Psalm 27: 4

Preek over Psalm 27:4
Lezen Ps 27 en Lucas 2:  41 – 52
Capelle aan den IJssel, 13 januari 2013
C. van Dijk

Gemeente van Christus,

Wanneer is een mens volwassen? 18 jaar, 21 jaar? Van allerlei getallen bestaan daarbij. 

De een zegt: als ik 18 ben mag ik stemmen en autorijden , dan ben ik volwassen. 

Een ander noemt een andere, veel hogere leeftijd: ik was 40 toen er bij mij iets van volwassenheid begon te dagen…

 

In Israël heb je al eeuwenlang de gewoonte dat jongelui op 12 jarige leeftijd hun Bar Mitzwa doen. Dat betekent dat ze vanaf dat moment zoon der wet zijn: ze zijn zelf aanspreekbaar op hun gehoorzaamheid aan de geboden. Ze zijn niet langer meer helemaal onmondig.

 

En ook van de Here Jezus hebben we iets gelezen dat er wel wat aan doet denken. Op zijn twaalfde in grote zelfstandigheid in de tempel. Begrijpelijk ook bij een zondeloos kind, dat ouders dat veel vrijheid geven. 

Maar Hij is wel ruim 30 jaar voor we weer iets van Hem horen. 

Nee, we zijn bij deze Jezus van 12 jaar bepaald nog niet op een eindpunt. 

 

In de kerk kennen we het moment van openbare geloofsbelijdenis. Dat is niet aan leeftijd gebonden. Het gaat er om dat je echt gelooft en als gelovige de verantwoordelijkheid voor je leven wilt nemen. We bieden standaard 7 jaar catechese aan, van 12 tot 19 jaar. Maar ieder vindt onderweg zijn eigen route hopen we. 

 

Wanneer is een mens volwassen?

Je kunt daar denk ik geen leeftijd voor geven. Je kunt beter werken met bepaalde eigenschappen, vaardigheden die je moet ontwikkelen. Ontwikkelingstaken noemen ze dat geloof ik in de ontwikkelingspsychologie. 

De eerste les van de belijdeniscatechese besteed ik daar meestal ook aan. Niet zozeer over volwassenheid, als wel over wat heb je nodig om belijdenis te doen. 

 

Volwassenen kunnen de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven dragen. En ze zijn in staat om voldoende met hun naasten te communiceren. 

Een kenmerk van volwassenheid, en van beschaving, zo je wilt, is dat je andere mensen ziet staan en rekening met ze houdt. Wie dat niet doet, is onvolwassen of onbeschaafd. Die moet nog maar wat aan zijn persoonlijk ontwikkelingsplan werken. 

 

Maar dat vermogen met anderen rekening te houden, dat we tot volwassenheid rekenen, dat we ook beschaving kunnen noemen hangt ook nauw samen met ons christelijk geloof. Rekening houden met anderen, je naaste liefhebben. Dat is een van de grote kernen van het christelijk geloof. Je naaste liefhebben als jezelf. Het is een kern van gehoorzaamheid en van mens-zijn die de hele bijbel doortrekt. 

 

Geloof zonder dat het door de liefde gaat werken, ook niet in de laatste plaats in concrete liefde voor de naaste, is dood geloof. Zo leert ons de apostel Jacobus. 

 

Dus bij een bewust gelovige houding hoort dat je oog hebt voor je naaste. 

 

Maar nu doet zich vandaag iets vreemds voor, in psalm 27 en in wat we van de Here Jezus lazen. Het lijkt haast wel alsof de bijbel niet met ons meegaat in onze waardering van dat sociaal mens zijn… 

In Psalm 27 is de naaste nou niet bepaald iemand om dol op te zijn. Dat idee van ‘Heb je naaste lief’ dat klinkt in psalm 27 niet zo sterk door. 

 

Er zijn wel anderen in psalm 27. Maar die anderen zijn niet mensen waar de hoofdpersoon dol op is. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor die ander lijkt het en heeft er geen zorg voor… Kwaadwilligen kwamen op mij af om me levend te verslinden. Zo kijkt de psalm tegen de naaste aan, lijkt het wel. Vijanden zijn het. Ze voeren oorlog tegen David. Valse getuigen staan tegen hem op… geweldsdreiging…. 

En vader en moeder, de mensen waarvan je toch niets te duchten hebt, zou je denken.. Die zijn weggegaan… Ze hebben de dichter ook in de steek gelaten. Of ze zijn al gestorven.  

Er is er nog maar een over om bij te schuilen: God. 

 

Kijkt een christen zo tegen de wereld aan? Ervaart hij het zo? Als een vijandige wereld? Niet als een wereld om lief te hebben, met God mee? Niet als een werkterrein om er te getuigen van de Here en zijn macht en zijn liefde? De blijde boodschap van de Here Jezus verder brengen? 

 

Je krijgt echt de indruk dat de dichter maar een verlangen heeft. 

Niets meer met de mensen. Die mensen zijn een bedreiging of een teleurstelling.

 

Ik vraag aan de HEER één ding, 

Het enige dat ik verlang:

Wonen in het huis van de HEER

Alle dagen van mijn leven,

Om de liefde van de HEER te aanschouwen,

hem te ontmoeten in zijn tempel.

 

Nou, dat lijkt dan toch wel een beetje goed, maar met een minder goed randje. 

 

Wat moet nu je voornaamste verlangen zijn? Ik weet we zijn al weer een tweetal weken onderweg, maar wat moet je voornaamste goede voornemen zijn? 

Tot een zegen te zijn voor anderen… 

Het evangelie vrijmoedig verder brengen bij mensen in mijn buurt… 

Mijn kinderen goed voor te leven wat het is om christen te zijn… 

 

Maar nu lezen we daar helemaal niets van. De dichter van psalm 27 lijkt helemaal tot zijn recht te komen als hij naar de tempel mag en daar mag blijven. Levenslang daar blijven… Elke dag van begin tot eind in de tempel… Gaat de man in het klooster?

 

Maar David, je bent toch geroepen tot een andere taak? Je moet toch koning zijn. Dan moet je toch rechtspreken, beleid doornemen, gasten ontvangen, vergaderingen leiden. Oorlogen voeren. Socializen.

Man, je kunt je toch niet terugtrekken?

 

Nee, het komt me bij eerste lezing een beetje vreemd, asociaal over. En gereformeerd als we zijn hebben we niets met dat kloosterachtige van de tekst.

 

Maar ja, dan lezen we Lucas 2 en dan zien we bij de Here Jezus hetzelfde. Jezus, een jongen van 12 jaar. Hij lijkt de tijd en de verhoudingen even helemaal vergeten te zijn. Hij is waar Hij wil zijn. In het huis van zijn Vader. In de dingen van zijn Vader. En het kan Hem niet lang genoeg duren. 

Stel het je voor: he, is de preek nou al klaar? Is er nog ergens anders een dienst? 

En de belangrijkste vragen in de preekbespreking komen van de jonge Jezus. 

 

Van verlangen smacht mijn ziel 

naar de voorhoven van de Heer. 

Mijn hart en mijn lijf 

roepen om de levende God. 

 

Wat hou ik van uw huis, Heer van de hemelse legers… 

 

Wat zuigt Hij het in zich op, dat Woord van God. En wat spreekt het voor Hem vanzelf dat Hij daar is. Hij kan zich niet voorstellen dat zijn ouders maar even hebben gedacht dat Hij ergens anders  zou kunnen zijn. This is the place to be…

 

Kunnen we er ons iets bij voorstellen? Jongelui? Dat je bijbelstudie zo gaaf vindt? Dat je er zo in kunt op gaan? 

Ik eigenlijk niet. De Heer als twaalfjarige laat zien waar mijn gebrek ligt: in mijn motivatie, in mijn belangstelling, in de liefde van mijn hart. 

Gelukkig dat Hij dat blootlegt en gelukkig dat Hij dat ook wil verzoenen, die gebrekkigheid van mijn leven. 

Gelukkig maar dat Hij gekomen is om voor ons de Heilige Geest te verdienen die weer nieuwe motivatie bij mij laat ontstaan om de bijbel weer op te nemen, Nieuwe belangstelling, nieuwe liefde… Om weer naar anderen, leraren van de kerk, te luisteren. Om te verkeren in de dingen van onze Vader in de hemel. In het huis van de Here verblijven tot in lengte van dagen…

 

En bij de Here Jezus is het niet zo geweest dat Hij in die studie wegvluchtte van het echte leven. 

Als er een persoon is geweest die zich in liefde heeft gegeven voor de naaste, dan is het wel de Here Jezus. Er is nooit een leven geweest dat meer vruchtbaar is geweest voor de naaste dan dat van Hem. 

Hij weet wat liefhebben is. 

Hij weet wat echte aandacht geven is. 

Hoe vaak lezen we het niet dat Hij iemand aankijkt. Wat een bijzondere ervaring moet dat voor de mensen zijn geweest, als Jezus je aankeek. Met die ogen van God. 

En tenslotte heeft  Hij zijn leven gegeven als een losprijs voor velen. Nee, dat de Here Jezus aan de mensen geen boodschap had, dat kun je niet beweren. Dat Hij koos voor een klooster, weg van de mensen. 

 

*

Maar toch is ook psalm 27 voor Hem helemaal waar. Hij vervult hier in zijn jeugd die oude psalm.

 

Ik vraag aan de HEER één ding, 

Het enige dat ik verlang:

Wonen in het huis van de HEER

Alle dagen van mijn leven,

Om de liefde van de HEER te aanschouwen,

hem te ontmoeten in zijn tempel.

 

En dat staat allemaal in dienst van die ene levenstaak. Die kan Hij blijkbaar niet volbrengen als Hij zich niet al die uren in de studie van de Thora heeft gegeven. 

Leven in de wereld, ogen hebben vol liefde voor zijn naasten. Zijn leven geven voor de zijnen, Hij kon het alleen volbrengen vanuit de tijd die Hij hier doorbrengt. 

 

En zo kennen we Hem ook later in zijn leven: als Hij dagenlang de mensen onderwijst, dan is Hij in de nacht aan het bidden. In contact met zijn hemelse Vader. Daar ontstaan zijn uitspraken. Daar wordt Hij de leraar van Israël en van de wereld. Daar wordt Hij de grootste wijsheidleraar die de wereld ooit gekend heeft. Daar wordt Hij zo perfect afgestemd op God. Ik en de Vader zijn een…. Daar wordt Hij eenswillend met zijn Vader: niet mijn wil, maar de uwe geschiede.. Tot op het kruis. 

 

We lezen hier de vervulling van ons tekstvers. Wij lezen psalm 27 en we krijgen het gevoel dat David bedoelt: bij wijze van spreken dan… Want dag en nacht bij God dat is natuurlijk geen doen. 

Nee, werkelijk Het enige dat ik verlang is dat ik er ben voor u. Dat ik weet en steeds beter leer weten wie u bent, wat u wilt; waar U naar op weg bent. 

 

Een koning in Israël moest zijn zoals in psalm 1: hij overdenkt de wet bij dag en bij nacht. 

Deut 17: 18 – 20

Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust. 19 Hij moet het onder handbereik hebben en erin lezen zolang hij leeft. Zo leert hij ontzag te hebben voor de HEER, zijn God, en alle wetten uit dit boek in acht te nemen. 20 Dan zal hij zich niet inbeelden dat hij meer is dan anderen en in enig opzicht boven de wet staat, en zal zijn koningschap over Israël bestendigd worden en op zijn zonen overgaan.

 

Hier is de grote zoon van David. En Hij staat niet boven de wet. Hij onderwerpt zich er aan. Hij vindt zijn vreugde in de woorden van zijn Vader, in de dienst van zijn Vader. 

 

Alleen zo kan Hij straks dienst doen. Zo kan Hij zijn levenstaak vervullen. 

 

*

En zo moeten we dus ook Psalm 27 lezen. Niet als een geestelijk egoïsme dat zich uit de wereld terugtrekt in het klooster. Waar geen wezenlijke ruimte voor de ander is. Maar zoals de kloosters vanouds bekend stonden: plekken waar vanuit de liefde voor de Here de werkelijke liefde en dienst aan de wereld en de naaste geboren worden. 

 

En zo moeten wij het vandaag ook nog steeds zien. De kerk moet dit en de kerk moet dat. We moeten onze waarde in de wereld voortdurend bewijzen. Of we de armen opvangen, of we een relevante boodschap hebben voor de man in de straat. Of we de naakten kleden en de hongerigen voeden. Het is allemaal ontzettend belangrijk. 

Maar niet als leeg activisme. Het moet geboren worden op de plek waar God is. 

 

Ik vraag aan de HEER één ding, 

Het enige dat ik verlang:

Wonen in het huis van de HEER

Alle dagen van mijn leven,

Om de liefde van de HEER te aanschouwen,

hem te ontmoeten in zijn tempel.

 

 

Onze activiteiten moeten in de kerk geboren worden. Rondom de avondmaalstafel. Daar moet onze liefde groeien voor de wereld en de mensen. Het echte liefhebben begint in Gods huis. En het is daarom ondenkbaar om net als Jezus te willen zijn, maar dit wezenlijke ‘zijn in de dingen van mijn Vader’ over te slaan. 

 

Daar is het geboren bij de Here Jezus. Vanuit dat eerbiedige luisteren en gehoorzamen. 

 

God ontmoeten. Dat is in de tekst de climax waar dat wonen in Gods huis omgaat. 

Om de liefde van de HEER te aanschouwen,

hem te ontmoeten in zijn tempel

 

En dat is ook wat zo belangrijk is in Psalm 27: de nabijheid van God zoeken, zijn aangezicht, zijn gelaat opzoeken. Een dialoog met jezelf staat daarover in de psalm: 

Mijn hart zegt u na: 

zoek mijn nabijheid. 

Uw nabijheid Heer wil ik zoeken… 

 

Dichtbij God. Dichtbij zijn gelaat.

Daar kun je nooit dichtbij komen zonder Jezus. Zonder dit Kind van 12 dat het je voorgedaan heeft en die het volbracht heeft. 

Altijd Gods aangezicht gezocht. 

Ook en zelfs toen God zijn aangezicht voor Hem verborg. 

Mijn God mijn God waarom verlaat Gij mij…. 

Wijs uw dienaar niet af in toorn. 

God wil dichtbij zijn in ons leven. Hij leert ons Hem telkens weer op te zoeken. Zelfs als je vader en je moeder het laten afweten. Dan is Hij er nog. Omdat Jezus verlaten was van zijn Vader aan het kruis. En ook omdat Hij verlaten was van vader en moeder die Hem niet begrepen. 

 

Zo heeft de Here dat ervaren.  We zien hem tenslotte Jeruzalem verlaten en naar Nazareth gaan. Zonde van zo’n begaafde student dat Hij niet mag blijven. Maar Hij gaat. Hij onderwerpt zich aan zijn ouders Hij volbrengt de gehoorzaamheid aan Gods geboden Ook aan het heb eerbied voor je vader en je moeder. 

 

Wie zo op weg gaat, in de kracht van de Heer. Ook in de kracht van het Woord, die mag het verwachten: de goedheid van de Heer zien, in het land van de levenden. Tussen de mensen iets te vinden van de goedheid van God. Niet in het klooster alleen, maar tussen de mensen waartussen de Here je plaatst. De goedheid van God in het land van de levenden. Amen.

Ds. Kees van Dijk

Vanaf eind 2003 tot begin 2014 is ds. Kees van Dijk predikant geweest bij onze zustergemeente van Capelle-Noord. De preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een van deze preken gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: ommen-no.gkv.nl/
terug naar boven