Geschiedenis van onze gemeente

Voorgeschiedenis

Het drassige land in deze streken is vanaf ongeveer 1100 ontgonnen vanaf de noordoever van de IJssel. Dat is het begin van 'Kapelle op d'lJssel' rond de Dorpskerk. Daarnaast ontwikkelde zich de Vissersbuurt Keeten, nu Capelle-West. Daartussenin stond het slot, na 1798 in verval geraakt en gesloopt. Bermweg 332De grachten, het herenhuis dat op het landgoed gestaan heeft (met gedenksteen), en het dievenhuisje zijn gebleven als getuigen. Als derde 'kern' naast Dorp en Keeten ontwikkelde zich na de drooglegging van de Prins Alexanderpolder (1874, een meer ontstaan uit afgegraven laagveen) Schinkelsveen. De polderwerkers en de door het nieuwe land aan getrokken boeren en tuinders maakten van De Schinkel of Schenkel (ook: De Polder genoemd) een dorp met een eigen karakter.

 

Kerkstichting in De Polder

De mensen in De Polder gingen voor een roomse dienst naar Kralingen en voor een protestantse dienst naar de liberale Dorpskerk. Er waren wel groepjes 'verontrusten' die hun honger naar het Woord van God stilden door elkaar thuis een goede preek voor te lezen en over het geloofsleven te spreken. Uit een van deze 'conventikels' is onder leiding van H. Stam de gemeente ontstaan die vandaag nog vergadert in 'Eben Haëzer' aan het Ericaplein. Stam werd in 1896 door ds. B. Sterkenburg bevestigd als predikant.
Er was ook evangelisatiewerk: de Kralingse timmerman L. 't Hoen stichtte in De Polder een zondagsschool. In 1879 liet hij op zijn kosten een school voor Christelijk Onderwijs bouwen op de hoek van de Bermweg en de Capelseweg: de Prins Alexanderschool.

Slot

De beweging van de Doliantie kreeg invloed in Capelle. Het hervormde kerkbestuur weigerde echter voorlichting te geven. Het vond dit geheel in strijd met de roeping des kerkeraads, welke is om mede te werken tot den bloei der Nederlandse Hervormde Kerk en niet om haar te verwoesten.

Maar met medewerking vanuit de dolerende classis Rotterdam is uiteindelijk op 19 januari 1888 de Nederduits Gereformeerde Kerk gesticht. Ouderlingen waren de broeders Jacob Haasbroek en Dirk van der Valk, armenverzorgers (wij zouden nu diakenen zeggen) de broeders Adrianus Vuijk en Pieter Oostlander.

Gereformeerde Kerken in Capelle, Het Veer en Krimpen

De kerk gaat voor ƒ100,- per jaar vergaderen in de PrinsAlexanderschool. September 1888 doen acht catechisanten belijdenis. De eerste predikant is ds. M. van den Boom. Hij arriveert in december 1892. De tweede predikant is ds. W. Hoogland. Hij was blind. Capelle was zijn eerste en enige gemeente. Hij wordt hier bevestigd op 25 juli 1897 en gaat met emeritaat op 25 oktober 1921. In 1913 bouwt de gemeente een eigen kerk aan Bermweg 332. 

Omstreeks 1916 begint de Gereformeerde Kerk (naam sinds 1892) diensten te beleggen en catechisatie te geven in de christelijke school aan de IJsselmondselaan in Capelle-West voor de kerkleden daar. In 1918 werkt Capelle met de kerk te Kralingen samen voor de instituering van een gereformeerde kerk in 'Het Veer', het tegenwoordige Kralingseveer (in 1941 geannexeerd door Rotterdam). Veertig van de honderdtien leden sluiten zich bij deze nieuwe gemeente aan. De classisvergadering die toestemming geeft voor de instituering, aanvaardt ook een hulpvraag van de kerk te Capelle voor ƒ500,- per jaar.
De nieuwe gemeente ging na de Vrijmaking ook de kerkleden in Krimpen aan den IJssel herbergen. In 1964 ging de kerk Kralingseveer/Krimpen aan den IJssel heten. Vanaf 1966 kerkt men in Krimpen. Nu de leden te Kralingseveer en Capelle-West zijn opgegaan in de kerk te Capelle aan den IJssel-Zuid/West zet deze gemeente haar bestaan voort als Gereformeerde Kerk te Krimpen aan den IJssel.

De vrijmaking

De onrust in de gerefomeerde kerken tijdens de Tweede Wereldoorlog liet de kerk te Capelle niet ongemoeid. Ds. D.K. Wielenga JDzn. was hier in die dagen predikant (1938-1945). In 1944 ging het spannen in de classis. In april tekende de kerkenraad bezwaar aan tegen de schorsing van prof dr. K. Schilder als hoogleraar aan de Theologische Hogeschool in Kampen en emeritns-predikant van Rotterdam-Delfshaven.
Op de classis van december 1944 bevatte de credentiebrief van de Capelse afgevaardigden de verklaring dat de kerkenraad zich niet gebonden achtte aan 'de uitspraken van de Synode 1943/44 ten aanzien van de schorsingen en afzettingen van ambtsdragers' en evenmin aan 'de binding aan de leeruitspraak, dat het zaad des verbonds is te houden voor wedergeboren en in Christus geheiligdtotdat bij het opwassen uit zijn leer of leven het tegendeel blijkt en de daarmee samenhangende en daaruit voortvloeiende besluiten'.
De classis stelde dit niet op prijs en schorste op 15 december 1944 ds. Wielenga en de ouderlingen W. Schouten en F.D. van den Dool. Een dag later schorste ze de ouderlingen G. Brouwer, C. Dorland en C. Klapwijk, en de diakenen A.A. Boers, H. Schippers en J. de Waardt. Op zaterdag 16 december maakten kerkenraad en gemeente zich vrij van leerbeslissingen die niet geëist werden door de Heilige Schrift.
Vijfenvijftig kerkleden hadden bij de classis al bezwaar ingediend tegen de koers van de kerkenraad. Uit hun midden werd zondag 17 december in De Uitkomst onder leiding van de classis een tegen-kerkenraad gekozen. Met 67 belijdende leden en 42 doopleden werd de 'synodale' Gereformeerde Kerk gevormd. De andere 450 leden (192 belijdende leden) beschouwden zich als de wettige voortzetting van de Gereformeerde Kerk te Capelle aan den IJsseL De rechter was het daarmee eens, zodat deze gemeente het kerkgebouw aan de Bermweg en alle inventaris, inclusief het archief, kon behouden.

1946-1976

De opvolger van ds. Wielenga (in 1945 naar Rotterdam-Centrum vertrokken), ds. J. Verlare (1946-1950) diende in 1950 samen met een ouderling het voorstel in om tot hereniging met de 'synodale' kerk te komen. De kerkenraad verwierp het voorstel. Maar desondanks gingen ds. Verlare, een ouderling, veertig belijdende leden en veertig doopleden over naar de 'synodale' kerk.
Eind jaren zestig waren de discussies rond de Open Brief. Ook in Capelle onttrokken zich leden. Zij voegden zich bij de - later: Nederlands Gereformeerde - kerk van Overschie, die toen 'buiten het verband' van de Gereformeerde Kerken stond.
Omstreeks 1966 had de kerk te Capelle ongeveer 420 leden. Intussen was de burgerlijke gemeente Capelle gebombardeerd tot' groeikern'. Daardoor was ook de kerk gaan groeien. Het kerkgebouw was oud en te klein geworden. Voorjaar 1970 werd een nieuw gebouw in gebruik genomen (architect: A.van der Lek). In de al voor ds. J. Rijneveld (1960-1968) gekochte pastorie aan het Meidoornveld, woonde toen ds. T. Dekker (1969-1976) met zijn gezin.

Doorgaande groei

Toen ds. A. Kooij hier arriveerde (februari 1980) telde de kerk al 800 leden. Een tweede predikantsplaats was noodzakelijk geworden. Augustus 1980 kon ds. C.l. Smelik in zijn ambt worden bevestigd. Ds. Kooij werkte in Capelle-Zuid, ds. Smelik in Capelle-Noord inclusief Nieuwerkerk aan den IJssel. September 1980 werd overgegaan tot dubbele diensten. Ook ging elke wijk zijn eigen ouderlingen en diakenen kiezen. De groeiende vraag naar vergaderruimte kon worden beantwoord met uitbreiding van het kerkgebouw. December 1985 werd De Voorhof - zoals het kerkgebouw bij die gelegenheid werd gedoopt - feestelijk geopend. Op 19 januari 1988 vond in de kerk een stijlvolle herdenking plaats van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Kerk te Capelle aan den IJssel. Bij die gelegenheid verscheen het gedenkboek Uit het duister van br. A. de Kievit.

 

Voortgaande instituering

In september 1991 naderde het aantal leden de 1100. De kerkenraad nam het besluit toe te werken naar de ontwikkeling van drie zelfstandige gemeenten: Capelle-Noord, Capelle-Zuid en Nieuwerkerk aan den IJssel. Dat hield ook in de instelling van een derde predikantsplaats (1992).
Vanaf 6 oktober 1991 werden in Nieuwerkerk kerkdiensten belegd. Op 1 januari 1994 kon tot (her)instituering in Nieuwerkerk worden overgegaan. Ds. Smelik werd predikant van Nieuwerkerk. Intussen had ds. R. ter Beek het op hem uitgebrachte beroep voor de derde predikantsplaats aangenomen. Hij werkt vanaf augustus 1993 in de Noorderwijk. Op 18 juni 1993 werd aan ds. Kooij op zijn verzoek ontslag verleend uit de dienst van Woord en sacrament. De vacature die daardoor ontstond in de Zuiderwijk werd vervuld toen ds. D.T. Vreugdenhi1 op 30 juni 1996 als predikant in Capelle werd bevestigd. De ontwikkeling van de wijken Noord en Zuid tot zelfstandige kerken kwam terug op de agenda. Een commissie van de classis adviseert eind 1995 o.m. de broeders en zusters uit Kralingseveer, Capelle-West en 's-Gravenland bij de vorming van een tweede gemeente in Capelle te betrekken. Op een gemeentevergadering op 22 april 1996 wordt bekend gemaakt dat 1 januari 1998 de streefdatum is voor afzonderlijke instituering.
Juni 1996 bericht de kerkenraad van Kralingseveer/Krimpen dat hij zal meewerken aan het institueren van een nieuwe gemeente die wordt gevormd uit de zuiderwijk van Capelle en het in de burgerlijke gemeenten Capelle en Kralingseveer gelegen deel van de kerk te Kralingseveer/K.rimpen. Vanaf dat moment is in groeiende eendracht door Capelle en Kralingseveer/Krimpen toegewerkt naar de instituering van Capelle-Zuid/West met ds. Vreugdenhil als predikant.
In een feestelijke dienst op nieuwjaarsdag 1998 in de Elimkerk is de Gereformeerde Kerk te Capelle aan den IJssel-Zuid/West geïnstitueerd.

Logo GKV Capelle-NoordLogo GKV Capelle-Zuid/West

 

terug naar boven