Vastgehouden door Christus leer je erkennen wie God is, ook in zijn toorn en straf

Vorige week ging het over onszelf.
Met dat beeld van het museum: door het museum van je zonde en schuld, eerlijk ontdekken wie je bent en hoe diep van binnen het fout zit - dat is eng, maar vastgehouden door Christus kan het.
Vandaag gaat het over God.
En dan weer dingen die je misschien liever niet hoort. Het gaat over straf, toorn, oordeel. Misschien past vandaag wel het beeld van een enorm heftig onweer. Durf je dan buiten te blijven staan, terwijl de bliksem om je heen inslaat?
Het kan, als je maar veilig onder dak bent bij Christus.

 

VASTGEHOUDEN DOOR CHRISTUS LEER JE ERKENNEN WIE GOD IS, OOK IN ZIJN TOORN EN STRAF.

  1. Straft God echt?
  2. Waarom?
  3. Maar hij is toch liefde?

Straft God echt?
Ken je dit zinnetje: ‘Ik kan me niet voorstellen dat God...’
Vul zelf maar iets in. Je hoort dat in allerlei gesprekken.
‘Ik kan me niet voorstellen dat God... het niet goed vindt als ik dit doe.’
‘Ik kan me niet voorstellen...dat dit echt Gods bedoeling is’.

Herkenbaar? Niet alleen bij dit onderwerp, maar veel breder.
Dan zit je bij het tweede gebod van de Tien Woorden: geen beeld van God maken.
Want je zegt eigenlijk: dit of dat past niet bij het beeld dat ik van God heb.
Veel mensen hebben dat ook bij Zondag 4. Bijvoorbeeld dat God mensen voor eeuwig wil straffen. ‘Dat kan ik me niet voorstellen; ik heb een heel ander beeld van God’.

Mag je zeggen dat iets niet past bij ‘het beeld dat jij van God hebt’?
Ja, dat denk ik wel.
Want je moet eerlijk zijn: je hebt inderdaad allemaal een beeld van God. In je denken. Een voorstelling van hoe hij is (niet hoe hij eruit ziet, maar hoe hij is, hoe hij reageert enzovoort). U hebt dat, ik heb dat.
Daar moeten we nuchter in zijn: niemand weet precies te benoemen hoe God is.
Je vormt je allemaal een beeld van hem.

Maar dan is het wel belangrijk: hoe laat je dat beeld vormen?
Wat bepaalt hoe jij over God denkt?
Dat moet niet jouw eigen voorkeur zijn, jouw eigen idee, jouw gevoel.
Je moet Gods beeld in jou steeds laten vormen door wat hij zelf zegt.
Door de bijbel.
Door te lezen. Luisteren naar uitleg. Hier in de kerk. Samen in bijbelstudie. Een boek. Luisteren naar mede-christenen uit het verleden. Samen met alle heiligen iets ontdekken van de hoogte, de breedte, de lengte, de diepte - en zo je beeld van God steeds laten bijstellen.
Er dus ook voor openstaan dat God toch weer anders is dan je altijd dacht. Of ook anders dan je in je opvoeding meegekregen hebt. Of dan je op catechisatie leerde.
En zeker ook:
er voor openstaan dat God anders is dan jij eigenlijk zou willen.
Anders dan wat voor jóu goed voelt.

Want zo bedoelen wij het vaak: ik kan me niet voorstellen dat God zo is - dat betekent vaak: ik wíl niet dat God zo is. Ik wil geen God die.... bijvoorbeeld die mij iets verbiedt dat ik wel wil. Of een God die tot in eeuwigheid mensen straft.

Het beeld dat wij van God hebben, is vaak hoe wij het zèlf willen.
Zo vaak als je dat bij jezelf merkt - laat je corrigeren! Kies ervoor om je beeld van God bij te laten stellen. Laat dat sowieso een leven lang je houding zijn: Heer, schaaf voortdurend het beeld bij dat ik van u heb. En laat niet mijn eigen gevoel of mijn eigen verstand daarin overheersen!

Vandaag bij dit onderwerp betekent dat dat je eerlijk moet laten binnenkomen: ja, God is echt de God die straft.
Ik gebruikte net het beeld van onweer en bliksem - je wordt er bang van.
Dat is ook hoe in de bijbel over God gesproken wordt. Over uw Vader, die u kent door Jezus Christus. God bij wie je veilig bent.
Uw God, onze Vader, is echt de straffende God. Dat beeld tekent hij van zichzelf.
Neem dat dus over in uw beeld van hem.

Een paar bijbelgedeelten.
Een centrale tekst uit het Oude Testament. Exodus 34, kort na de zonde met het gouden kalf. De HEER zegt tegen Mozes: ik zal tegen jou zeggen wie ik ben. Ik zal mijn naam uitroepen. (Ik zeg vaak: die tekst is Gods visite-kaartje; daar staat op wie hij is en wat je van hem kunt verwachten.)
Exodus 34: 6,7 De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER ! De HEER ! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’
Een heerlijke tekst, die vaak nog aangehaald wordt (denk aan Psalm 103): God die liefdevol is en genadig. En dus ook: die niet alles ongestraft laat, maar mensen laat boeten - God die straft! Het staat op zijn visitekaartje!
We zongen net Psalm 94: verschijn in lichtglans, God van de wraak, laat uw toorn ontwaken! Wraak over hen die u weerstaan! God, die zijn wet gaf, zou niet straffen?
Blijkbaar waren er toen ook mensen die zeiden: straft God - ik kan me niet voorstellen... of: ik merk er niets van.
Kijk maar uit, zingt deze psalm. God straft echt!

Maar, zeg je dan misschien, dat is Oude Testament. Nu is God anders.
Goed, neem één van de meest geliefde teksten uit het Nieuwe Testament, Johannes 3:16. Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Een heerlijke tekst, vaak aangehaald. Maar daar staat dus ook: wie niet gelooft, gaat wel verloren. En aan het eind van datzelfde hoofdstuk staat dat met zoveel woorden: Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.
De donkere onweerswolk van Gods toorn - in dat mooie hoofdstuk over Gods liefde.

Als je zegt ‘de straffende God, dat is iets voor het Oude Testament’, dan moet je Hebreeën 10 goed lezen. Vers 26-30, samengevat: als je de wet van Mozes naast je neerlegde, was er geen pardon, je kon de doodstraf krijgen. Veel zwaarder zal de straf zijn als je de Zoon van God vertrapt, als je Jezus Christus aan de kant schuift. ‘Huiveringwekkend is het te vallen in de handen van de levende God!’.
Gods straf, Gods toorn - dat is niet iets van het Oude Testament maar juist ook van het Nieuwe. Juist omdat hij in Jezus Christus zijn totale liefde heeft laten zien, is er ook zijn totale boosheid. (Ik kom hier aan het eind op terug)

Dit afronden: het beeld dat u van God hebt, is niet compleet als u hem niet ook kent als de God die straft. Als boosheid, toorn en oordeel volgens u niet passen bij God, hebt u een gehandicapt beeld van God. Dat ken je hem niet zoals hij is.
God straft echt - laat je beeld van hem vormen door wat hij zelf daarover zegt.

Waarom straft God?
De Catechismus heeft het over Gods gerechtigheid.
Hij is de God van het recht. Oude èn Nieuwe Testament tekenen hem als de hoogste rechter. De volstrekte eerlijk rechter.
Daarom kan God het niet hebben als in zijn volk (toen: Israël, nu: de gemeente van Christus) onrecht heerst. Dat botst met wie hij ís. Met zijn gerechtigheid.

Toch is gerechtigheid veel meer dan dat God rechter is.
Bij een rechter (zoals wij ze kennen) kun je zeggen: die is gebonden aan het recht boven hem; hij moet het recht laten zegevieren. Zo lijkt de Catechismus het ook te zeggen: zijn gerechtigheid eist van Hem. God kan niet anders, het recht vraagt het van hem.
Maar er staat niet ‘de gerechtigheid’ maar ‘zijn gerechtigheid’.
Dat is niet het recht dat als een soort grootheid boven hem staat.
Het is hoe hij zelf ís. Zijn gerechtigheid is een ‘eigenschap’ van God.
En in de bijbel is die gerechtigheid veel méér dan dat God straft.
Het is moeilijk in één woord samen te vatten. Het is iets van ‘recht en trouw’.
Of: hij doet wat hij zegt.
Dat kán zijn in straf. Als God zegt dat hij de zonde niet verdraagt, dan is zijn gerechtigheid dat hij zonde inderdaad straft. Hij heeft tegen de mens in het paradijs gezegd: als je mij niet vertrouwt en afstand neemt door wèl van die vrucht te eten, zal de dood tussen jou en mij in komen te staan. Toen Adam en Eva van die vrucht aten, gebeurde dat inderdaad. Dat was Gods gerechtigheid. Hij had het gezegd en hij doet wat hij zegt.
Maar vaker in de bijbel lees je over Gods gerechtigheid waardoor hij verlost, bevrijdt. Psalm 71:2 (vorige vertaling): Red mij en bevrijd mij door uw gerechtigheid.
Jes. 46:13, Ik breng mijn gerechtigheid nabij, ze is niet ver meer, het duurt niet lang voor ik redding breng. Ik zal redding brengen in Sion.
God doet wat hij zegt. Hij is trouw aan zijn belofte, aan zijn verbond. Als hij tegen Israël zegt ‘ik heb u aan mij vastgemaakt’, dan laat hij zijn volk niet vallen.
Zo is hij niet.

Dat is Gods gerechtigheid. Zo is hij. Hij doet wat hij zegt.
Reddend. Straffend.
Met dat straffen kun je moeite hebben.
Maar wees ook blij dat God zo is.

je kunt op hem aan. Mensen zeggen zo makkelijk iets maar maken het niet waar. God is betrouwbaar, hij doet wat hij zegt.

  • Onrecht wordt echt gestraft. Heel kort even: dit mag een bemoediging zijn voor iedereen die onrecht van de kant van mensen ervaart. Dat kan gaan van het onrecht in een echtscheiding, of seksueel misbruik dat nooit aan het licht komt, tot en met de onderdrukking van christenen in Noord-Korea: al dat onrecht wordt gestraft. Daders zullen van God hun straf krijgen. Òf het is al gestraft aan Jezus Christus.

Maar God zal straffen. Nog een keer Hebreeën 10, ‘Het is aan mij om te wreken, ik zal vergelden’. En dus Romeinen 12:19, Neem geen wraak, maar laat God uw wreker zijn. Hij zal het onrecht recht zetten.
Waarom straft God? Dat is zijn gerechtigheid. Hij doet wat hij zegt.

Maar God is toch liefde?
In de taal van de Catechismus: God is toch ook barmhartig?
Het lijkt alsof de Catechismus het dan tegenover elkaar zet: hij is barmhartig maar ook rechtvaardig. Alsof het twee kanten in God zijn, los van elkaar.
Maar ik zei al: zijn ene gerechtigheid is reddend èn straffend. Dat zit aan elkaar.
Ik kan het ook anders zeggen: Gods toorn (zijn vreselijke boosheid) en zijn liefde zitten aan elkaar.
Het is feitelijk hetzelfde: Gods toorn is de achterkant van liefde.
Juist omdat God liefde is, liefde wil geven, is hij ook verschrikkelijk boos als je die liefde aan de kant schuift.
Denk aan het beeld dat ik pas gaf bij de preek over Hosea 11, van de boze echtgenoot die alle spullen van zijn vrouw uit het raam gooit als hij ontdekt dat ze overspel gepleegd heeft. Waar komt die woede vandaan? Uit zijn liefde! Met dezelfde hartstocht waarmee hij haar liefhad, is hij nu woedend.

Zo kun je dat ook over God zeggen: zijn toorn is de achterkant van zijn liefde.
Uitgebeeld: blaadje met aan ene kant ‘liefde’, aan andere kant ‘toorn’.
Ga je aan Gods liefde voorbij, dan krijg je te maken met zijn toorn.

Daarom is Gods toorn in het Nieuwe Testament ook sterker, dieper dan in het Oude Testament. Zelfs tot de diepte van eeuwige toorn. Eeuwige straf.
Want in Jezus Christus heeft God zijn totale liefde gegeven.
Het kruis van Jezus Christus is de totale uitdrukking van de liefde van God. Inderdaad, de tekst die ik net aanhaalde, Johannes 3:16: zo lief heeft God de wereld gehad, dat hij zijn Zoon aan het kruis liet sterven.
Maar als je nu aan die liefde van God in Jezus Christus voorbij gaat, krijg je ook te maken met zijn totale toorn.
Uitgebeeld met kruis; aan ene kant ‘liefde’, aan andere kant ‘eeuwige toorn’.

Dat is de ernst van Gods liefde.
Het is dus niet ‘God is liefde, maar hij kan ook toornig zijn’.
Het is: God is liefde en daarom zal hij toornig zijn als je die liefde afwijst.

Als je moeite hebt met de boosheid van God heb je dus nog niet genoeg begrepen van de liefde van God.
Daarom past bij Zondag 4 het gebed: Heer, laat me groeien in het kennen van uw heilige liefde, uw liefde voor mensen, uw liefde voor deze wereld die u gemaakt hebt. Laat me meer beseffen hoe u uw hart gelegd hebt in deze wereld.
Want dan leer ik u erkennen in uw rechtvaardige oordeel.

Amen

Rob Vreugdenhil

Dominee Rob Vreugdenhil is sinds maart 2015 predikant van onze gemeente. De preken die hij in de diensten gebruikt staan op onze website. Mocht u een preek willen gebruiken in een leesdienst, dat kan maar laat dit dan wel weten via predikant @gkvcapelle.nl

terug naar boven