Pastorale Bezoekers Notitie CvD sept 2012

 Inzet Pastorale Bezoekers in GKV Capelle-Zuid/West

Instructie – september 2012

Inleiding

In de kerkenraad van GKV Capelle-Zuid/West is een aantal keren gesproken over pastorale zorg en begeleiding in de gemeente. Daarbij is de taak van ambtsdragers aan de orde geweest, inclusief hun mogelijkheden en beperkingen. Ook de gaven van niet-ambtsdragers, broeders en zusters, zijn in beeld gekomen. Dit heeft geleid tot een notitie ‘pastorale zorg’ waarin de wenselijkheid naar voren is gekomen om Pastorale Bezoekers structureel in te zetten in de gemeente. In dit document wordt deze inzet beschreven. De notitie ‘pastorale zorg’ fungeert hierbij als inhoudelijke basis.

Doel

  • Een Pastorale Bezoeker wordt ingezet voor de zielszorg aan mensen die moeite ervaren in hun leven en/of geloof. Te denken is aan het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen, aan psychische problematiek als eenzaamheid of depressiviteit, aan moeilijkheden in sociaal, maatschappelijk, medisch of relationeel opzicht. Te denken is ook aan geloofsvragen of moeiten in het aanvaarden van Gods leiding of genade.
  • In het verlengde van de zorg en nabijheid van de Heer Jezus Christus loopt een Pastorale Bezoeker voor een bepaalde periode mee op de levensweg ter bemoediging en versterking van de ander. 
  • Dit is een uitvloeisel van de opdracht om naar elkaar om te zien in de gemeente van Christus. Deze begeleiding functioneert binnen een kerkelijke setting. De Pastorale Bezoeker wordt ingezet waar de ‘gewone’ onderlinge contacten binnen de gemeenschap onvoldoende ondersteuning bieden en de ambtsdragers niet de mogelijkheid of gelegenheid hebben om de gewenste begeleiding te geven.
  • De Pastorale Bezoeker doet zijn/haar opdracht door ontmoeting en gesprek, waarbij luisteren en bidden belangrijke middelen vormen om de ander christelijk te troosten en te bemoedigen.

Status

 

  • Een Pastorale Bezoeker is een vrijwilliger, die door de kerkenraad voor een periode van drie jaar wordt benoemd. 
  • Hij/zij doet zijn werk onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Bij slecht functioneren heeft de kerkenraad het recht om deze benoeming in te trekken.
  • Een Pastorale Bezoeker maakt deel uit van een team van ten minste vier personen, van wie een als coördinator optreedt. Elk bezoek wordt gemeld bij de coördinator van het team. 
  • De wijkouderling is verantwoordelijk voor de pastorale zorg aan gemeenteleden. Een Pastorale Bezoeker meldt zijn contact bij de wijkouderling of predikant. Zij zoeken zonodig met elkaar overleg en afstemming.
  • Een Pastorale Bezoeker heeft de plicht om vertrouwelijk om te gaan met datgene wat hij/zij te horen krijgt. Rapportage zal altijd met medeweten van de betrokkene gebeuren.

Werkwijze

 

  • Het gaat om zielszorg: zo mogelijk wordt er in een bezoek uit de Bijbel gelezen en gebeden.
  • Gemeenteleden kunnen op eigen initiatief contact opnemen met een Pastorale Bezoeker. Ook kan een Pastorale Bezoeker zelf initiatief nemen om iemand op te zoeken. Maar de belangrijkste ingang wordt gevormd door ambtsdragers, die er alert op zijn om in situaties van moeiten een Pastorale Bezoeker in contact te brengen met een gemeentelid.
  • Een van de ouderlingen is contactpersoon tussen de kerkenraad en het team Pastorale Bezoekers. Hij fungeert in de kerkenraad ook als ambassadeur van het werk van de Pastorale Bezoekers.
  • Het werk van een Pastorale Bezoeker is vrijwilligerswerk. Daarmee zijn grenzen gegeven. Gewaakt moet worden over de hoeveelheid en intensiteit van het bezoekwerk. De coördinator van het team speelt hierin een belangrijke rol. Wanneer de problematiek om professionele hulp vraagt, zal de Pastorale Bezoeker hierin stimuleren en zo mogelijk op weg helpen.
  • De begeleiding en ondersteuning wordt voor een beperkte tijd geboden, zodat er geen langdurige en onduidelijke afhankelijkheidsrelatie ontstaat. De Pastorale Bezoeker moet in sommige situaties overwegen om niet alleen te gaan, maar samen met een ander.

Profiel: van een Pastorale Bezoeker wordt verwacht dat hij/zij

 

  • een betrokken leerling van Jezus Christus is, zich als belijdend en meelevend lid van de gemeente laat kennen, over een goede bijbelkennis beschikt en in gebed kan voorgaan.
  • enige levenservaring en een goed invoelingsvermogen heeft en over gaven van luisteren, zwijgen, bemoedigen en bidden beschikt.
  • goede contactuele eigenschappen en mensenkennis heeft, waarbij betrokkenheid niet in mindering komt op het stellen van grenzen en ruimte laten voor eigen verantwoordelijkheid.
  • zijn of haar eigen mogelijkheden en beperkingen kent, kan nadenken over zijn/haar handelen en spreken en bereid is zich te laten adviseren en corrigeren binnen het team.
  • een beetje kan inschatten wat een gemeentelid wel en niet nodig heeft en (zonodig in overleg met het team) zonodig kan adviseren in de richting van professionele hulpverlening.
  • in overleg met het team zoekt naar mogelijkheden om zichzelf verder toe te rusten voor het pastorale bezoekwerk door middel van cursussen, workshops of themadagen. 
  • actief deelneemt aan de besprekingen van het team Pastorale Bezoekers, die minimaal vier keer per jaar worden gehouden en waar de contactouderling minimaal eens per jaar bij aanwezig is.

Start

 

  • De kerkenraad spreekt met de voorbereidingscommissie over de inzet van Pastorale Bezoekers. Daarna wordt de gemeente actief geïnformeerd. 
  • Gemeenteleden krijgen de mogelijkheid zichzelf of anderen aan te melden die geschikt worden geacht voor deze functie. De kerkenraad gaat na bespreking over tot benoeming.
  • In geval van een vacature heeft het team de mogelijkheid om zelf met een nieuwe voordracht te komen. Minstens eens per drie jaar wordt ook de gemeenteleden gelegenheid gegeven om personen te noemen. 
  • Aan een benoeming zal op gepaste wijze aandacht worden gegeven in een kerkdienst. 

 

 

Capelle, september 2012. 

Froukje de Boer, Janny Frijlink, Wilma Sikkema, Paulien van Hijum, Wim-Anne van der Wijngaard, Arie Schenkel, Kees van Dusseldorp

Lees meer...

Notitie pastorale zorg in Capelle-Zuid/West -versie maart 2012-

 

  1. Omschrijving dr. P.W. van de Kamp (2005): Pastoraat = mensen (aan-sprekend) helpen om hun persoonlijke situatie te leren verstaan en te leren ervaren in het licht en de lijn van Gods evangelie met het oog op hun zelfstandig geestelijk functioneren.
  2. Verwachte termen zijn: pastoraat, pastorale zorg, zielszorg, counseling, geestelijke verzorging. Klassiek is de indeling in vier functies van het pastoraat: helen, bijstaan, begeleiden, verzoenen.

 

Bijbels-theologisch lijnen.

  1. In het NT is ‘paraklese’ een basiswoord, dat je kunt vertalen als: ‘aan-spreken’ de één spreekt de ander aan in aansporende, bemoedigende of corrigerende zin. We kennen het woord uit de Geest als de ‘Parakleet’ (Joh.14:16; 26; 15:26; 16:7), vertaalt als Trooster, Pleitbezorger, Advocaat, Getuige, Bijstand, Helper. Dit ‘aan-spreken’ gebeurt “bij de naam van onze Here Jezus Christus” (1 Kor.1:10, vgl. Rom.12:1; 15:30; 2 Kor.10:1).  Dit ‘aan-spreken’ is gericht op geloofsgroei – op volwassenheid als gelovige. 
  2. Een belangrijk beeld is dat van het herderschap. De HEER als de herder van Israël (Ps.23; 80; Ez.34); Jezus als de goede herder (Joh.10; 1 Pet.2:25). Ook mensen worden aangesteld om het herderswerk in Gods naam te verrichten (Joh.21:15-17; Hand.20:28; Ef.4:11; 1 Pet.5:2). Nauw verwant aan de ‘herder’ is de ‘opziener’ of ‘wachter’.
  3. Allereerst is God degene die de heilzame aanspraak doet (2 Kor.1:3; Rom.15:4). Als opdracht wordt dit ook gegeven aan de ambtsdragers: 1 Tim.4:13; 6:2; Tit.1:9. Uit Rom 12:8 blijkt vervolgens dat dit ‘aan-spreken’ een charisma is, gegeven aan de gelovigen ten dienste van haar opbouw (Ef.4:3; Fil.2:1). De onderlinge paraklese is wezenlijk voor de gemeenschap: christenen dragen verantwoordelijkheid voor elkaar.
  4. In het NT het aspect van ‘elkaar’ een terugkerend thema. Elkaar liefhebben (Joh.13:34-35; Joh.15:12-17; Rom.13:8; 1 Joh.3; 4); elkaar voorgaan (Rom.12:10); elkaar aanvaarden (Rom.15:7; Ef.4:2); elkaar terechtwijzen (Rom.15:14; Kol.3:16; 2 Thes.3:15; Heb.3:13); voor elkaar zorgen (1 Kor.12:25); mee lijden met elkaar (1 Kor.12:26); elkaar dienen (Gal.5:13; Ef.5:21; 1 Pet.5:5); elkaar vergeven (Ef.4:32; Kol.3:13; 1 Pet.4:8); elkaar onderwijzen (Kol.3:16); elkaar troosten (1 Thes.4:18); elkaar bemoedigen (1 Thes.5:11); op elkaar letten (Heb.10:24); elkaar aansporen (Heb.10:25 1 Thes.5:14); voor elkaar bidden (Jak.5:16); aan elkaar zonden belijden (Jak.5:16); gastvrij zijn voor elkaar (1 Pet.4:9).

 

Ambtsdragers en pastorale zorg.

  1. Ambtsdragers een eigen verantwoordelijkheid in pastoraat als herders over de kudde (1 Pet.5:2; Hand.20:28), als mensen die waken over de zielen (Heb.13:17).
  2. Ambtsdragers zijn altijd gericht op toerusting van de gemeente tot dienstbetoon (Ef.4:11-12), zodat de gemeente wordt opgebouwd door de dienst van allen (Ef.4:16).

 

Vrouwen in pastoraat.

  1. De Bijbel kent in Oude en Nieuwe Testament wijze vrouwen, die veel hebben betekent voor Gods Koninkrijk, ook in het openbaar van de samenleving (OT) of de gemeente (NT). Sommigen van hen worden profetes genoemd.
  2. Vrouwen en mannen delen in de gaven van de Geest en worden opgeroepen om die gaven aan te wenden ten dienste van de gemeenschap. Niet alle diensten zijn overigens verbonden aan een ambtelijke positie. 
  3. In het NT vinden we een aantal vrouwen die door hun wijsheid opvallen: Priscilla (Hand.18:26); Febe (Rom.16:1); Dorkas (Hand.9:41); Lydia (Hand.16:15). Oudere vrouwen worden ingezet voor bemoediging en hulp aan jongere vrouwen, waarschijnlijk zelfs in de vorm van een duidelijke aanstelling (Tit.2:3-5; 1 Tim.5:3-16; 1 Tim.3:11). Daarnaast wordt in de Bijbel de zorg voor de man en kinderen geprezen (Ef.5:22; 1 Pet.3:4; 1 Tim.2:15; 5:14). Jonge, ongetrouwde vrouwen hebben hun eigen mogelijkheden voor het Koninkrijk (1 Kor.7:34).
  4. Onderzoek in de CGK (1999) heeft duidelijk gemaakt dat er buitengewoon veel werk in de gemeente door de zusters wordt verricht, met grote variatie en veel invenitviteit. Het bezoekwerk springt er nog eens extra uit.
  5. Als problemen worden in dit onderzoek ontdekt: 

 

    • Vrij algemeen wordt erkend dat vrouwen met hun specifieke gaven, kijk op de dingen, gevoeligheid en gespreksvaardigheden een belangrijke bijdrage kunnen bieden op pastoraal gebied. Tegelijk wordt van deze gaven onvoldoende gebruik gemaakt, hoewel veel zusters hiertoe wel bereid zijn.
    • Het meeste werk van vrouwen in de gemeente gebeurt niet of nauwelijks gestructureerd. In allerlei vormen van begeleiding is een aanstelling echter wel zinvol, omdat het de opdracht en verantwoordelijkheden verheldert, toegankelijk maakt en beschermt.

 

Basislijnen pastoraat.

  1. De Heer zelf is de Zielszorger, die daarvoor mensen gebruikt. Jezus is de grote herder van de schapen. Hij maakt zichzelf zichtbaar in zijn lichaam, de gemeente.
  2. Zielszorg is een functie van de kerk als gemeenschap van Christus. Allereerst vindt het heilzame spreken plaats in de onderlinge omgang in de gemeente. In het lichaam van Christus (avondmaal!) worden mensen aan elkaar verbonden om elkaar op te bouwen. Mannen en vrouwen hebben hierin een roeping en hebben hiervoor gaven gekregen, onderscheiden naar de eigen mogelijkheden. 
  3. In Gods naam hebben ook ambtsdragers een verantwoordelijkheid in het pastoraat. Deze taak is niet geïsoleerd van de andere ambtelijke taken in de verkondiging, catechese en de leiding van de gemeente. Deze taak is evenmin geïsoleerd van de opdracht die gemeenteleden tegenover elkaar hebben.

 

Vormen van pastorale zorg.

  1. Persoonlijk gesprek in moeiten en vragen van de concrete leefsituatie: vermanend, troostend, helpend. Bij dit pastorale gesprek hoort de priesterlijke voorbede en wijsheid uit Gods Woord.
  2. Jaarlijks huisbezoek in het kader van de verantwoordelijkheid van de ambtsdragers voor ‘opzicht en tucht’. Van oorsprong bedoeld ter voorbereiding op de viering van het avondmaal: het daagse leven wordt gezet in het licht van de gemeenschap met Christus en met elkaar.
  3. Pastorale begeleiding aan mensen die in geestelijk opzicht veel moeiten kennen, of van wie het sociale, psychische of maatschappelijke leven ontwricht is. Hier kan pastorale begeleiding raken aan hulpverlening. Vanuit de sociale wetenschappen is veel kennis beschikbaar over gespreksvoering, psychische en sociale problemen en intermenselijke communicatie. Voor pastorale begeleiding is het nodig om het verschil te onderkennen tussen gezonde en zieke reacties, tussen schuldbesef en depressiviteit enz.
  4. Kerkelijke begeleiding aan mensen die zich voorbereiden op de sacramenten, op het huwelijk, op het kerklidmaatschap, op het ambtsdragerschap enz. Hieronder vallen ook gesprekken met mensen die zich verwijderen van geloof en kerk, tot in de oefening van de kerkelijke censuur toe.
  5. Geestelijke begeleiding aan bijzondere doelgroepen: zieken, gehandicapten, ouderen, militairen, werkelozen, alleenstaanden, eenzamen, gescheidenen, kinderen, studenten enz. Vaak is dergelijke zorg chronisch van aard en vormt de trouwe aandacht van een bezoeker een ervaring van de liefde van Christus.

 

Observaties.

  1. Het huisbezoek door ouderlingen wordt jaarlijks gebracht. Daarnaast is er nog wat ruimte voor bezoeken door ouderlingen in bijzondere omstandigheden. Ouderlingen weten zich als eerste verantwoordelijk voor de pastorale zorg in hun wijk. Ouderlingen zijn echter zelf meestal niet toegerust en beschikbaar voor pastorale begeleiding of bijzondere vormen van geestelijke zorg.
  2. De predikant zet zich in voor vormen van pastorale begeleiding en brengt daarnaast bezoeken aan gemeenteleden in bijzondere omstandigheden. Als er sprake is van kerkelijke censuur, vergezelt hij de ouderlingen.
  3. In de traditie is de zielszorg vooral als ‘pastoraat’ benoemd, als functie gekoppeld aan het ambt van de ouderlingen. Daardoor zijn de andere vormen van geestelijke verzorging in de gemeente nauwelijks ontwikkeld of structureel ingezet. De gemeente is daardoor passief geworden, de ambtsdragers voelen zich overvraagd en een aantal gemeenteleden krijgt niet de hulp die nodig is.
  4. Vrouwen hebben hun eigen mogelijkheden in de pastorale zorg. Sommige vrouwen zijn opgeleid voor het voeren van helpende gesprekken en het begeleiden van mensen. Sommige vrouwen vallen op door wijsheid, geloof en betrokkenheid. Het is zeer raadzaam om de eigen gaven van vrouwen beter te benutten in de pastorale zorg in de gemeente. Beter benutten betekent ook een vorm van structurele inzet en beschikbaarheid.
  5. In onderlinge contacten binnen de gemeente wordt ook bemoedigd, vermaand en getroost. Het bidden met elkaar heeft daarin een heel beperkte plaats. Veel gemeenteleden hebben echter dergelijke ontmoetingen zelden of nooit.
  6. Wanneer in de miniwijken het vertrouwen groeit, kan het een plaats worden van onderlinge bemoediging en gebed. Ook in andere kleinere groepen ontstaan dergelijke relaties (bijbelstudiegroepen, commissies, familie- en vriendenkringen enz). Velen maken geen deel uit van een kring die op een dergelijke manier functioneert.

 

Lees meer...

Handreiking Homoseksualiteit

“Het is niet goed dat de mens alleen is”, dacht God, en de mens merkte dat zelf ook (Genesis 2:18 en 20). Daarom verbond God zelf man en vrouw aan elkaar, en dat doet Hij nóg, zegt het huwelijksformulier dat binnen onze kerken gebruikt wordt.

Maar niet voor elke man is de relatie met een vrouw de vervulling van dat verlangen naar samenzijn, en niet voor elke vrouw de relatie met een man. Als iemand dat bij zichzelf ontdekt, gebeurt er heel veel met hem/haar. Wat overkomt me? Wat moet ik hiermee aan? Hoe kijk ik tegen mezelf aan? En als hij/zij een christen is, is er ook de vraag: hoe kijkt God tegen mij aan? Uit de scheppingsgeschiedenis blijkt dat Hij homoseksualiteit niet heeft bedoeld. Maar nu het er is…? Het is toch niet zondig om homoseksueel te zijn? Zou ik de geborgenheid en intimiteit, waar ik evengoed naar verlang als een heteroseksueel iemand, mogen vinden in een homoseksuele relatie? Heteroseksuele christenen zijn, vanuit hun verbondenheid met hun homoseksuele broers en zussen, met dezelfde vragen bezig.

Dit was voor de pastorale raad aanleiding om zich te bezinnen op het thema homoseksualiteit, en (in mei 2010) de gemeente een hierover handreiking te bieden. Naar aanleiding van reacties uit de gemeente kregen we de behoefte om de dingen nog eens op een andere manier op te schrijven: met meer aandacht voor de hoofdlijnen en voor pastorale overwegingen, waarbij de exegetische argumentatie een plek krijgt als verantwoording van wat in de hoofdlijnen gesteld wordt. Het resultaat tref je aan in deze tweede versie van de Handreiking. Eerst worden de hoofdlijnen beschreven van de benadering die we als pastorale raad voorstaan. Deze hoofdlijnen vormen de kern van de Handreiking; ze vormen een samenvatting van de ethische, exegetische en pastorale overwegingen die daarop volgen.

Ons gebed, ook bij deze tweede versie, is dat deze Handreiking tot opbouw van heel de gemeente mag dienen.

De pastorale raad van de GKv Rotterdam-Centrum

6 december 2011

Download het bestand via onderstaande link.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed