Lijden is de weg naar heerlijkheid, als je met Jezus meegaat

  • 15 november 2015 |
  • Gepubliceerd in Hebreeën
Preek over Hebreeën 2:6-10
lezen: Hebreeën 2
Capelle aan den IJssel, 15 november 2015
R.J.Vreugdenhil
 
Lezen Hebreeën 2 | zingen Gez.67 | tekst Hebreeën 2:6-10

LIJDEN IS DE WEG NAAR HEERLIJKHEID, ALS JE MET JEZUS MEEGAAT.
Er is nog weinig heerlijkheid te zien voor de mens.
Kijk naar de mens Jezus.
Zijn lijden was de weg naar heerlijkheid.
Over die weg neemt hij mensen mee.
Ga met hem de weg van lijden naar heerlijkheid.

HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.
Zo begint en eindigt Psalm 8.
Heel mooi weergegeven in Psalmen voor nu: HEER, onze Heer, uw handtekening staat prachtig onder heel de aarde.
Een mooie psalm voor als je op een bergtop staat te genieten. Of een paar weken terug met die mooie herfstkleuren.
Heer, wat is het mooi en wat lezen we overal uw naam, uw handtekening.

Psalm 8 zingt ook iets over ons, over de mens.
Dat wordt aangehaald in Hebreeën 2: u hebt hem met eer en luister gekroond, alles hebt u aan hem onderworpen.
Dat klinkt ook al zo mooi.
Soms herken je dat ook: wat kunnen wij, als mensheid, veel met wat God in de schepping gegeven heeft. We halen goud uit de grond, we laten vliegtuigen vliegen, we vervangen hartkleppen - wat kunnen we veel!

Maar ‘alles aan de mens onderworpen’....
Dat klinkt te mooi.
Dat kon je misschien zeggen bij de schepping, maar vandaag niet meer.
Want er is een heleboel waar we geen controle over hebben.
Wij kregen het destijds te horen van de specialist in het AMC, toen hij geen diagnose kon stellen: mevrouw, we weten heel veel en we kunnen heel veel, maar er is nog veel meer wat we niet weten.
Er is zoveel dat we als mens niet in onze macht hebben.
Uitzaaiingen, chronische ziektes, achteruitgang, een plotseling sterven; allerlei psychische nood, depressie, suïcidale gedachtes.
Maar denk ook aan natuurgeweld. Een aardbeving, een modderlawine - en de mens met al z’n techniek staat machteloos.

Vul maar in.
In één woord samengevat: lijden.
Het lijden in deze wereld.
Dat is niet aan de mens onderworpen.
Maar juist andersom: daar ben je als mens aan onderworpen.
Hebreeën 2:15, door al die dingen kun je zomaar slaaf zijn van levenslange angst voor de dood.

Psalm 8 zingt wel: ‘alles is aan de mens onderworpen’, maar de werkelijkheid is dat de mens aan allerlei vormen van lijden onderworpen is.
Voel je de spanning?

Er is nog weinig heerlijkheid te zien voor de mens.

Wat doen we daarmee?
Hoe gaan wij om met het lijden dat ons overkomt.
We proberen, denk ik, met z’n allen als mensen toch zoveel mogelijk het onder controle te krijgen.
We steken enorm veel geld in onderzoek, nieuwe medicijnen, behandelmethodes. Want ziekte moet bestreden worden.
De gevolgen van ouder worden moet je bestrijden. De dood bij je vandaan houden.
Overal is therapie voor. En een ongeboren kind met een handicap laat je weghalen, omdat het onvoldoende kwaliteit van leven zal hebben.
Dat is het sleutelwoord. Het gaat niet om ‘leven’ maar om ‘voldoende kwaliteit van leven’.

De ideale mens is de mens met wie het goed gaat.
Gezond, gelukkig, welvarend en optimistisch.
Het ideaal is dat je je leven op orde hebt en alles onder controle. Alles aan je onderworpen.
We doen er heel veel voor om dat ideaal te bereiken.
Want gezondheid en het goed hebben, kwaliteit van leven, dat is de weg naar geluk.

Is dat zo?
Wat is dan je referentiepunt? Wat is je ijkpunt als je nadenkt over mens-zijn?
Wat is voor u, voor jou de mens zoals hij moet zijn?

De Hebreeën-schrijver zegt: kijk naar de mens Jezus.
De schrijver voelt ook die spanning. ´Alles aan de mens onderworpen´(NB alles, dus er rest niets dat niet onder zijn gezag is gesteld!, vs.8) - dat zien we nu nog niet (vs.8).
Maar (vs.9) we zien Jezus.
Bewust hier die naam. Hiervoor ging het steeds over ‘de Zoon’.
Nu: Jezus. Meer niet. Mens. In alles aan ons gelijk geworden (vs.17).
Kijk naar de mens Jezus, want in hem kun je de mens zien zoals God hem bedoelt.
De mens van Psalm 8.
Laat de mens Jezus je ijkpunt zijn als je nadenkt over mens-zijn.

Hij is de nieuwe mens waarmee God verder werkt.
Paulus schrijft ergens (1 Kor.15): Jezus is de laatste Adam.
God begon met Adam, de eerste mens in het paradijs.
Maar dat liep helemaal verkeerd.
Maar nu geeft God een nieuwe Adam. Een nieuw begin: de mens Jezus.

Als je Gods bedoeling met de mens wil weten, moet je naar hem kijken.
Om de mens van Psalm 8 te kennen - kijk naar de mens Jezus.

Wat zie je dan?
Klopt bij hem Psalm 2 dan wel?
De Hebreeënschrijver zegt: als je goed kijkt, zie je bij Jezus twee dingen. Het één èn het ander.
Anders gezegd: je ziet bij hem niet de ideale eind-situatie (maar onbereikbaar ver).
Je ziet bij hem een weg. Een ‘van het één naar het ander’.

Vers 9: we zien aan de ene kant dat Jezus voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst was.
(De schrijver gebruikt duidelijk de Griekse vertaling van het Oude Testament; die is iets anders dan wat wij kennen vanuit het Hebreeuws.)
Korte tijd lager dan de engelen.
Mens in deze wereld, net als wij. In alles aan ons gelijk geworden.
Mens zoals wij het mens-zijn ervaren: levenslang bedreigd door de dood. Mens-zijn dat onderworpen is aan lijden, ziekte, bedreiging, angst.
Daar begón Jezus.
De nieuwe Adam begon waar de eerste Adam en zijn nakomelingen vastgelopen was.

Maar als je nu naar Jezus kijkt, zie je meer.
Dan zie je ook dat andere: met eer en luister gekroond. Alles is aan hem onderworpen.
Het ging bij hem van lijden naar heerlijkheid.
Nee, sterker nog: zijn lijden wás de weg naar heerlijkheid.
Vers 9: we zien dat Jezus (...) vanwege zijn lijden en dood nu met eer en luister gekroond is.
Dat is hetzelfde als wat Paulus schrijft in Filippenzen 2 en wat we net zongen in Gezang 67: hij heeft zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood - de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat (...) elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader. (Fil.2:9,11)
Zijn lijden was de weg naar heerlijkheid.
Dat was passend, naar het oordeel van God.
Vers 10: God achtte het passend om de bereider van hun redding door het lijden naar de uiteindelijke volmaaktheid te voeren.

Ik zei net: de laatste Adam begon waar de eerste was vastgelopen: in het leven dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven.
Maar met dat Jezus, de Zoon van God, in dat lijden binnenstapt, is lijden niet meer een doodlopende weg, maar een weg naar heerlijkheid.
Jezus mocht die weg al gaan. Via het diepste lijden (aan het kruis, door God verlaten) naar de heerlijkheid van zitten aan Gods rechterhand, en alles aan hem onderworpen.
Hij ging die weg.
En over die weg neemt hij mensen mee.

Vers 10: God achtte het passend om hem door het lijden naar de volmaaktheid te voeren als bereider van hun redding.
Bereider. Ook wel vertaald met: Leidsman. Degene die voorop gaat om anderen mee te nemen.
Daarom het begin van vers 10: hij ging die weg van lijden naar heerlijkheid om vele kinderen in zijn luister te laten delen.
Jezus neemt mensen mee op zijn weg naar de heerlijkheid.

Dat thema wordt in het vervolg verder uitgewerkt Vers 11: hij schaamt zich er niet voor hen zijn broeders en zusters te noemen. Kom, broers en zussen, ik neem jullie mee naar de heerlijkheid bij Vader.
Vers 15: zo bevrijdde hij allen die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood.

Jezus ging de weg van lijden naar heerlijkheid.
Niet voor zichzelf, maar om mensen mee te nemen naar die heerlijkheid.
Om mensen mee te nemen naar het ideaal-beeld van de mens in Psalm 8: met eer en luister gekroond, alles aan hem onderworpen.

Het eind-plaatje van Psalm 8 (wat in feite niet anders dan het plaatje van de mens bij het begin, bij de schepping) - dat eindplaatje tekent uw en jouw bestemming. Dát mag je worden, mens die met eer en luister is gekroond, mens met gezag over de komende wereld. Alles aan je onderworpen.
Als je met Jezus Christus meegaat.
Dat is de uitnodiging: ga met hem de weg van lijden naar heerlijkheid.
Hij is de bereider van je redding, de Voorop-loper. Loop dan met hem mee.
Ga in geloof achter Jezus aan.
Juist ook ín je lijden.
Ik denk aan heel veel mensen in de gemeente die weten wat lijden is. Soms zonder dat anderen het zien. Of het valt allang niet meer op, maar zelf voel je het elke dag.

Ga met Jezus je weg van het lijden.
Dan is lijden geen doodlopende weg.
Dan is lijden niet zinloos en doelloos.
Angst, pijn, verdriet, chronische ziekte, - het is dan niet iets dat er niet zou mogen zijn en wat je dus zoveel mogelijk weg moet duwen omdat het de kwaliteit van je leven bedreigt.
Jezus heeft ons toch ook niet weggeduwd omdat wij de kwaliteit van zijn leven bedreigden?
Hij schaamt zich niet om ons zijn broers en zussen te noemen.
Laten wij ons dan niet schamen voor het lijden waar hij zelf doorheen gegaan is.
Laten we het niet, koste wat het kost, wegduwen.
Aanvaard het lijden. Ga die moeilijke weg als de Heer je die weg laat gaan.
Ga de weg van het lijden met Jezus.
Dan is het de weg naar heerlijkheid.

Dat is ook een boodschap voor mensen die gezond en gelukkig zijn.
Je ziet lijden om je heen.
Je doet misschien van alles om te maken dat zoiets jou niet zal overkomen.
Of je houdt het zoveel mogelijk op afstand. Misschien vind je het moeilijk om om te gaan met mensen die het zwaar hebben. En je zet de TV uit als er teveel menselijk lijden vanuit deze wereld op je bordje komt te liggen.

Ook dan is de boodschap:
Lijden moet je niet weg duwen; lijden is de weg die je moet gaan.
Maar als je met Jezus gaat, is het de weg naar heerlijkheid.

Zo mag je Psalm 8 blijven zingen.
Niet met heimwee naar hoe het was, bij de schepping.
Maar met verlangen naar hoe het zal zijn als Jezus Christus ons daar gebracht heeft. Als je samen met hem bent gekroond met eer en luister. Als alles aan je onderworpen is.
Daar ben je naar op weg.
En onderweg, dwars door je lijden heen, mag je het al zingen: HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.

AMEN

 

Lees meer...

Gemeente van Christus, geef in wijsheid vorm aan je kerk-zijn

Preek over Handelingen 6:1-7
n.a.v. bevestiging ambtsdragers
Capelle aan den IJssel, 17 mei 2015
R.J.Vreugdenhil


Vandaag worden er ouderlingen en diakenen bevestigd in het ambt.

Ze gaan voortaan op bezoek bij mensen in hun wijk. Huisbezoek, vermaanbezoek, troostbezoek.

Ze vergaderen samen. De ouderlingen vormen de kerkenraad, die over allerlei dingen moeten beslissen. De diakenen vormen de
diakonie, die vooral zorgt voor het samen een kerk-gemeenschap zijn.

Wat denkt u, doen we dat zo omdat het zo in de bijbel staat?

Onze ambten (dominee, ouderling, diaken), worden die in de bijbel voorgeschreven?

Bijvoorbeeld wat we gelezen hebben in Handelingen 6, kun je daarvan zeggen: ‘kijk, dat gaat over de diakenen zoals wij ze nu ook
hebben; de kerk van Christus moet dus altijd diakenen hebben’?

Nee.

Het gaat hier niet over de diakenen zoals wij ze hebben.

En het staat hier niet als een opdracht voor alle eeuwen.

Hier wordt beschreven hoe de kerk kort na Pinksteren tegen een probleem aanliep en hoe ze gezocht hebben naar een goede oplossing.

Wij mogen daaruit leren: zoals toen de gemeente van Christus in wijsheid zocht naar een goede vorm van kerk-zijn, zo mogen wij
vandaag zoeken naar goede vormen.

De Geest laat hier zien: zo moet je kerk zijn. In wijsheid zoeken naar wat het beste is.

GEMEENTE VAN CHRISTUS, GEEF IN WIJSHEID VORM AAN JE KERK-ZIJN.

Wat is de aanleiding?

Je had in die eerste gemeente in Jeruzalem een soort tweedeling.

Het waren allemaal Joden, maar ze spraken niet allemaal Aramees, de taal van Jeruzalem. Je had een groep Joden die uit het
buitenland teruggekomen was. Die hadden hun eigen talen. Denk aan Handelingen 2, de Pinksterdag. Toen hoorden ze de apostelen spreken in hun eigen taal:
Parten, Meden, Elamieten enzovoort.

Maar ze spraken ook Grieks. Want het Grieks was toen net zoiets als het Engels nu. De wereldtaal.

Die Griekstaligen, de import-Joden, voelden zich achtergesteld.

Het ging vooral om hun weduwen. Ze hadden waarschijnlijk naar verhouding veel weduwen, want zulke Joden kwamen vaak uit
het land waar ze woonden terug naar Jeruzalem als ze ouder werden.

Die weduwen werden achtergesteld.

Op welke manier? Er zijn twee mogelijkheden:

- Ze kregen minder bij de uitdeling of bij de gezamenlijke maaltijden. Er werd dus minder goed voor hen gezorgd.
- Of zij werden minder ingeschakeld bij die uitdeling.
Ze wilden ook helpen en zorgen, maar er was voor hen geen plek.

Je zou kunnen zeggen: dat is toch niet zo’n punt. Als het inderdaad zo is, dan moet je het even beter regelen.

Dat doen ze inderdaad.

Maar wat opvalt: ze roepen er wel heel de gemeente voor bij elkaar.

De apostelen regelen dat niet eventjes zelf. Ze nemen het probleem dus heel serieus.

Want er is wel iets meer aan de hand dan alleen maar een praktisch probleem.

Er zijn verwijten. Dat verstoort wat de gemeente van Christus juist mag zijn: een eenheid.

Over die eenheid had Lucas zulke mooie dingen mogen schrijven.

4:32, De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen.
2:42, Ze vormden met elkaar een gemeenschap.
2:44, 46, Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze waren eensgezind.

Dat wordt verstoord door wat er nu speelt.

Daarom nemen ze het heel serieus.

Dat moet een kerk van Christus altijd doen. Dat moet deze gemeente ook doen.

Als er serieuze signalen zijn dat de eenheid en de onderlinge verbinding onder spanning staat, moet je aan het werk.

Wat bedreigt die eenheid?

Wat maakt dat mensen zich niet veilig voelen in de
gemeente?

Welke verwijten liggen er? Ligt er nog oud zeer dat
opgeruimd moet worden?

Neem dat net zo serieus als de apostelen toen.

Want ontevredenheid en onderlinge verwijten verstoren
de hechte gemeenschap die Christus in zijn gemeente wil geven.

Er speelt nog iets mee waarom de apostelen het heel
serieus nemen.

Wat er nu gebeurt, belemmert het belangrijkste werk
van de gemeente: het doorvertellen van het evangelie.

Ze zeggen: het kan toch niet dat wij niet genoeg
toekomen aan het verkondigen van Gods woord, omdat we ze nodig bezig moeten
zijn met tafeldekken. Die maaltijden zijn belangrijk, zeker. Maar het
doorvertellen van het evangelie heeft voorrang.

Ook dat is een vraag die je als gemeente jezelf moet
stellen: komen we wel toe aan de belangrijkste dingen in het
gemeente-van-Christus-zijn? Wat zijn die belangrijkste dingen, waarvoor zijn we
gemeente van Christus?

En als we aan die dingen niet toekomen, waarom dan
niet?

Twee vragen dus die de kerk van Christus hier mee
krijgt:

- zijn er dingen die de eenheid en onderlinge
verbondenheid belemmeren?

- komen we voldoende toe aan de grote opdracht,
kerk-zijn in en voor de mensen om ons heen; zo nee, waarom dan niet?

Zeker die eerste vraag is per gemeente verschillend.

Welke dingen spelen hier in Zuid-West (Noord) die de
eenheid en samenbinding bedreigen?

Ze zijn er. Ik krijg er wel signalen van.

Het is (zeker op dit moment) niet aan mij om daar
duidelijke uitspraken over te doen.

Maar laat er wel goed geluisterd worden naar elkaar.

En misschien moet je dat ‘naar elkaar luisteren’ soms
nadrukkelijk organiseren. Dan versterk je elkaar met de goede ervaringen en is
er ook ruimte voor de pijnlijke; aandacht voor wat niet goed gaat.

Misschien heeft de Geest van Christus daarom ook wel
deze geschiedenis hier laten opschrijven, als vraag aan elke gemeente, steeds
weer­: luister je goed naar elkaar, naar wat de eenheid kan belemmeren? Neem je
elkaar daarin serieus?

Wat is dan de aanpak van de apostelen in Handelingen 6?

Ze schuiven het niet van tafel! Dat willen leiders nog wel eens doen.

‘Och, het is een enkeling die het zo voelt, maar dit leeft vast niet breed’.

Of ‘daar hebben wij nog nooit iets van gemerkt’ - en dus is het niet zo.

Of ‘we hebben heel goed onderbouwd waarom het zo is, dus het moet goed zijn’.

De apostelen nemen het serieus.

Ze maken er een zaak van voor heel de gemeente.

Gemeenteleden mogen het niet afschuiven op een paar
mensen die leiding geven.

‘Daar zouden ze toch eens mee aan het werk moeten’.

‘Je mag toch verwachten dat de kerkenraad daar wat aan
doet’.

Nee, voel samen de verantwoordelijkheid. Samen ben je
de gemeente van Christus.

Ze roepen de gemeente bij elkaar en zoeken een vorm om
het beter te doen.

Er staat niet bij hoe ze bij deze vorm gekomen zijn.

Het zou mij niet verbazen als ze hun bijbel er bij
gebruikt hebben. Het is iets wat je in het Oude Testament al tegenkomt: anderen
inschakelen als het werk voor enkelen te veel wordt.

Even heel kort twee situaties.

Exodus 18. Mozes is met het volk Israël net
weggetrokken uit Egypte. Hij heeft een ontmoeting met Jetro, zijn schoonvader.
Jetro ziet hoe ontzettend druk Mozes is met rechtspreken tussen allerlei
Israëlieten. Hij zegt tegen Mozes: dit moet je niet alleen doen. Je moet
anderen inschakelen. Hij bedenkt voor Mozes een systeem van kleine groepen met
mensen die daar speciaal verantwoordelijk voor zijn. En dat werkt!

Een idee van Jetro (een priester uit Midjan, dus
helemaal geen gelovige Israëliet), maar het wordt gebruikt om Gods volk beter
te laten functioneren.

Numeri 11. Een tijd later in de woestijn. Mozes zit
geestelijk in de put. Iedereen klaagt en hij heeft het gevoel dat hij er alleen
voor staat. Dan zegt de HEER: haal zeventig van de oudsten van het volk bij
elkaar. Ik geef een deel van jouw Geest aan hen en zij zullen je voortaan
helpen. Dan deelt de HEER extra Geest uit. Mozes roept dan uit: legde de
HEER zijn Geest maar op heel het volk!

Dat laatste, dat is gebeurd met Pinksteren. Toen kwam
de Geest van de HEER op heel gewone mensen. Dat geeft de apostelen de ruimte om
anderen in te schakelen.

Natuurlijk, zij hadden van hun Heer een
bijzondere opdracht gekregen. Jezus had na zijn opstanding tegen Petrus gezegd:
zorg voor mijn kudde.

Maar omdat de Heer zijn Geest nu gegeven heeft aan
alle gelovigen, kunnen zij ook anderen een stuk verantwoordelijkheid geven.

Ze noemen het dus ook als één van de vereisten: het
moeten mannen zijn die vervuld zijn van de Heilige Geest.

Wat je dus in het Oude Testament al ziet (verdeel het
werk over meer mensen), krijgt in het Nieuwe Testament een stevig fundament: de
Geest van Christus is gegeven aan ieder die oprecht gelooft. Daarom kan ieder
in de gemeente worden ingeschakeld voor het opbouwen van de gemeente.

En kies dan in wijsheid de vorm die op dat moment bij
die gemeente het beste past.

In de gemeente in Jeruzalem betekende dat: kies zeven
mannen uit die Griekssprekende christenen. Al die namen (Stefanus, Filippus,
Prochorus enzovoort) zijn Griekse namen. Bij de twaalf Aramees sprekende
apostelen komen dus waarschijnlijk zeven Griekssprekende leiders. Op dat moment
voor die situatie een passende vorm.

Gemeente van Christus, geef in wijsheid vorm
aan je kerk-zijn.

Wijsheid die je leert vanuit de bijbel, vanuit de
geschiedenis, vanuit je mensenkennis of uit management-theorieën. Als je er
maar het kerk-zijn voor Christus mee dient!

Het gedeelte sluit af met de zegen die de Heer
geeft op deze beslissing.

Vers 7: Het woord van God vond steeds meer gehoor,
zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide.

Opvallend, er wordt niets meer gezegd over de
ontevredenheid en de verwijten .

Je mag er vanuit gaan dat de beslissing van de
apostelen goed uitgewerkt heeft, maar het wordt niet eens genoemd.

Wat wel genoemd wordt: dat het belangrijkste doorgaat
en door God gezegend wordt.

Het woord van God wordt gepreekt en bereikt steeds
meer mensen.

De apostelen hadden al gezegd: dat werk mag niet in
het gedrang komen.

We zijn er als kerk vooral om het evangelie van
Christus uit te dragen.

Het belangrijkste is niet dat we in onderling zo goed
hebben, dat iedereen tevreden is en er geen verwijten zijn.

Natuurlijk, dat is belangrijk. En je moet er iets aan
doen als het daar misgaat.

Maar het gaat om: met het evangelie van Christus
anderen bereiken.

De Heer zegent die keus van de gemeente.

En door het hier op te laten schrijven, zet hij zijn
kerk van alle eeuwen voor de vraag: hoe doet u dat? Wat is voor u het grote
doel van gemeente-zijn?

Dat is ook een vraag voor Capelle aan den IJssel. Wat is voor u het grote doel van
gemeente-zijn?

Dat het intern allemaal fijn loopt?

Of dat u met het evangelie van Christus naar andere
mensen toe gaat?

Gemeente van Christus, geef in wijsheid vorm aan je
kerk-zijn.

Zoek nieuwe vormen of versterk bestaande vormen - net wat het beste past - als je maar gericht bent op dat doel: dat het woord van God gehoor vindt bij anderen.

Kies daarvoor de beste vormen en verwacht de zegen van de Heer.

AMEN

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed