Als ik in de hal van de kerk jou tegenkom, hoe kijk ik dan naar je? Wat denk ik, voel ik, doe ik?

Als ik bij de mededelingen jouw naam hoor, of ik lees in het kerkblad dat je jarig bent, wie ben jij dan voor mij? Als ik misschien al jaren negatief naar je kijk en over je denk, wat vraagt Christus dan van mij?

Vanuit zulke vragen is deze pijlen-driehoek getekend. Het gaat om de praktijk van de onderste pijl, de pijl van ik naar jij. Wat is mijn houding, mijn gedachte naar jou toe? Ik moet dan beginnen bij Christus. Christus heeft mij lief. Ik ben van hem en ik wil voor hem leven. Antwoord 1 van de Catechismus: ik ben het eigendom van Jezus Christus, hij heeft me gekocht en betaald en hij maakt mij bereid om voortaan voor hem te leven. Een pijl van hem naar mij èn van mij naar hem. Zo ben ik. Dat gelóóf ik en dat wíl ik ook in praktijk brengen. Ook als ik jou zie. En via Christus zie ik jou. Want je bent samen met mij lid van zijn gemeente. Je bent één van zijn ‘geroepen heiligen’ (1 Kor.1:2). Je krijgt zijn lichaam en bloed uitgedeeld wanneer we (jij en ik) zijn Avondmaal vieren. Hij heeft jou lief en heeft zich aan jou verbonden.

Of jij dat van jouw kant ook beantwoordt met geloof en liefde, weet ik niet. Dat is nu ook niet van belang. Ik hoef jouw pijl naar Christus toe niet te beoordelen. Het is genoeg dat ik weet dat Christus zijn pijl met liefde naar jou heeft staan. Hij heeft zich aan jou verbonden.

En dus ben ik met jou verbonden.

Niet via mijn gevoel, mijn sympathie of mijn ergernis loopt de pijl van mij naar jou, maar via Christus. Zijn liefde voor mij èn zijn liefde voor jou vragen om 7 mijn houding van liefde naar jou.

Mijn verbondenheid met hem (hij met mij, ik met hem) en zijn verbondenheid met jou maken dat ik met jou verbonden ben. Als ik je tegenkom, als ik je naam lees, als ik positief of negatief iets voel of juist helemaal niets voel – mijn houding naar jou wil ik laten beheersen door die verbondenheid in Christus. Moet die onderste pijl dan niet twee kanten op staan? Die ander moet toch ook met mij verbonden zijn? Ik mag toch meeleven, liefde, zorg van anderen verwachten? Jij moet er toch ook voor mij zijn? Absoluut. En toch staat er bewust een pijl één kant op. Want hoe jij naar mij kijkt en doet, is iets van jou. Dat is jóuw driehoek,vanuit jouw verbondenheid met Christus. Uiteraard verlang ik naar jouw positieve houding, je meeleven, je excuses. Maar ik kan het niet claimen. Dat verlangen leg ik bij Christus neer. En net als Jezus wil ik leven zonder liefde te eisen. Hij heeft me geleerd te geven. Zo geven kan ik vanuit zijn liefde voor mij. Zijn pijl naar mij (en naar jou) kleurt mijn pijl naar jou. Ook als ik van jou geen liefde ervaar.

[In de gekleurde versie is de pijl van Christus naar mij geel, de pijl van Christus naar jou blauw en dus de pijl van mij naar jou groen, want geel en blauw is groen.] En om dat alles heen is er de grote pijl naar boven. Deze houding is tot eer van God. Ik en jij en al die anderen in de gemeente, samen verbonden met Christus tot eer van God die ons liefheeft!

ds. Rob Vreugdenhil

Laatst aangepast op %PM, %01 %865 %2015 %21:%okt
terug naar boven