Zondag 24 - Twitterdienst

Onderwijs over Zondag 24
Capelle aan den IJssel, 30 december 2012
Kees van Dusseldorp
ZW: Twitterdienst

Liturgie:

votum en groet
Ps.34:1,3
gebed
lezen:HC zondag 24
Joh.4:43-54
Gal.3:1-14
Ps.32:2,5
preek
Opw.428
geloofsbelijdenis
Ld.477
gebed
collecte
Gz.140
zegen

Gemeente van Christus,

Afgelopen vrijdag was ik in de centrale bibliotheek in Rotterdam om ons lidmaatschap te beëindigen. De mevrouw bij de klantenservice vroeg belangstellend naar onze verhuizing. Ze wist wat een predikant was, maar dacht dat ik naar Groningen ging om meer te verdienen. Ik probeerde iets duidelijk te maken over beroepen, maar het kwam niet over. Van ‘gereformeerd’ had ze wel eens gehoord, maar ‘vrijgemaakt’ zei haar helemaal niets. Ze wilde vooral weten of onze kerkleden op zondag ook mochten voetballen of niet. En waarom. En verzuchtte aan het eind: ‘Ik vind geloven maar ingewikkeld.’

Het was een kort gesprekje. Maar haar conclusie zette me aan het denken. Of ik de dingen anders had moeten zeggen. Als het ingewikkeld klinkt, heb ik iets niet goed gedaan, denk ik. Maar het zette me ook aan denken over geloven. Daar was ik toch al over aan het nadenken, vanwege de voorbereiding voor deze preek.

Is geloven ingewikkeld? Sommige catechisanten zeggen dat ook wel eens. Je begrijpt God vaak niet. Soms gaat vertrouwen goed, soms lukt het je niet. Bijbelteksten zijn vaak niet zo gemakkelijk. Soms begrijp je de christelijke leer niet. De preek vind je soms moeilijk, discussies volg je niet. Christenen zijn het vaak niet met elkaar eens: wat moet jij dan geloven? Vaak blijkt er aan het geloof nog een hele wereld aan regels, gewoonten en verantwoordelijkheden vast te zitten. Tja, dat klinkt allemaal wel erg ingewikkeld.

Toch wil ik vanmiddag aandacht vragen voor de eenvoud van het geloven. Geloven is niets meer dan: ‘geloven wat Jezus tegen je zegt’. Zoals de hoveling die we in het evangelie tegenkomen. Hij roept Jezus’ hulp in voor zijn zoon die op sterven ligt. Jezus zegt tegen hem: ‘Ga naar huis, uw zoon leeft.’ ‘Ende man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg.’ En dan blijkt dat de kentering in het proces is ingetreden op het moment dat Jezus zijn woord sprak. De eenvoud van het geloof: Hij geloofde wat Jezus tegen zei.

Wat zegt Jezus tegen jou en tegen mij? ‘Je zonden zijn je vergeven! Je bent mijn broeder, mijn zuster, ondanks je fouten en tekorten. Je hebt het eeuwig leven.’ De beslissende vraag is: geloof je wat Jezus tegen je zegt? Accepteer je dat zijn visie op jou de waarheid is? Aanvaard je wat Hij je geeft? Dat is geloven. Meer is het niet. En minder ook niet.

Zo eenvoudig is geloven. Aanvaarden wat Jezus tegen je zegt. En wat Hij over je zegt. Dat is maar niet een begin van geloven, dat zich vervolgens nog helemaal ontwikkelen moet. Nee, dit is geloven. Allerlei ontwikkeling in bijbelkennis en theologie, groei in gemeenschap, geloofservaring en christelijke levensstijl, het heeft pas waarde als het je verder brengt in deze eenvoud van het geloof: nog meer aanvaarden wat Jezus tegen je zegt. In het besef wie je zelf bent en waar je fouten liggen. Toch de woorden van de Heer goed laten binnenkomen in je hart. Jezelf leren aanvaarden in Gods genade. Zodat je steeds meer gaat leven vanuit de ruimte en de kracht van de Geest van Christus.

Eenvoudig geloof geeft hoge spanning:

-de weerstand
-het contact
-de stroom

1.Eenvoudig geloof geeft hoge spanning. De weerstand.

Het lijkt erop, dat het in zondag 24 van de catechismus gaat over goede werken. Die term komt immers steeds weer terug. Onze goede werken tellen toch wel mee? God heeft toch beloofd dat Hij onze goede daden zal belonen? Je kunt als christen toch niet alles maken? Er moeten toch vruchten van dankbaarheid zichtbaar worden?

Toch gaat het niet over goede werken. Die komen pas later in de catechismus aan de orde. In het derde hoofdstuk over onze dankbaarheid. Maar het tweede hoofdstuk gaat over onze verlossing. Dat die verlossing pure genade is en geen verdienste. Dat je door geloof gered wordt en het eeuwig leven hebt. Dat is in zondag 23 aan de orde geweest. Ik heb in de inleiding geprobeerd om dat nog een keer duidelijk neer te zetten. Geloven is aanvaarden wat God over je zegt. In zondag 24 gaat het om de ja-maars. Omdat de eenvoud van deze boodschap weerstand oproept.

Die ja-maars tegen het eenvoudig geloof hebben in zondag 24 betrekking op de goede werken. Dat is goed te begrijpen, omdat de catechismus is ontstaan in de hitte van het conlict met de Rooms-katholieke kerk. Zowel in de officiele leer van Rome als in de geloofservaring van katholieken speelden goede werken een belangrijke rol. Je moest er wel wat voor doen om gered te worden van Gods oordeel. Toch zeker voldoende giften overgemaakt, gebeden gezegd en praktische hulp geboden. En waar je tekort kwam, kon je een beroep doen op het overschot aan goede werken van de heiligen. Het leidde tot de bizarre vorm van aflaathandel: je kon je zonden met geldboete aan de kerk afkopen. Het leidde tot een fnuikende vorm van onzekerheid: je had mooit genoeg goede werken gedaan om zeker te zijn van de eeuwigheid. En het leidde tot een grauwsluier over Gods genade: het stralende werk van Christus en de Geest kwam onder de deken van angst.

We danken God voor de Reformatie: Sola fide: alleen door geloof, niet door goede werken. Sola gratia: alleen uit genade, niet uit verdienste. Zo gaat het werk van Christus stralen, krijgt de Geest ruimte, ontvangen mensen rust en wordt God geprezen.

Inmiddels kan ik zeggen dat deze strijd voorbij is. Gesprekken en ontwikkelingen hebben de Rooms-katholieke kerk steeds meer bij de protestantse positie gebracht. Aan het einde van de vorige eeuw werden officiele verklaringen uitgegeven met bekende klanken: alleen uit genade, alleen door geloof, niet op grond van enige verdienste van onze kant, maar alleen op grond van het werk van Jezus Christus. Een gereformeerd christen kan daar van harte mee instemmen. Er blijft nog genoeg te verhapstukken met de Rooms-katholieke kerk, maar op dit fundamentele punt is overeenstemming gevonden.

Dit betekent wat mij betreft niet dat we zondag 24 kunnen overslaan. Want de vragen zijn herkenbaar. Is eenvoudig geloven niet te simpel? Kan ik zelf niet iets doen voor de vrede met God? Door veel te bidden en te mediteren? Als ik netjes leef en goede dingen doe, zal God toch wel blij met mij zijn? Alleen geloof, dat is toch veel te gemakkelijk? Je moet toch ook leven naar Gods geboden? Ik moet toch een duidelijk gevoel hebben, voor ik mij Gods kind mag noemen? Mijn geloof moet toch wel goed genoeg zijn om gered te kunnen worden? Een ander moet toch wel aan een aantal voorwaarden voldoen, voor hij of zij belijdend lid van de kerk kan worden?

We willen niet over één kam geschoren worden met criminelen en terroristen. Dat we hen op de nieuwe aarde tegenkomen als ze zich op het einde van hun leven bekeren, is voor sommigen al een ergernis. Maar dat de vriendelijke buurvrouw en die aardige collega, die Christus niet willen kennen, daar misschien niet rondlopen, maakt het onverteerbaar. Daar zal God toch wel naar kijken. En zelf zoeken we graag een bevestiging dat we het goede geloof hebben. En dat ons geloof goed genoeg is.

Het zijn herkenbare vragen. Ik schuif een heleboel dingen bij elkaar. Rooms-katholiek, gereformeerd, reformatorisch of evangelisch: allemaal hebben we de neiging om ook naar onszelf te kijken. Zo is onze menselijk aard. Wij hebben de neiging om onze eigen prestaties naar voren te schuiven. Of onze eigen ervaringen. In de behoefte om meer zekerheid te krijgen. Om ons leven en onze toekomst een beetje te controleren. Om met enige rust te kunnen zeggen dat ons geloof goed genoeg is. Om in ieder geval later tegen God te kunnen zeggen dat we ons best hebben gedaan.

Deze menselijke neiging is een dodelijke val! Als een boemerang keert die weer op ons eigen hoofd terug. Wie zekerheid zoekt in eigen daden of ervaringen, die zal alleen maar meer onzeker worden. Ofwel je gaat hard proberen zo goed mogelijk te leven. Ofwel je probeert te voldoen aan de criteria van anderen. Ofwel je gaat onderzoeken hoe geestelijk je zieleleven is. Of hoeveel vertrouwen en blijdschap je hebt. Er zijn twee uitkomsten van dit proces: Ofwel je verklaart met enige hoogmoed jezelf tot een kind van God. Ofwel je blijft je leven lang zoeken naar rust. In beide gevallen doe je tekort aan Gods genade.

Een mens is geen medewerker aan het heil, maar slechts een ontvanger. Echt alleen ontvanger. Dat betekent dat je je vuisten ontspant en je kracht laat gaan. Het betekent dat je handen opent en alles loslaat wat erin zit. En dat je als een bedelaar je handen ophoudt naar degene die ze vullen wil met goud. De eenvoud van het geloof roept weerstand op. Wie wil een bedelaar zijn? Geen opties meer hebben, zwak overkomen, afhankelijk zijn van de goedgunstigheid van een ander? Je hebt toch je eigenwaarde en je eer? je hebt toch je ambities en je dromen? Je hebt toch je vaardigheid, slimheid, gevoel en kracht? Je bent toch iemand? Je mag er toch zijn? En het goede wat je doet mag toch gewaardeerd worden?

Nogmaals: hier ligt een dodelijke val. Van Adam en Eva, van koning Saul en van Judas de verrader. Ze verloren zichzelf. Je wordt pas iemand als je gelooft wat Jezus tegen je zegt. Als je jezelf toevertrouwt aan God, in het vertrouwen dat Hij een man van zijn woord is. Dat Hij weet wat Hij doet en dat waar is wat Hij zegt. Je wordt pas jezelf, als je niet probeert jezelf te redden, maar als je eerlijk erkent dat jij een zondaar bent en dat zelfs jouw beste werken niet volmaakt zijn. Dat God je accepteert omwille van Jezus Christus, is onvoorwaardelijk. Je ontvangt je identiteit: een bedelaar wordt aangenomen tot zoon of dochter van God. Alleen door te geloven dat je dat bent. Omdat Jezus het zegt.

2.Eenvoudig geloof geeft hoge spanning. Het contact.

De eenvoud van het geloof roept weerstand op. Weerstand zorgt voor spanning. Omdat de bron voor de weerstand diep in ons mens-zijn zit, loopt de spanning gemakkelijk op. Je merkt slijtage aan je geloof. De overgave van het ene moment is niet automatisch een blijvende houding. In de praktijk koekt het geloof zomaar weer aan. Komen onze eigen dingen er weer bij. Onze ideeën, onze ervaringen. Of de ideeën en de wensen van een ander.

Hoe overwin je dat? Hoe kom je tot het eenvoudige geloof voorbij de vragen: het aanvaarden van wat Jezus zegt? Hoe open je je handen en houd je ze op? Ook dat doet Gods Geest. Hij brengt in je in contact met Jezus Christus. Hoe belangrijk is het om steeds weer contact te maken met Christus! Dat kan op veel verschillende manieren. Door in de kerk naar zijn woorden te luisteren. Door in het Avondmaal het contact met hem te zoeken. Daar word je weer teruggebracht tot de houding van een bedelaar.

Bij sommige mensen is die ontdekking van Christus zó diep gegaan, dat er nog over gesproken wordt. Alleen al bij Galaten 3 noem ik een paar voorbeelden:

Paulus noemt Abraham als voorbeeld. ‘Zijn vertrouwen op God werd hem tot gerechtigheid gerekend.’ We lezen dit in het Oude Testament in de geschiedenis dat Abraham zijn zoon Isaak moet offeren. Echt alles moet hij loslaten: Isaak, zijn liefde en zijn hoop, zijn leven en zijn toekomst. En juist op dat moment vertrouwt hij op God. Als hem niets meer overgelaten wordt. De ervaring van een bedelaar.

Paulus is er persoonlijk een voorbeeld van. Zijn heftige reactie op de Galaten maakt iets duidelijk over hemzelf. Als iemand heeft moeten afleren dat je in eigen kracht iets kunt bereiken bij God, dan is hij het wel. In zijn ijver voor God kwam hij tot moordpartijen op Gods kinderen. Wie zou verwachten dat daar bij God vergeving voor bestaat? Laat staan dat die man ingezet mocht worden voor de evangelieverkondiging? Maar Jezus riep hem. Daar had hij het moeilijk genoeg mee. Maar hij vond rust in de gekruisigde Christus. Dat werd hem vervolgens heilig.

Het probleem bij de Galaten lag nog weer anders. Zij vonden het belangrijk om naar de joodse wetten te leven: besnijdenis, sabbat, joodse feesten. Dat werd een voorwaarde om bij de gemeente te horen. Opnieuw werd mensen iets gevraagd te doen, voordat ze geaccepteerd werden. Niet alleen geloof was beslissend. Paulus spreekt hen aan op hun eigen geloof: hebben ze Gods Geest ontvangen omdat ze volgens de wetten leefden? Of omdat ze naar God hebben geluisterd en op hem vertrouwden?

Eeuwen later herontdekt Maarten Luther ook door Galaten 3 de kracht van het evangelie. Vastgelopen in de angst voor God en in de onvolmaaktheid van zijn goede dagen, ontdekt hij dat God een gevende God is. En dat ontvangen de enig passende reactie is. Luther is het zijn leven niet meer kwijtgeraakt. Hij noemde juist dit aspect een geloofsartikel waarmee de kerk staat of valt.

Zo zijn er meer mensen te noemen: David, Petrus. Wat verbindt deze mensen? Melanchton zegt: het is het geschrokken geweten wat mensen tot overgave aan Christus brengt. Een besef van faillissement, van leeggeslagen handen. De ervaring van de bedelaar. Waarmee de vreugde vanwege de vrijspraak een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Deze mensen zijn bekend geworden. Begrijp me goed: het zijn geen modellen, waaraan wij moeten voldoen. Maar wel illustraties van eenvoudig geloof: ze werden gedwongen om af te zien van eigen prestaties en leerden alleen te leven van wat Jezus zegt. Door de Geest ontstond er contact met Jezus Christus.

3.Eenvoudig geloof geeft hoge spanning. De stroom.

Eenvoudig geloven. Als de hoveling: geloof wat Jezus tegen je zegt. Meer is geloven niet. Minder ook niet. Als hij zegt dat je zonden je vergeven zijn, dan zijn ze je vergeven. En wij doen er goed aan elkaar dan ook te vergeven. Als hij zegt dat je welkom bent in het huis van de Vader, dan ben je welkom. En wij doen er goed aan elkaar dan ook welkom te heten. Hoef je daar niets voor te doen? Nee, helemaal niets. Hoef ik mijn levensstijl daar niet voor te veranderen? Nee, dat is niet noodzakelijk om gered te worden.

Ja, maar ik kan toch zo niet doorleven als ik christen word? Ja, maar als ik belijdenis doe, kan ik toch niet blijven stappen en drinken in de nacht voor de zondag om ’s morgens uit te slapen? Nee, dat klopt. Je hebt gelijk. Maar dat zijn gevolgen, geen voorwaarden. En gevolgen moet je gevolgen laten zijn. Vruchten zijn geen wortels. Als ik bij een klodder rode verf een klodder geel doe, is het gevolg dat de verf oranje wordt. Maar het zou zot zijn om te zeggen: het moet eerst oranje worden, voordat ik er geel bij doe. Oorzaken, middelen en gevolgen moet je niet door elkaar halen.

Zo werkt het geestelijk niet minder. Als je gelooft wat Jezus tegen je zegt, dan krijgt dat gevolgen. Want het zijn geen kleine dingen die Jezus zegt. Je krijgt je nieuwe identiteit: je vindt jezelf terug in Christus. En raakt verbonden aan hem: hij in jou en jij in hem. En dan gaat zijn Geest aan het werk. Met inzet van jezelf. Je staat anders in het leven, gaat anders om met je eigen wensen en ideeën, reageert anders op mensen en omstandigheden. Je levensstijl verandert, je keuzes veranderen. Dat zijn de gevolgen. Noodzakelijke en onvermijdelijke gevolgen. Maar wel gevolgen: geen voorwaarden.

Een mooi voorbeeld hoorde ik onlangs in een zustergemeente. Een man zonder christelijke achtergrond kwam in contact met het evangelie. Een van de eerste dingen die hij zei was: maar ik ga vast niet elke zondagmorgen naar de kerk. De predikant antwoordde: dat laat ik graag aan de Heilige Geest over. De man kwam tot geloof, werd gedoopt en geaccepteerd in de gemeente. Hij kwam vaker in de kerk, maar niet elke zondagmorgen. Tot er een vacature voor hulpkoster was, waar hij wel belangstelling voor had. Met als gevolg dat hij inmiddels wel vrijwel elke zondagmorgen in de kerk te vinden is.

Zo gaat het niet altijd. Groei in christelijk leven gaat niet vanzelf. Het vraagt keuzes, inzet, studie, offers. Maar wel steeds vanuit de bron. Niet voor niets spreekt Jezus van vruchten. Als er geen vruchten zijn, ga je geen plastic appeltjes in de boom hangen. Je gaat iets doen aan de boom: heeft die voldoende water, voldoende, licht, voldoende rust en ruimte, voldoende voedingsstoffen. Dat kost inspanning, zeker. Maar het gevolg is: meer levenssappen: meer vruchten. Alle inzet is gericht op groei in het eenvoudig geloof: steeds meer leren aanvaarden wat de Heer tegen je zegt. Je toevertrouwen aan zijn woord en aan zijn Geest. In de verwachting dat de Heer aan het werk gaat. Omdat zulk geloof je aan Christus verbindt. Eén maakt met Christus. Daardoor verandert de Geest je steeds meer tot wie je bent.

Het geloof van de hoveling: hij geloofde wat Jezus tegen hem zei. En het houding van de bedelaar: lege handen omhoog steken om te laten vullen. Dat is eenvoudig geloven. Deze eenvoud geeft weerstand. Het is geloof tegen de realiteit in, omdat je je een zondaar weet. Maar toch is het geen overschreeuwen van de realiteit. Het is het naspreken van wat God over je zegt in Jezus Christus. Je hebt er werk aan om te blijven vechten tegen je neiging om van jezelf iets in te brengen bij de Heer. Of om dingen toe te voegen aan het eenvoudig geloof. Of om anderen meer op te leggen dan Jezus doet. Geloof wat Jezus tegen je zegt! Ga de strijd aan om de eenvoud niet te verliezen en weer terug te winnen. De Heer laat je daarin niet alleen. Hij geeft ons hiervoor aan elkaar. En is zelf in zijn Geest bij je.

Amen

Ds. Kees van Dusseldorp

Vanaf 2007 tot 2012 is ds. Kees van Dusseldorp predikant geweest van onze gemeente. Preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een preek gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: keesvandusseldorp.wordpress.com/
terug naar boven