Zondag 1

  • 01 april 2012 |
  • Gepubliceerd in Zondag 1

Capelle, 1 april 2012
Kees van Dusseldorp
combinatie met PEP: Jes.43
PWG wijk 1a

Liturgie:

votum en groet
Ps.31:1,2,3
gebed
lezen:zondag 1 Heidelbergse Catechismus – Onderwijs in de christelijke leer
Gz.114:1,3
lezen:Jes.42:18-43:7
Ef.2:4-10
Ps.16:1,5
preek
Gz.161:1,2 [schoolpsalm]
geloofsbelijdenis
Gz.161:3,4
gebed
collecte
Ps.103:1,5
zegen

Preek 1 april 2012. Capelle aan den IJssel. Kees van Dusseldorp

Lezen: Ef.2; Jes.42-43. Tekst: H.C. zondag 1

Gemeente van Christus,

** welke vraag ook – één antwoord

[dia1] In de afgelopen week heb ik een klein onderzoekje uitgevoerd ter voorbereiding op deze preek. Met alle groepen jongeren heb ik doorgepraat over de eerste vraag van de catechismus, die ook de meest bekende is: wat is uw enige troost in leven en sterven? Het gaat om de vraag wat nu het allerbelangrijkste voor je is in deze wereld. En de catechismus vraagt daarbij naar de troost.

Ik had het vermoeden dat ‘troost’ niet direct door iedereen als allerbelangrijkste genoemd zou worden. En dat klopte. En nu kan ik een heel verhaal houden waarom het woord ‘troost’ toch in de eerste vraag staat, en waarom dat een heel diepe en bijbelse keuze is, en dat wij een andere beleving hebben bij het woord ‘troost’ dan de mensen vroeger. Maar ik heb het omgedraaid: als ‘troost’ niet direct het eerste is wat je zoekt, wat is dan wel het belangrijkste voor je leven?

Dit leverde een hele lijst woorden op: mijn enige troost, mijn belangrijkste uitzicht, mijn bron van kracht, mijn veilige houvast, mijn diepe vrede, mijn sterke steun, mijn hoogste doel, mijn complete redding, mijn ware geluk, mijn echte rijkdom. Daarna heb ik de lijst aan verschillende mensen laten zien en hen gevraagd welk woord er voor hen uitsprong. Dat was nogal verschillend. Elke keuze verraadt daarbij ook een beetje hoe de persoon zelf in het leven en in het christelijk geloof staat. Tegelijk zag ik ook een tendens.

[dia 2] Het woord ‘troost’ scoorde het hoogst onder de oudere mensen. Kennelijk ervaren zij in het leven sterk het verlies en de eenzaamheid. Het woord ‘houvast’ scoorde het hoogst onder mensen van middelbare leeftijd. Kennelijk ervaren zij de wereld als behoorlijk onzeker en in beweging. Het woord ‘doel’ was favoriet bij jongeren rond de twintig. Ik verklaar dat uit het feit dat zij bezig zijn om hun leven op de rails te zetten: waar oriënteer je je dan vooral op, wat wil je bereiken? En de woorden ‘rijkdom’ en ‘geluk’ werden het vaakst gekozen door tieners. Ik denk dat zij zoeken naar wat echt is, wat waar is en wat waarde houdt.

Nu is bij de catechismus niet de vraag, maar het antwoord altijd het belangrijkste. Maar toch kun je de vraag niet missen. Een vraag vormt altijd de ingang naar het antwoord. En een antwoord gaat ook pas leven, als het een antwoord is op een vraag van jezelf. Het eerste antwoord van de catechismus is een antwoord op al die vragen. Wat mij betreft kiest ieder hier vanmiddag zijn of haar eigen deur. Zoek je naar echte rijkdom? Naar het doel van je bestaan? Naar houvast in de wereld? Naar de troost in leven en sterven? Of naar nog iets anders? Stel jouw / uw eigen vraag. En luister dan naar de meest kernachtige samenvatting van het christelijk geloof, zoals de kerk dat heeft leren formuleren.

** het antwoord roept gemengde gevoelens op

[dia 3] Ik ben van Jezus Christus! Dat is de kern van wat een christen is. Daarin ligt je geluk, je doel, je houvast, je troost of wat je ook maar nodig hebt in het leven. Zo valt de catechismus met de deur in huis. Je zou de eerste vraag en antwoord ook als laatste van de catechismus kunnen beschouwen, als een soort conclusie. Het voordeel daarvan is, dat je allerlei onderdelen van het antwoord veel beter begrijpt. En ook het belang ervan aanvoelt. Nu moet het eerste antwoord aan alle kanten nog worden uitgelegd en uitgewerkt. Daar hebben we de complete catechismus voor. Maar de charme om ermee te beginnen is, dat je meteen weet waar het over gaat. Ik ben van Jezus Christus! Dat is het belangrijkste van mijn leven.

Daar komt nog bij, dat het een afspiegeling is van de manier waarop God werkt. God begint, zijn woord staat aan het begin, zijn genade gaat aan alles vooraf. Ik ben van Jezus Christus! En ik heb meer dan een heel leven nodig om de rijkdom, het doel, het houvast en de troost erin te leren begrijpen. Maar God is begonnen. Hij wacht niet tot wij eraan toe zijn, of ons goed hebben ingelezen. Zijn woord staat aan het begin. Als je christen bent, dan ben je van Jezus Christus. En dat is het belangrijkste, hoogste, diepste en grootste voor je leven, in de wereld, voor je persoon en zelfs bij het sterven.

[dia 4] Ik ben van Jezus Christus! Dat is een korte samenvatting van het eerste antwoord, dat ik hier nog een keer op de beamer heb opgenomen. Dat ik het eigendom ben van Jezus Christus. En er staan nog een heleboel dingen bij. Hoe ik het eigendom ben geworden van Jezus Christus. Wat dat inhoudt, waarom ik daar erg blij mee ben en wat ik daar voor de praktijk van mijn leven aan heb. Heel veel christenen kennen deze tekst uit hun hoofd. Toch is niet iedereen meteen enthousiast over wat hier staat. Het levert gemengde gevoelens op. Voor sommigen is het een hele dierbare belijdenis, waar ze ontroert van raken. Voor anderen is het onaanvaardbaar wat hier staat. Of heel moeilijk en staat het haaks op hun ervaring. En voor de meesten is het denk ik een combinatie van beiden. Laat is dat proberen aan te wijzen.

[dia 5] In het antwoord heb ik groen gemaakt, wat een aantal mensen fijn vondt in dit antwoord. Wat hun verlangen oproept en hen blij maakt. De woorden ‘troost’, ‘mijn trouwe Heiland’, ‘zijn kostbaar bloed’, ‘volkomen verlost’, ‘mijn hemelse Vader’ en ‘zekerheid van het eeuwige leven’ zijn warme woorden en nodigen uit om over door te denken en door te praten. Om ervoor te danken en erover te zingen. Maar dat doe je alleen, als je je gewonnen hebt gegeven aan Jezus Christus.

[dia 6] Tegelijk kent dit antwoord ook een aantal uitspraken waar sommige mensen moeite mee hebben of zelfs op afknappen. Of die een schampere sneer zouden opleveren aan de tafel van Pauw & Witteman. En omdat het slecht is om zulke gevoelens onder de pet te houden, noem ik die ook maar gewoon. ‘In leven en sterven’ – wie kan daar uitspraken over doen? ‘Niet het eigendom van mijzelf’ – lever je je zelfstandigheid en vrijheid zo gemakkelijk in? ‘Betaald voor mijn zonden’ – zijn wij zo slecht en is God zo wraakzuchtig? ‘De duivel’ – dat is toch een achterhaald vijandbeeld om gelovigen mee onder de duim te houden? ‘Alles moet dienen tot mijn heil’ – mag je alle ellende zomaar goedpraten? Gemakkelijk gezegd in tijden van nood. ‘Bereid om voor Hem te leven’ – dat maakt je toch tot een fundamentalist die in de naam van het geloof tot vreselijke dingen in staat is?

Over al die vragen is veel te zeggen. Daar heb ik alleen wat meer tijd voor nodig dan vanmiddag. Gelukkig komt die tijd ook, als de Heer het geeft, want al dit soort vragen en thema’s worden in de catechismus verder opgepakt. In de middagdiensten volgen we het spoor van de thema’s die de catechismus noemt. Maar hoe belangrijk ook, het beantwoorden van dit soort kritische vragen brengt een mens niet dichter bij Jezus Christus. Het kunnen vragen en twijfels blijven, ook voor mensen die God kennen. Er blijven aanvechtingen in het geloof. Er is een andere route om je gewonnen te geven aan Jezus Christus, en zo de troost, het houvast, het doel en het geluk van je leven te vinden. Misschien voor het eerst, misschien opnieuw, misschien weer een stukje verder.

** belijden is een antwoord

[dia 7] Die andere route begint bij God. De belijdenis: ‘Ik ben van Jezus Christus’ begint niet bij jezelf. Het is een antwoord op wat God zelf als eerste zegt: ‘Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!’ Zo hebben we dat gelezen in Jesaja. En ik wil de tweede helft van de preek gebruiken om goed bij stil te staan bij deze tekst. Belijden is een antwoord. Waarbij je je laat aanspreken door wat God zelf zegt. Wat je ook aan onopgeloste vragen nog bij je draagt richting God. Wat je ook aan moeilijkheden en verdriet in je leven op je schouders voelt drukken. En wat je ook aan fouten en gebreken meesleept. Laat je eerst aanspreken door God zelf. En als je hoort dat Hij je roept bij je naam. Als je beseft dat ook jij van Hem bent, en enigszins aanvoelt wat dat betekent, dan kom je ook zelf tot de belijdenis ‘Ik ben inderdaad van Jezus Christus.’ En wat er daarna met je vragen, je problemen en je tekorten gebeurt, zullen we dat even voor daarna laten liggen? Belijden is een antwoord. Je verzint het niet zelf, je durft het misschien niet eens zelf, maar je laat je aanspreken door de Heer. En als Hij zelf zegt: ‘Je bent van Mij!’ wie ben je dan, dat je dat in twijfel zou trekken? Of Hem maar laat praten? Of Hem zelfs gaat tegenspreken met allerlei mitsen en maren? Jezelf christen noemen, is allereerst een antwoord.

[dia 8] De tekst uit Jesaja is heel erg duidelijk. Het lijkt niet zoveel toelichting nodig te hebben. Toch is het wel goed om het verhaal achter deze tekst te kennen. Sowieso uit respect voor de bijbel. Maar ook omdat zo’n woord van God dan kleur en klank krijgt en gaat leven. En je de aanspraak van God erin ervaart. De profetiën in dit deel van Jesaja staan tegen de achtergrond van de ballingschap, zo’n 600 jaar voor Christus. Vanwege afgoderij, goddeloosheid en sociaal onrecht in Israël was voor God de grens bereikt. Dat gebeurde niet zomaar. Er gingen eeuwen overheen, waarbij de Heer zijn volk steeds weer waarschuwde en opriep tot bekering. Maar uiteindelijk is er geen ontkomen meer aan en wordt Israël weggevoerd naar Babel. Gedeporteerd vanwege eigen schuld. Een rampzalige einde van het volk, met veel ellende tot gevolg. Jesaja blijft op die eigen schuld van het volk hameren, zoals we ook gelezen hebben: ‘Wie heeft Israël uitgeleverd? Is het niet de HEER, tegen wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet doen wat Hij zei. Daarom stortte Hij zijn brandende toorn over hen uit.’ En dat hebben ze geweten. Ze verloren de oorlogen, werden uit hun huizen en steden gehaald en raakten verstrooid over allerlei volken en plaatsen. Maar ze kwamen nog steeds niet tot inkeer. Ze luisterden niet naar God. Ze trokken niet de juiste conclusies uit hun ellende. De nood leerde hen niet massaal bidden tot de HEER, de God van hun vaders Abraham, Isaak en Jakob. Een paar mensen wel. Maar wat was het een klein restant, dat was overgebleven. Het grootste deel van de Israelieten leefde zonder God.

** 1: Gods onvoorstelbare liefde

[dia 9] ‘Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep en vormde. Wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen. Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!’ Dat is de ongelooflijke boodschap die Jesaja heeft voor de ballingen in Babel. Van een onbegrijpelijke liefde, als je erover nadenkt. Stel je voor: je partner is vreemdgegaan, weggelopen en niet van plan om bij je terug te komen. Daarmee is de verhouding tussen God en zijn volk te vergelijken. En ondanks je terechte boosheid zeg je: ‘Je bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol en ik houd zoveel van je dat ik de mensheid geef in ruil voor jou.’

Stel je voor: je hebt met veel liefde en vakmanschap een prachtig kunstwerk gemaakt, maar het is in stukken gebroken, in onderdelen verspreid geraakt over de hele wereld en op een rommelmarkt kom je een paar kleine stukjes tegen. En je koopt het terug voor een prijs die buiten alle proporties is!

‘Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!’ Dat is de onbegrijpelijke boodschap van Gods liefde die Jesaja mag doorgeven. Dat is de reden voor God om op te staan, actief te worden, de restanten van zijn volk weer te verzamelen, te bevrijden en terug te brengen naar het beloofde land. Hij gaat op zoek naar de ontbrekende schapen van zijn kudde. En vult het aan met gelovigen uit de andere volken. Het is ook de enige reden. Want in de mensen ligt geen aanleiding of argument om zo te handelen.

Die boodschap ‘je bent van Mij’ mag ik doortrekken naar jou en naar mij. Dit is wat God beweegt om mensen te zoeken, bij de naam te roepen en aan te spreken. En het onvoorstelbare van zijn liefde voor Israël is niet anders dan zijn liefde voor ons. Ook in ons ligt geen enkele aanleiding of argument voor God. Sterker nog, als mensen maken wij het er alleen maar erger op. Ons leven ligt onder de zonde. Wij liggen in de dood vanwege onze eigen schuld. Maar ondanks dat kiest God in zijn onvoorstelbare liefde ervoor om mensen bij hun naam te roepen. ‘Je bent van Mij!’

** 2: Gods bevrijdende kracht

[dia 10] Vanuit zijn liefdekeus zet de HEER zich in beweging. Hij gaat bevrijden en verlossen en betaald de prijs die daarvoor staat. In Jesaja lezen we dat de HEER zegt: Ik zal je vrijkopen. Ik heb er het hoogste voor over. In deze hoofdstukken wordt gesproken over de dienaar die de Heer zal sturen, de ‘knecht des Heren’ in de vorige vertaling. Een persoon die het volk gaat oproepen tot bekering. Die zelf een getuige zal worden van Gods bevrijding. Die wereldwijd Gods aanspraak op zijn eigen volk bekend zal maken. Verlossing en bevrijding, geloof en bekering. Dat is wel de opdracht die God zijn volk voorhoudt. Om de weg door de woestijn te gaan. Om zich te laten redden van alle ellende en gebrokenheid. En inderdaad terug te keren naar het land van God.

Met zijn liefde, komt ook Gods bevrijdende kracht vrij. ‘Breng mijn kinderen terug! Laat mijn zonen en dochters los! Geef ze aan Mij, alle mensen over wie mijn naam is uitgeroepen!’ Gods bevrijdende kracht maakt het leven mogelijk! Jesaja gebruikt woorden die doen denken aan de schepping aan het begin van de wereld. ‘Ik schiep jou, Jakob, ik vormde jou Israël. En ik heb je gemaakt omwille van mijn majesteit.’ Verlossing is een nieuwe schepping. Een nieuw leven wordt mogelijk, een leven met ruimte en betekenis. Jesaja gebruikt ook woorden die doen denken aan de uittocht uit Egypte, zoveel eeuwen geleden. Toen Hij Israël tot zijn volk maakte. En het leven in een eigen land met de bijbehorende vrijheid en plezier mogelijk maakte.

Die boodschap ‘je bent van Mij’ maakt leven mogelijk. Leven in de ware betekenis van het woord: leven met ruimte en betekenis. Leven vrijheid en verbondenheid. Alleen omdat we van de HEER zijn kunnen we leven. Bevrijdt van de dood. Vrijgesproken van de zonde. Gered van de boze. Verlost van de gebrokenheid. Verzoend met de Schepper. En wordt het leven een echt leven.

** 3: Gods beloofde nabijheid

[dia 11] Vanuit Gods onvoorstelbare liefde en in het verlengde van zijn bevrijdende kracht, komt nog een derde mee. Gods beloofde nabijheid. In Jesaja prachtig onder woorden gebracht: ‘Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.’ God zelf laat zijn mensen niet meer alleen. Hij laat het niet weer gebeuren dat zijn volk compleet wordt uitgeroeid. Daarom krijgen de profetieën van Jesaja ook een klank van eeuwigheid. En lopen ze uit op visioenen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. God laat ze nooit meer los! Tot Hij in de eeuwigheid zijn doel heeft bereikt. En mensen zijn binnengebracht in het nieuw Jeruzalem.

God belooft zijn nabijheid. Maar Jesaja mag al aankondigen dat die nabijheid er iets anders uit gaat zien als in het verleden. In het volgende hoofdstuk is sprake van Gods Geest die uitgegoten wordt over alle mensen van Gods volk. Die niet alleen het leven vruchtbaar maakt, maar ook mensen in het hart verandert. Zodat ze uit zichzelf God leren zoeken en gaan kennen. Zodat ze zelf leren zeggen: ‘Ik hoor bij de HEER, ik ben van de HEER.’ En in geloof zich verbinden aan zijn dienaar.

‘Wees niet bang, want Ik ben je.’ Dat is de praktische conclusie van deze beloofde nabijheid van de Heer. Men zegt dat die bemoediging: ‘wees niet bang’ 365 keer in de Bijbel voorkomt. Ik heb het niet nageteld. Het zou voor ons wel een symbolisch getal zijn: 365 keer. Maar ook als dit aantal niet klopt, klopt de belofte wel: Elke dag van het jaar. Elk moment van je leven. ‘Wees niet bang, want ik ben bij je.’ Bescherming op de weg die je moet gaan. Zelfs als die door water of door vuur gaat. Beveiliging in de wereld waarin je leeft. Zelfs als daar kwaad en onrecht je het leven onmogelijk maken. Rust in je leven. Zelfs als het verdriet en de spanning je naar de keel grijpen. Dat zijn grote woorden en heftige moeiten. En hóe de Heer nabij is, weet ik niet. Wát die nabijheid van de Heer concreet betekent, weet ik ook niet. Maar dát Hij nabij is, daarop vertrouw ik. Omdat Hij het zegt.

** je antwoord op deze God heeft waarde voor je leven

[dia 12] Het eerste antwoord van de catechimus is een hele compacte samenvatting van wat er in de Bijbel staat. Samengevat met ‘Ik ben van Jezus Christus’. Alle vragen die dat oproept en ook alle weerstanden bij het antwoord van de catechismus komen pas tot rust als je hebt gezien dat die samenvatting ‘Ik ben van Jezus Christus’ een antwoord is. Een antwoord op de roeping en aanspraak van God zelf: ‘Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!’ Sommige vragen moeten verder besproken worden. Sommige ervaringen moeten verwerkt worden. Sommige onzekerheden blijven misschien bestaan. Maar wanneer je je laat aanspreken en laat roepen door God de HEER krijgen ze een andere plaats. Zijn onvoorstelbare liefde, zijn bevrijdende kracht en zijn beloofde nabijheid. In Jezus Christus heeft Hij het bewezen en waargemaakt. Door zijn Geest realiseert Hij dat, ook in jouw leven.

En als ik dat tenslotte nog even mag terugkoppelen naar de vraag die je persoonlijk zou stellen. ‘Ik ben van Jezus Christus’ is je grootste rijkdom, omdat je het leven ontvangt uit de hand van je Schepper, voor eeuwig. ‘Ik ben van Jezus Christus’ biedt je je ultieme doel, omdat het betekenis en samenhang geeft in de veelheid aan wegen en mogelijkheden. ‘Ik ben van Jezus Christus’ is je grootste houvast, wat er ook aan verwarring en onzekerheid in je wereld rondgaat. ‘Ik ben van Jezus Christus’ is je enige troost, waarmee je je weg kunt blijven gaan, ook met verdriet en verlies, zelfs door het sterven heen.

‘Heer U bent mijn leven, de grond waarop ik sta’. Zullen we gaan staan om dat te belijden?

Amen

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed