nat geweest… Dat blijf je altijd zien.

Onderwijs over Zondag 26
Lezen Lucas 3: 1- 18
Capelle aan den IJssel, 20 januari 2013
C. van Dijk

Gemeente van Christus,

Ik mag vandaag de eerste preek over de doop houden. Ieder jaar hebben we er minstens twee aan de hand van de Heidelbergse Catechismus. 

Ik heb deze keer veel ontleend aan een boekje van professor van Bruggen. Het diepe water van de doop. Ik heb het meegebracht. 

Een tijd geleden heb ik het eens uitgeleend. Het duurde vrij lang tot ik het terugkreeg. Ik moest er naar vragen (dat hebben mensen met mij ook wel eens…)

En toen ik het terugkreeg zag het er anders uit dan toen ik het uitleende. Daarom zal het wel even geduurd hebben. Het boekje is nat geweest. En dat blijf je altijd zien. 

Ik ben niet bijzonder zuinig op boeken. Maar dit vond ik een beetje jammer. 

Ik vond dat. Ik vind dat niet meer. 

Eigenlijk vind ik het prachtig zo. Het boekje is nat geweest. En dat blijf je altijd zien. 

 

Dat wordt vanmiddag een refreinregel in de preek over de doop: nat geweest… Dat blijf je altijd zien.

 

Drie onderdelen vanmiddag. (Drie is een soort van heilig getal in preken. Heeft er vast mee te maken dat wij gedoopt zijn in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. ) 

Drie past goed in ons hoofd en in ons hart.

 

De doop

Het water

De naam

 

De doop, wat is het voor iets? Alle christenen kennen op de een of andere manier de doop. Onderling zijn we nogal eens verdeeld over de doop: 

Wanneer je moet dopen, kinderen of volwassenen? 

Wat de doop eigenlijk betekent, een plaatje of meer dan een plaatje, een streep onder Gods beloften of onder jouw geloof? 

Hoe je moet dopen: een doopvont als het onze of een bassin waarin de dopeling kopje onder gaat.. Enzovoorts. 

 

Maar de doop als zodanig wordt toch door alle christenen gezien als basaal voor de christelijke kerk. 

En dat is best opvallend want je kunt je best voorstellen dat er christelijk geloof is zonder doop. Het is geen magische handeling of zo die je het leven geeft. Je kunt leven zonder gedoopt te zijn, en vast ook wel geloven zonder gedoopt te zijn. De meeste mensen herinneren zich het moment van hun doop ook helemaal niet. 

En  toch is het zo belangrijk. Het verbindt alle gelovigen. Er is gedoe over. Maar gedoopt wordt er, en er moet gedoopt worden. 

 

Dat waterteken hoort erbij. Een christen is nat geweest, en dat blijf je altijd zien. 

 

Petrus preekt op Pinksteren: mensen Jezus is de verlosser. De Heilige Geest is uitgestort als een teken dat Hij nu in de hemel is. Bekeer je tot Hem, laat je dopen. 

En later komt er een heiden tot geloof, Cornelius: Hij moet worden gedoopt. 

En de eunuch uit Ethiopië: wat is er tegen dat ik gedoopt wordt. Wie gedoopt wordt hoort er bij. 

Petrus vergelijkt de doop met de ark van Noach: het water is eng, maar je wordt gered. God wil ons redden van het oordeel. De doop is net als de ark.

 

Wie gedoopt is hoort erbij. Waar hoort hij of zij bij? Bij de christelijke kerk. De kerk die een doop tot vergeving van zonden belijdt. De kerk waarvan Paulus zegt : jullie horen bij elkaar in de kerk, Een Heer, Een geloof, een doop, een God en Vader van allen die boven allen, door allen in in allen is. (Ef 4: 5) 

(Boven door en en in , dat is weer drie, Vader Zoon en Geest.)

 

De doop is bepalend voor de kerk. En dat komt omdat de Here Jezus de doop heeft ingesteld. De apostelen hebben gewoon gedaan wat de Heer had opgedragen. Het doopbevel, dat we lazen in zondag 26. En ook hoe doop en geloof bij elkaar horen. Marcus 16: 16. Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.

 

Christenen zijn een in de doop. Gal 3: 27 en 28 U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. 28 Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.

 

Maar wat zegt de doop nu? Je moet je in laten lijven in de gemeenschap, zegt de doop. Als je het evangelie hoort dan moet je daar wat mee. Je wilt er bij horen, je laten dopen , je laten registreren, jij en je kinderen. Een nieuw paspoort. Je kunt nieet naar de boodschap van Jezus luisteren, en zeggen: er zit wel wat in. Maar niet alles… Nee, je moet je overgeven. Je  moet kiezen. Je  moet er voor uit komen dat je er bij hoort. Je kunt niet een beetje door jezus geïnspireerd zijn. Christen ben je als je kopje onder bent gegaan. 

 

En dan hoor je er ok bij: Dan heb je broers en zussen. Allen een in Christus Jezus. Een nieuwe familie, met verplichtingen, met een gezamenlijkheid waaraan je je niet moet onttrekken. Verantwoordelijk voor broers en zussen. Samen met vele anderen op weg naar Gods koninkrijk. 

 

Gisteren bestond de kerk van Capelle aan den IJssel 125 jaar. Deze week willen we dat met elkaar vieren Wat betekent het dat er een kerk is? Dat er een kerkenraad is die ons samen roept. Dat er erediensten z ijn, En dat er doop is en avondmaal. Een lijst hier gedoopte leden van 1888 tot nu toe. De kerk kun je ook in zijn leden aanwijzen en afbakenen. Je hoort er bij. 

 

Wij vinden het vaak fijn als we zelf kunnen kiezen, als we zelf kunnen bepalen hoe betrokken we zijn. En onze eigen geloofservaringen willen we opdoen. Maar de doop dompelt ons onder in een gemeenschap. Je kunt je geloof niet zonder schade buitenkerkelijk beleven. Dat is als vis zijn boven water. Even leuk, maar het gaat niet goed. Onderwijs de volken, doop ze. Dat is de opdracht van jezus. Hij wil als herder een kudde. En wij moeten ons laten gezeggen. Ons ook door de doop laten aanleunen dat we kuddedieren zijn. Niet dat we allemaal hetzelfde moeten worden. Maar wel dat we ons in de gemeenschap geven. 

 

Dat eerst maar eens over de doop: Je hoort bij de christelijke gemeenschap. Van hetzelfde sop overgoten. Nat geweest, dat blijf je altijd zien. 

 

Nu het tweede onderdeel: het water. 

Dopen gebeurt met water. 

Dat lest de dorst, dat maakt je schoon. Maar je kunt er ook in verdrinken. En overstroming spoelt alles weg. Water heeft meer dan een gezicht. 

Reinigingswetten kenden ze in Israël. Je handen, je voeten wassen. Dank aan de vaten op de bruiloft te Kana, die ineens vol wijn zaten. Enorme vaten voor het reinigingsgebruik van de joden. Denk aan de koperen zee in de tempel. 

Maar dat moet je telkens weer herhalen. Je wordt steeds weer vies. 

 

Zo is het bij de doop niet bedoeld. De doop is een keer voorgoed. 

En je moet in de doop niet jezelf wassen, nee je moet de controle weggeven. Je wordt gedoopt. Het is een moment van overgave, kopje onder. Levensbedreigend als niet de naam van Jezus, je redder, erbij genoemd zou worden. (maar die naam zou het laatste punt zijn vanmiddag) 

 

De doop is bij Johannes de doper begonnen. Johannes de kopje onderdrukker. (Toen was het nog geen bestaan woord, dopen was nog een ongebruikelijk woord, als indopen, dompelen, plonzen. Johannes de plonzer…

Hij riep op tot bekering. Tot boete. Je hebt het bedorven. Ga  naar de woestijn, want je verdient het beloofde land niet. Geef weg die verblijfsvergunning.  Ga onder water, waar je stikken, verdrinken  kunt, want je verdient het leven niet. 

Maar je mag weer boven water komen. In de naam van Jezus. Paulus zegt: als je gedoopt bent, ben je in zijn naam gedoopt. Hij is verdronken, jij mag daarom verder leven. En verder leven in een nieuw leven. Je overleeft je doop in Jezus naam. 

 

Dat water is dus dreigend. We zingen psalm 42: over het dreigende van de watervloed, al de golven slaan over me heen. Maar Hoop op God je mag hem nog loven. Wat een wonder, je overleeft je doop. 

 

Na Pinksteren beginnen de leerlingen, de apostelen, mensen die zich bekeren te dopen. En ze doen dat op de naam van Jezus. Ze erkennen hun zonde en belijden die En dan worden ze gedoopt. Denk aan Paulus. Als hij zich bekeert zegt Ananias tegen hem: Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept. Hand 22: 16

 

Dopen is dan wassen, maar wel heftig wassen: ik ben door en door vuil En dat erken ik ook. Laten we daarom oppassen dat een doop niet een al te zoetig en te lief feestje wordt. Want je zegt nogal wat van jezelf en je kinderen, als er gedoopt wordt. 

 

Ik kies voor Christus. Ik leef niet meer zelf. Ik ben verzopen. Maar Hij leeft in mij. Hij wilde voor mij de dood in.

 

De Here heeft meermalen van zijn eigen lijden gesproken in termen van een doop. Kun je gedoopt worden met de doop waarmee ik gedoopt ben? Vroeg Hij dan. Het beklemt me dat ik die doop moet ondergaan. Maar ik moet het volbrengen. En Hij heeft het volbracht. Al de baren en golven van de toorn van God gingen over Jezus heen. Niets om zich achter te verschuilen . God waarom hebt u mij verlaten. 

 

Dat is de verwoestende kracht van het water. Maar jij en ik, mogen op zijn naam staan. En dan gaan we niet onder in die zee van Gods toorn. Ook niet als het moeilijk wordt in de wereld. Als je bloed vloeit, je niet alleen met water gedoopt wordt, maar ok met bloed. Zoals in de loop van de geschiedenis met heel wat christelijke martelaren gebeurd is. Christelijk geloof kan een bloedbad worden. Dan weet je nog dat je bij de Meester hoort. En dat het goed is. 

 

Want ik ben gedoopt. Hij is voor mij de dood in gegaan. En nu ben ik nergens zonder Hem. Niets kan me van zijn liefde scheiden. 

 

De doop, het doopwater. Het is een teken van onze zonde en ons tekort. Het is teken van de doodstraf die we verdienen. Nogmaals maak er daarom niet een al te zoet feestje van. En beroem je niet op je doop. Want gedoopt worden is je redding. Maar gedoopt worden in geen compliment. Het is accepteren dat je faillissement wordt uitgesproken. Die is over de kop… Die gaat onder. Die gaat nat. Nat geweest, dat blijf je altijd zien. 

 

Romeinen 7: Wie zal mij, ongelukkig mens, ellendig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? Dat doet God! Dank aan hem door Jezus Christus, onze Heer.

 

En daarmee noem ik alweer de naam, de naam waarin we gedoopt zijn. Dat zou het derde zijn vanmiddag. De doop, het water en de naam

 

De naam dat is de naam van de drieenige God. En dat is de naam van Jezus waarin die drieenige God naar ons toegekomen is. 

 

De persoon van Jezus maakt alles anders. We dopen niet in stilte. We dopen in de naam van Jezus. De naam van de drieenige God wordt over de dopeling uitgesproken. En door de naam van Jezus is die naam van de Here geen dreiging maar een zegen. Gedoopt in Jezus naam.

 

Want bij Jezus verandert de doop. Als Hij inde Jordaan wordt gedoopt, worden er geen zonden beleden. Uniek. De Hemel gaat open. En al snel wordt er door Jezus gepreekt en door zijn leerlingen gedoopt. En dat gaat anders. Het koninkrijk is er in Jezus’ persoon. 

Maar Johannes is er blij mee: bij Jezus moet het groeien bij mij mag het slinken. Jezus moet aan invloed winnen. Bij Hem is het koninkrijk er echt gekomen. De doop in zijn naam is krachtiger. Verbonden aan de ene naam die redding brengt. Mensen van die naam. Verbonden met de Christus, al spoedig ook christenen genoemd, in Handelingen. Mensen die naam van Jezus aanroepen. 

 

Mensen waarvan het hele leven veranderd is. Nat geweest, dat blijf je altijd zien. Genoemd naar de Meester die hen voor zijn rekening neemt.

 

Wie zich laat dopen roept de Heer aan. De naam van de Heer die redding geeft. Wat zei Ananias tegen Paulus: Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept.” Dopen en het aanroepen van de naam van Jezus, dat hoort onafscheidelijk bij elkaar. Ieder die die naam aanroept zal worden gered. Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. God heeft het al in het oude testament gezegd: Hij zal zijn naam uitroepen niet alleen over zijn eigen volk, maar ook over de heidenen. De zegen van de tempel: de Heer zegene u en bescherme u. Gods naam uitgeroepen over de mensen, nu ook over de volken. Jezus vaart naar de hemel en geeft die priesterzegen. Er is geen andere naam gegeven om gered te worden. Dat belijden de leerlingen voor het Sanhedrin. 

 

De doop verbindt je met de naam van Jezus. Dat is niet alleen een rustpunt. Daarmee is het niet klaar. Daarmee staat je leven onder spanning. De spanning van het je elke dag weer toevertrouwen aan de ene naam. Paulus heeft het in de brief aan de Romeinen over mensen die wilden rusten in hun doop op een verkeerde manier: ik ben gedoopt dus dat zit wel goed. En al mijn zonden worden afgewassen. Romeinen 6: je kunt toch niet doorgaan met zondigen opdat de genade toeneemt? Als je gedoopt bent ben je meegekruisigd met Christus. Dan moet je dood zijn voor de zonde. Dan heb je een nieuwe meester. Dood voor de zonde levend in Christus. Dat moet voor jou vast staan… 

 

De doop appelleert. De naam van Jezus is geen mededeling van behoud, maar God die zich echt met jou bemoeit. Die een appel op jou doet: Jij staat op mijn naam. Jij mag van genade leven. Jij mag het levenslang laten zien:  Nat geweest. Dat blijf je altijd zien. 

Een christen is geen aanhanger van een levensbeschouwing. Een Christen is maar geen fan van Jezus van 2000 jaar geleden. 

Je volgt een persoon in levenden lijve. Hij is er, Hij blijft er. Als jij roept hoort Hij. Het water kun je voelen, de naam kun je horen. Hij hoort en Hij staat je persoonlijk terzijde. Hij mag ook rekenen op de toewijding van jouw leven. 

Nat geweest. Dat blijf je altijd zien. 

 

Amen

Ds. Kees van Dijk

Vanaf eind 2003 tot begin 2014 is ds. Kees van Dijk predikant geweest bij onze zustergemeente van Capelle-Noord. De preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een van deze preken gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: ommen-no.gkv.nl/
terug naar boven