driehoek

Leerdienst bij het Jaarthema 2015-16

Capelle aan den IJssel, 30 augustus 2015

R.J.Vreugdenhil

  • Verbonden met Christus - dus samen (pijlen schema)
  • Verbonden met Christus - op alle niveaus (gedrag, waarden, identiteit)
  • Samen verbonden - tegen het individualisme in

Vanmorgen heb ik dit schemaatje al laten zien.

Je kunt zeggen: het is het logo van het jaarthema. Samen verbonden met Christus.
Weergegeven in een paar pijlen.
Aan de hand van deze pijlen wil ik wat dingen uitleggen, met de bijbel en de catechismus erbij.

Samen verbonden met Christus
Dat begint met de lijn verticaal: ik ben verbonden met Christus. Ik geloof in hem, hij is mijn Heer.
Je mag ook andersom beginnen: Christus heeft zichzelf verbonden met mij, hij heeft me gekozen en is met me aan het werk gegaan. Door hem ben ik wat ik nu ben.

Die pijl geeft aan wat we belijden in Zondag 1 van de Catechismus.
Ik ben met lichaam en ziel het eigendom van Jezus Christus. Hij hééft mij.
Hij heeft me gekocht en betaald. Hij bewaart me, hij zorgt voor mij. Hij geeft me zijn Geest.
En hij maakt mij van harte bereid om voortaan voor hem te leven. Voor hem alleen.
De pijl omhoog.
Het is de over-en-weer pijl van het verbond.

Het verbond, de verbondenheid met de Heer is er in twee richtingen.
Het begint bij hem.
Denk bijvoorbeeld aan Efez. 1, geprezen zij God, hij heeft ons uitgekozen.
Denk aan de kinderdoop, één van de kenmerken van gereformeerd belijden: het begint bij Gód die zich aan een mens verbindt.
Klassiek zeggen we dan: verbond is eenzijdig in zijn ontstaan. Het begint ligt bij God.
Maar het verbond is tweezijdig in zijn bestaan. Als het verbond er is, moet het een over en weer zijn.

Bij die twee-kanten-pijl met God moet je beginnen als het gaat om verbondenheid in de gemeente.
Het is echt belangrijk om daar bij stil te staan.
Anders wordt het een plat menselijk gebeuren.

Dus zet dit thema je steeds voor de spiegel. Herken ik mezelf in die eerste pijl?
Ik deed dat vanmorgen ook al en ik zeg het nog een keer: het begint in jezelf.

Dat kan zelfs betekenen dat je tegen jezelf moet zeggen: laat ik voorlopig maar niets zeggen over gemeenschap der heiligen, laat ik eventuele teleurstelling maar even bij me houden, want ik weet heel goed dat bij mij die eerste pijl er maar amper is.
En zonder die eerste pijl moet je niets zeggen over die andere.

De tweede pijl. Ook verticaal: Christus verbindt zich aan jou.
(eerst had ik er staan: de ander. Maar dat is te onpersoonlijk. Het gaat juist om ontmoeting. Ik en jij, die relatie, daar gebeurt iets.)
Christus verbindt zich aan jou. Of jij je ook verbonden hebt aan Christus, dat is eigenlijk niet zo van belang. Vaak kan ik dat wel merken, maar niet altijd. Dat is ook niet iets dat ík hoef te beoordelen. Dat is iets tussen jou en hem.
Wat ik wel weet: jij bent lid van diezelfde kerk van Christus. Jij bent ook een stukje lichaam van Christus. De genade die hier verkondigd wordt, is ook voor jou. Jij krijgt van hetzelfde brood en dezelfde wijn als ik. Christus heeft zich verbonden met je. De pijl van hem naar jou.

C Omdat ik me verbonden weet met Christus, en ik geloof dat hij zich verbonden heeft met jou, ben ik met jou verbonden.
Dus de horizontale lijn.
De ik-jij-relatie in de gemeente loopt via Christus.
Daarom ook de kleuren: de gele pijl van Christus naar mij (en andersom), de blauwe pijl van Christus naar jou; en geel en blauw geeft samen groen: de pijl naar jou.
Als de gele pijl er is èn de blauwe, dan moet dat samen de groene geven.

Er kunnen nog veel meer kleuren ik-jij-relatie zijn. Goede en slechte. Familie-relaties, oude vrienden; of juist teleurstellings-relatie, boosheids-band. Maar ik moet mezelf steeds terugroepen naar de relatie die via Christus loopt.
Net zoals Jezus zelf liet merken, toen mensen zeiden dat zijn moeder en zijn broers naar hem vroegen. ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’En hij keek rond: zij zijn mijn moeder en mijn broers. Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder’. (Matt.12:49).
De belangrijkste ik-jij-relatie in de gemeente is die van het geloof. De relatie via Christus.

Dat is ook iets om in de praktijk mee aan het werk te zijn. Hoe kijk je naar iemand. Het kan je buurjongetje van vroeger zijn. Of degene die jou pestte in de klas. Of de moeder van je ex. Allemaal dingen die de relatie kleur geven. Maar in de gemeente mag je, door de kracht van de Geest, vooral leren zeggen: ik hoor bij Christus, Christus houdt van jou, dus hoor ik bij jou.

Dat is de kern van gemeenschap-der-heiligen zijn:
Samen verbonden met Christus.
HC zondag 21 v/a 55, wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen. Dat is niet meteen: dat we in de kerk allemaal er voor elkaar zijn. Maar: dat de gelovigen allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap hebben met de Here Christus en deel hebben aan al zijn schatten en gaven.
En dan ten tweede dat ieder verplicht is zijn gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken.
Kijk naar elkaar via Christus.

En dat dan in een veelvoud van tegen de vijfhonderd. Zoveel mensen in één gemeente. Samen verbonden om er voor Christus te zijn. Daarom de pijl er omheen. Samen gemeente voor de Héér.
Samen liturgie, offerdienst. Samen verbonden met Christus, voor Christus.

  1. Verbonden met Christus - dus samen
  2. Verbonden met Christus - op alle niveaus (gedrag, waarden, identiteit)

Samen verbonden met Christus.
Wat is dat: verbonden zijn met Christus? Het klinkt mooi, maar hoe werkt het?
Misschien helpt het om te vergelijken met verbonden zijn met je vrouw of man, met je ouders of je kind.
Ik ga er vanuit dat er zo’n verbondenheid is. (Eerlijk zijn, er zijn mensen die ook heel weinig of niets kunnen met die verbondenheid. Dan is er wel echt een probleem.)
Ik neem de verbinding met m’n vrouw. Hoe bepaalt dat mijn leven?
Op verschillende niveau’s.
In praktisch gedrag. Omdat ik verbonden ben, ga ik na de kerkenraadsvergadering naar huis en niet het café in. In de praktijk van elke dag is er verbinding, zonder dat ik daar steeds bewust voor hoef te kiezen.
In beslissingen en keuzes. Als ik keuzes moet maken, doe ik dat niet los van haar. Zelfs zonder te overleggen, speelt het mee in hoe ik beslis over allerlei dingen.
In mijn identiteit, het besef van wie ik ben. Ik ben man-van, ik kan en wil mezelf niet los denken van haar. Het is een deel van mijn identiteit geworden.

Zo werkt het verbonden-zijn met Christus ook op die verschillende niveau’s.mijn identiteit
Praktisch. Heb je hem vandaag al gesproken? Heb je tijd genomen om te luisteren? Verbinding met Christus is iets wat je doet.
In keuzes, in wat je belangrijk vindt. Je motivatie om dingen te doen. Je verlangen om dingen niet meer te doen. Verbinding met Christus op het niveau van wat je denkt en kiest.
De bijbel zegt ook schitterende dingen over je identiteit in Christus. Wie ben ik? Kind van God, geliefd; ik ben een nieuwe schepping, gekozen om te leven met eeuwige bestemming. Ik mag leven van genade: het gaat niet om wat ik presteer, maar ik mag leven met opgehouden hand. Leven van wat God mij in Christus geeft. En hij geeft mij ook de waarde van mijn leven.

Gedrag, waarden en identiteit - en onderling beïnvloedt dat elkaar.
In de opvoeding begint het bij gedrag (handen samen, ogen dicht); je leert je kind keuzes maken en je bidt dat hij zal ontdekken wie hij in Christus mag zijn.
Tegelijk heb je andersom de bodem nodig van je identiteit in Christus, anders worden waarden een normatief stelsel zonder liefde, en gedrag kan een holle vorm zijn.

Het is het mooiste als gedrag, waarden en identiteit met elkaar in één lijn zijn en elkaar steeds beïnvloeden.
Als in alles die verbondenheid met Christus leeft en merkbaar is.
Dus gedrag als uiting van je identiteit.
Maar ook: als je gedrag afwijkt (bijbels gezegd: je valt in zonde; je dóet dingen die niet verbonden zijn met Christus), dan je dan vanuit je identiteit mag weten: toch ben ik geliefd door Christus, hij houdt mij vast, hij vergeeft. En dat werkt dan weer door in opnieuw keuzes maken en je gedrag corrigeren.
Terwijl je andersom ook je identiteit blijft voeden door je gedrag. Zoals Paulus tegen Timoteüs zegt: oefen jezelf in een vroom leven (1 Tim.4:7). Oefenen, praktisch gedrag (bijbel lezen, naar de kerk gaan), waardoor je je innerlijk versterkt.

Gedrag, waarden en identiteit met elkaar in lijn.
Ik denk dat dat is wat in de bijbel een oprecht mens heet. Een onschuldpsalm, zoals Psalm 26, zegt niet ‘ik doe nooit iets fout’, maar wel: ik ben een mens uit één stuk, in één lijn, verbonden met de Heer.

Ik leg dit uit, om dat ik denk dat het goed is om zo naar jezelf te kijken.
En ook om het mee te nemen in onderlinge gesprekken.
Eén voorbeeld: je zou met iemand een felle discussie kunnen hebben over bepaald gedrag. Jij vindt dat dat absoluut niet kan voor een christen, hij vindt van wel. Dat kan zo ver gaan dat je afstand voelt, onverbondenheid.
Maar ga je terug naar het niveau van keuzes of van identiteit, dan kun je misschien elkaar wel vinden. Als je door-luistert, en dus doorvraagt, kun je ontdekken dat je op het niveau van wie je bent als christen je veel sterker verbonden bent dan je zou verwachten.
Of andersom, iemand kan ook leven met een heel sterk patroon van christelijk gedrag, terwijl er geen echte verbondenheid met Christus is op het niveau van zijn identiteit. Dan is het goed om daar over in gesprek te gaan.

En je kunt dit ook toepassen op verbonden zijn met elkaar.
Verbonden zijn met Christus en met elkaar - op verschillende niveaus die elkaar beïnvloeden.

Samen verbonden zijn - tegen het individualisme in

Het denkklimaat in onze samenleving heeft, volgens mij, veel meer invloed dan wij willen toegeven. Of beter: veel meer dan we ons zelf bewust zijn.
Dat werkt bijvoorbeeld door in wat je bedoelt met ‘samen’.

Het denkklimaat is tegenwoordig enorm gericht op zelfontplooiing (het dikke ik - maar dan nog veel dieper dan Marc Rutte het bedoelde; want zijn pleidooi gaat ook uit van het ik dat zich zelf wil en moet ontplooien).
Dat betekent ‘samen’ al gauw: ik wil het met anderen doen als dat goed is voor mijn eigen ik.
Samen zingen in de kerk - wat geniet ik daarvan.
Samen bijbelstudie, samen een kleine kring vormen om elkaar te bemoedigen - dat is goed voor mijn geloof.
Het ‘samen’ staat vaak in dienst van mijn ‘ik’.

Het evangelie van Christus zet mij voor de spiegel: herken ik die ik-houding bij mezelf?
Wil ik door Christus het andersom leren: mijn ‘ik’ in dienst van het ‘samen’.
Minder mijn ‘ik’ om meer het ‘samen’ te hebben.
Het is, denk ik, een vraag voor ieder van ons: hoe werkt het klimaat van de zelfontplooiing door in mijn denken, mijn gedrag?
Die invloed krijg je er echt niet zomaar uit, maar het is alleen al goed om je ervan bewust te zijn.

Het evangelie van Christus zet tegenover dat zelfontplooiings-ideaal de zelf-verloochening. Nee zeggen tegen je eigen ik, om samen achter Christus aan te gaan.
Echt samen verbonden zijn met Christus gaat dus ook ten koste van jezelf.
‘Samen’ betekent: willen offeren, inleveren. Want ‘samen’ is minder ‘ik’.

Als we dus een gemeente willen zijn waarin verbondenheid groeit, dan is dat niet alleen iets moois. Dan is dat niet alleen iets van ‘ja, mooi, dat willen we graag’.
Werken aan meer ‘samen’ is ook iets van bekering, snijden in jezelf, een geloofskeus die pijn kan doen. ‘Samen’ gaat ook in tegen je eigen ik.

Dan kan het goed zijn om weer naar de diepe laag van de identiteit te gaan: ben ik zelf verbonden met Christus, bepaalt híj wie ik ben? Wil ik mijn gedrag (dus ook: samen dóen) laten bepalen door hem? Kies ik, vanuit mijn verbondenheid met hem, voor een praktijk van verbondenheid met anderen in de gemeente?
(en daarmee ook je identiteit opnieuw laten vormen; want je identiteit is óók dat je een deel van het lichaam van Christus bent)

Zo kom ik terug bij het pijlen-schema. En dat op drie niveaus.
Ik ben verbonden met Christus, in mijn diepe wezen, in mijn keuzes, in mijn gedrag; en ik weet dat hij zich met jou verbonden heeft. Dus ben ik verbonden met jou; sámen zijn we verbonden met Christus: ook dat is mijn identiteit. Wie ben ik: omdat ik van Christus ben, ben ik samen met anderen. Dat bepaalt dus ook mijn keuzes. Niet alleen ‘wat wil ik’, maar ‘wat doen wij samen’. En dat wil ik in praktijk brengen. Samen dóen.

Ik hoop dat ik zo dingen meegegeven heb om over na te denken.
Ik sluit af met wat we net al lazen, Kolossenzen 3:13-15a
Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.
14 En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.
15 Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam.
Amen

Laatst aangepast op %PM, %02 %460 %2015 %12:%okt
terug naar boven