstelling van zondag 5 echt jouw probleem is? Dat jij het moeilijk hebt met je zonden? Of denken we allemaal stiekum: de goede God vergeeft me wel, dat is zijn vak... Zonder ons bewust te zijn van de prijs van verzoening. Als u aan onze zonden blijft denken, wie kan dan bestaan... Ps 130... Verlegen voor een heilige God... Niets redt me. Niet mijn fraaie bekering, mijn ontroerende gebed.

Jezus, niet mijn eigen kracht,

Niet het werk, door mij volbracht,

Niet het offer, dat ik breng,

Niet de tranen, die ik pleng,

Schoon ik gansche nachten ween,

Kunnen redden, .....

Dieren en engelen kunnen niet betalen. Het zijn geen mensen, ze staan er buiten. En heiligen, ach heiligen zijn minder heilig dan ze er uit zien Heiligen hebben hetzelfde probleem als ik. Hun hypotheek bij de bank van God staat ook onder water. Die hebben echt niets over voor mij. Die komen als puntje bij paaltje komt net als ik veel te veel tekort. Wie zal de schuld betalen?

We moeten verlost worden. Verlost zo, dat het rechtvaardig is, dat er betaald is. Zodat wij kunnen blijven bestaan. En zo dat God kan blijven wie Hij is. De ware God, die niet inlevert op heiligheid en op liefde. Hij wil tot in eeuwigheid van jou blijven houden. En dat kan niet zonder verzoening.

Schuldbetaling. Ik kan het niet. Ik lijk op een huiseigenaar die geld moet lenen om de rente van zijn hypotheek te betalen en die aan aflossen al helemaal niet toekomt. Het loopt verkeerd met me af.

Mijn schuld wordt groter. En er is geen oplossing.

En al die offerdieren die zetten geen echte zoden aan de dijk. Die offerdieren zeggen alleen dat ik het probleem gezien heb.

En ze zeggen: ik ga met mijn schuld naar God. En dat is goed. Dat was de juiste weg. Want de enige die hier wat aan kan doen is God zelf .

Engeland is gesloten. De sleutel is gebroken. Is er dan geen Timmerman die de sleutel maken kan....

God moet het doen. Een mens staat met zijn mond vol tanden, Maar God is de God van de vrede die niet liever wil dan vrijspreken in zijn oordeel. Als Hij dat proces aangaat weet Hij waar Hij aan begint. Jullie zonden: rood als scharlaken Ik wil ze wit maken als sneeuw. Dat is zin inzet bij het proces om de wereld.

Hij heeft daar al aan gedacht toen Hij ons maakte. Hij verbond ons aan elkaar: ouders aan kinderen en kinderen aan ouders. We zijn allemaal aan Adam en Eva verbonden.

Zo werkt dat bij ons.

En zo kunnen we ook gered worden.

Gerekend onder Adam: verloren.

Gerekend onder Christus gered ... Is er dan geen Timmerman...

O ja, er is die Timmerman. Zondag 6 gaat hem aanwijzen. De enige die God en mens tegelijk is. De Timmerman van Nazaret. Hij is een Middelaar. Hij verbindt weer met elkaar. Er komt een tweede Adam.

Een Timmerman, een middelaar. Een die de sleutel maken kan. We hebben vastgesteld dat wij dat niet kunnen. En laat dat maar even pijn doen.

Zie, ik breng voor mijn behoud,

U geen wierook, myrrhe of goud,

Ledig kom ik, arm en naakt,

Tot den God, die zalig maakt,

Die de zielen kleedt en voedt,

Die ze troost en leven doet.

Hij is een middelaar. De timmerman uit Nazareth. Die hemel en aarde weer met elkaar verbindt. Die maakt dat wij naar Engelland kunnen. En dan niet maar stiekem, als een inbreker. Maar via de koninklijke weg van verzoening. Via een echte vrijspraak. Dat de Here zegt: ik zie geen schuld in hem, geen schuld in haar. Wat een wonder. Een middelaar die onze schuld aan het kruis brengt.

Ken jij die Middelaar? Natuurlijk heb je wel van Hem gehoord. Anders zat je hier niet. Maar dat is mijn vraag niet.

Ken je Hem? Ken je de schuld waarvan Hij verlost? Dat Hij werkelijk betaald.

We worden gered doordat aan Gods recht wordt voldaan. God laat je niet maar oogluikend toe in zijn hemelse koninkrijk. “Nou ja, het is niet best, maar laat dan maar zitten die zonde van jou. Kom er dan ook maar bij.” En je zit tot in eeuwigen dage, letterlijk, bij de Here, terwijl je er eigenlijk niet hoort. Nee, Hij laat je van harte toe. Hij erkent dat er voor je betaald is. Het zit echt goed tussen God en jou als de Here je toelaat in zijn hemel en op zijn nieuwe aarde.

We horen graag over de liefde van God. Dominee, vertel ons maar dat God van ons houdt. Ik vertel het u vanmiddag. Maar ik vertel het u als een wonder. Als genade.

Er is een Timmerman. En Hij maakt alles goed.

Hij wreekt het kwaad. Een blij bericht tegen de achtergrond van al het ongewroken onrecht in de wereld. Hij wreekt het kwaad.

Hij zuivert de aarde.

Hij brengt tot inkeer en bekering. Want de redding gaat via het oordeel.

En zo is vrijspraak echt vrijspraak Amen.

Ds. Kees van Dijk

Vanaf eind 2003 tot begin 2014 is ds. Kees van Dijk predikant geweest bij onze zustergemeente van Capelle-Noord. De preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een van deze preken gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: ommen-no.gkv.nl/
terug naar boven