Genesis 3:20

Lezen Gen 3:  1 – 20
Tekst Gen 3: 20 

Gemeente van Christus,

Naar wie noem je je kind? Naar je vader of moeder, naar iemand die veel voor je betekent. Of je geeft gewoon een naam die je mooi vind. Dan vernoem je niet. 

Bij Ruben Klaas is het duidelijk wel gebeurd. Die naam klinkt wel heel erg naar die van zijn opa. Vaak noem je een kind naar een ouder of grootouder.

 

In de tekst van vanmorgen gebeurt het omgekeerde: een ouder wordt genoemd naar het kind. En dat is raar. 

Er is aan Adam en zijn vrouw een kind belooft. Ooit zal uit de vrouw de Verlosser worden geboren. En nu noemt Adam zijn vrouw naar haar kinderen: moeder van alle levenden. 

 

Een naam die spreekt van hoop. En dat is niet vanzelfsprekend. Want hun wereld is letterlijk in elkaar gevallen. God is hun vriend niet meer. De vriendschap met de slang is gesloten. God moet er weer vijandschap van maken. “vijandschap sticht Ik” De eerste stap naar de herstelde vriendschap van God met de mensen. Alles is anders geworden, naakt , koud, onbeschermd. Zwoegen en zweten. Puffen en baren. En de harmonie is verstoord. Ruzie en gekibbel, elkaar de schuld geven.

Wat gaat het allemaal anders dan ze dromen mochten.

 

Een leven onder de zonde en de vloek van God. Maar daar middenin klonk toch het woord van Gods belofte. De moederbelofte. Gen 3: 15 En dat is de hoop. Daaraan houdt Adam zich vast. Dat is zijn geloofsverwachting.

 

Dat baren moeilijk is, dat het allemaal niet vanzelf spreekt dat het allemaal goed gaat. Jan en Emma hebben het ook in deze zwangerschap en geboorte weer ervaren. Jullie zijn Adam en Eva niet. Maar de moeiten die jullie ervaren hebben houden wel rechtstreeks verband met de zondeval en de vloek van God. Veel zorgen zijn er geweest. En zijn er in zekere zin nog. Wat hebben we veel gemerkt van dat “zwoegen zul je als je baart”. 

Maar we vieren vandaag Gods belofte.  Daarvoor zijn we samen in de kerk vandaag. We zijn bij het doopvont. Dan moeten we ons vooral vasthouden aan de beloften van God. Net zoals Adam deed. 

 

En wij leven heel veel eeuwen later. We mogen zien hoe die beloften waar Adam het mee kon doen vervuld zijn en door God verder gebracht zijn richting de voltooiing. 

 

Houd je vast aan Gods beloften. 

 

Adam houdt zich in de naamgeving van zijn vrouw vast aan God. 

1

Adam treedt op als koninklijke mens

 

Moeder van de levenden, noemt Adam zijn vrouw. God zet eigenlijk de man al buitenspel: de zonde zet de wereld op de kop.

De man was het hoofd van de vrouw, en man en vrouw samen heersen samen over de schepping.

Dat wordt na de zondeval meteen al anders: de man verstopt zich achter zijn vrouw. De vrouw verstopt zich achter een dier.

God spreekt. En wat hoor je dan? Vloek en zegen. Gelukkig ook zegen. Een belofte. De grootste belofte wordt uitgesproken nota bene in het spreken tot het dier: de moederbelofte.

Daarna wordt de vrouw aangesproken en tenslotte pas de man. Het staat op zijn kop. Je ziet het ook in het gedrag dat God voorzegt: De slang bijt het nageslacht van de vrouw in de hiel. De harmonie is weg. De vrouw begeert de man. De harmonie is weg. En hij overheerst haar. De harmonie is weg. De verhouding is stuk. 

 

Maar Adam luistert goed. Hij hoort die woorden van God met hun oordeel met hun verschrikking erin. Maar hij gelooft de belofte die er in ligt. En daar houdt hij zich aan vast. Daarom noemt hij zijn vrouw niet langer naar zichzelf, de eerste Adam: manninne, Vrouw genoemd naar de man. Maar hij noemt haar naar de tweede Adam die gaat komen, Christus, hij geeft zijn vrouw een christelijke naam, een doopnaam: Eva, moeder. Niet van de stervelingen, dat zou gekund hebben. Vanaf nu moet ieder sterven. Wat verschrikkelijk. Maar hij noemt haar moeder van de levenden. Hij houdt zich aan de belofte vast. 

 

Daarin is Adam koninklijke mens.

Namen geven: dieren namen geven. Dat was zijn werk als onderkoning. Zo had hij gemerkt dat hij geen vrouw had. Niemand die bij hem past. Dan geeft God de vrouw aan hem. En Adam geeft haar ook een naam. Zo accepteert hij dat geschenk van God. Vrouw zegt de NBV, dat was: manninne vrouw als vervrouwelijking van het woord mens. Man en vrouw: Isch en ischa. Mens en mensin.

 

In dat naam geven lag de macht van de mens over de dieren: 

Daarin was Adam onderkoning, beeld van God: zoals God op beslissende momenten mensen namen geeft: Abram en Sarai, ze krijgen andere namen: Abraham en Sara. Jacob gaat Israël heten. Dat is Gods gezag om te redden, om te doen wat Hij beloofd heeft. Zo zegt God later tegen Jozef en Maria: jullie Kindje moet Jezus heten. Dat is het gezag van de reddende God. 

 

Die God beeldde Adam af toen hij de dieren namen gaf. En dat gezag zet hij nu in als hij zijn vrouw een nieuwe naam geeft. Een gezag om te redden, gezag om te eren, tot haar recht te laten komen. 

 

Als Adam zijn vrouw een andere naam geeft is hij daarin ook na de zondeval koninklijke mens. En dat kan alleen maar omdat hij zich vasthoudt aan Gods belofte: dat de Here Jezus geboren zal worden. Dat eenmaal alles wat kapot is, zal worden hersteld door God, door de machtige Helper: Hij zal het doen. En daarom noemt Adam de hulp die bij hem past, die hij van God heeft gekregen,  naar God. God is mijn helper. God  zal eenmaal de Redder van het leven geven. Uit het nageslacht van de vrouw. Hij noemt zijn vrouw naar Christus. 

Moeder van de levenden.

 

Gaaf ook dat zo het eerste huwelijk wordt getekend. Wat doen wij vaak moeilijk over die verhouding van man en vrouw. Kijk als het zo is: man het hoofd. Vrouw in Christus naam de hulp. Dan is het toch geen ouderwets en onbegrijpelijk gegeven? Dan ligt daar toch het geheim van Christus in. Ook in dat gezag van deze man die zijn vrouw de liefste naam geeft die hij in huis heeft. De naam van de belofte van God. De meest eervolle naam. De christelijke naam: Eva, moeder van de levenden. 

 

Adam blijft koning. Maar niet zonder de hulp van Christus. Niet zonder dat hij zijn petje afzet voor Eva. Het reddende Kind komt van de vrouw. Zonder dat de man kan helpen. Die hulpeloosheid van mannen bij een bevalling, dat is ergens tekenend voor Gods weg. Als Jezus komt staat Jozef buitenspel. Nageslacht van de vrouw. God eert die barende vrouw. 

 

Eva wordt genoemd naar haar kind. Zo zijn man en vrouw samen in een nieuwe taak. Een koning moet dienen. Koning zijn doe je uit Christus. Uit de vrouw.

En van koning Jezus hoor je meestal eerst van je moeder. 

De liefde tussen man en vrouw, de liefde van ouders voor hun kind, het komt tot bloei via Christus.

 

Als het over Jezus mag gaan, dan wordt het huwelijk mooi, dan wort opvoeding mooi. Als Hij centraal staat. Als Hij wordt nagevolgd, Christus.

 

Ik kom tot het tweede onderdeel van de preek. Adam was koning toen Hij zijn vrouw een nieuwe naam gaf. Maar Hij was niet alleen koninklijke mens. Hij was ook profetische mens.

 

Adam houdt zich in de naamgeving van zijn vrouw vast aan God. 

2

Adam treedt op als profetische mens

 

Want hij geeft haar niet maar willekeurig een nieuwe naam, als een soort tiran. Nee, hij licht de naam toe. Hij onderbouwt en verklaart. 

Hij noemde zijn vrouw Eva; zij is de moeder van alle levenden geworden. 

We lezen daar een puntkomma tussen. Maar dat mag ook het woordje “want” zijn. Het is zijn toelichting op haar nieuwe naam. Adam is profeet. Wat hij begrepen heeft van God geeft hij door. Hij zegt: moeder van alle levenden word je. 

Ze wordt maar niet moeder van alle stervelingen. Dat wordt ze ook. God heeft net alle mensen de doodstraf gegeven. We weten niet wanneer de doodstraf zal worden voltrokken. Maar we zitten eigenlijk sinds de zondeval levenslang in de dodencel. 

Maar Adam noemt haar niet moeder van alle stervelingen maar moeder van alle levenden. 

 

Er is veel verdriet en gebrokenheid in het leven. Vandaag ook. Maar alle ellende is vandaag ondergeschikt aan de belofte van God voor Ruben, voor Jan en Emma, Lucas en Anna. God wil Rubens God zijn. En daarmee is Ruben geen sterveling maar in eerste instantie en in laatste instantie een levende, en Jan en Emma en wij allen die geloven in het verbond met God. God die met ons begint. Die de band met de satan en de slang verbreekt: Vijandschap sticht ik, zegt God. Vriendschap sticht Hij tussen Hemzelf en de mensen in Jezus Christus. We zijn levend in Christus.  

 

Adam gelooft dat. En daarom komt hij met deze nieuwe naam. Hij ziet de overwinning komen. En dat is profetie. Dat optimisme van het geloof. Het komt weer goed. Dat je dat als christenen tegen elkaar zegt. In elke situatie mag je het zeggen. In Christus is het namelijk waar. In het reddende Kind: het komt goed. 

 

Tekens daarvan zijn te zien. In genezing van ziekte, in herstel van het leven. In vrienden die je steunen als je het moeilijk hebt. Daarin is de heling te zien. De christelijke gemeente als teken van het koninkrijk dat komt. Waar we elkaar helpen, voor elkaar bidden. Ook als jij het even niet meer kunt. 

Gods hulp in het hier en nu neemt zo vaak de vorm aan van mensen die je steunen. Die je een hart onder de riem steken. 

Adam geeft zijn vrouw een nieuwe naam. Zo spreekt hij haar moed in. Zo getuigt hij van de hulp van God die zeker is. 

Dat is profetie. 

En Eva gelooft het ook, trouwens. Als Kaïn geboren is, zegt ze: met de hulp van de HEER heb ik het leven geschonken aan een man.  

 

Adam verkondigt het als profeet. 

Zo buigt Adam voor zijn eigen Kind.  

 

Het huwelijk van Adam en Eva is niet alleen maar fijn en leuk voor henzelf. Nee, het is dienst geworden aan Christus. En dat geeft een andere kijk op getrouwd zijn. 

 

Getrouwd zijn is een mooi cadeau van de Schepper. Maar het is er niet alleen voor de lol. Het heeft een doel dat boven dat huwelijk zelf uitwijst. Dat merk je als je kinderen krijgt en naar het doopvont brengt. Wat gaaf is dat. En wat rijk. Dat je huwelijk zo dienst mag doen. 

Maar daar hoef je nog niet eens kinderen voor te hebben. Verwijzen naar Christus, dat profetische werk dat mag je ook naar elkaar doen. Elkaar op Christus wijzen. Als je elkaars naam noemt. Als je elkaar de waarheid zegt en meeneemt, je samen richt op de taak die je op de aarde hebt.   

Daarbij zijn kinderen een heel centrale taak en opdracht. Maar bepaald niet de enige.  

 

Het huwelijk moet dienst aan Christus zijn. 

De naam van Jezus zeggen tegen je man, tegen je vrouw. Dat is zo belangrijk. Dat doet de profeet Adam direct na de zondeval en direct na de belofte van God. Hij wijst zijn vrouw op Christus. Eva zul je heten.  De naam van Jezus zeggen tegen je man, tegen je vrouw. Tegen je kind. Midden in deze wereld. Jezus Christus navolgen in je liefde, in je trouw, in je ouderschap in goede en  kwade dagen, in gezondheid en ziekte, dat is Gods bedoeling. 

Dat is verwijzend mens zijn, wijzen op Christus. Profetisch

 

Adam houdt zich in de naamgeving van zijn vrouw vast aan God. 

3

Adam treedt op als priesterlijke mens

 

Ik kom bij het laatste vanmorgen. Adam is koninklijke mens, profetische mens. En u voelt hem al aankomen: hij is ook priesterlijke mens. 

 

Hij offert. Hij offert zijn vrouw op. Dat zeg ik misschien wat cru. Maar let op het verschil tussen de eerste en de tweede naam van deze vrouw: eerst mannin: genoemd naar de man. Nu Eva, genoemd naar haar kinderen. 

 

Eerst manninne: vrouw om vandaag mee te genieten. Nu Eva: vrouw gericht op de toekomst. 

 

En wie zijn vrouw verliest zal haar vinden, zeg ik met een variatie op een woord van Jezus. 

Want samen voor Gods toekomst leven is geweldig mooi. In het moeder zijn wordt Eva mooi, ook in de ogen van Adam. Ze is juist helemaal zijn partner gebleven. Het is echt een troetelnaam, Eva. In dat moederschap wordt Eva wie ze moet zijn. 

Het zal een zwaar moederschap zijn. Denk aan Kaïn en Abel haar eerste kinderen. De een doodt de ander en zo verdwijnen beide op een dag uit haar leven. Maar toch, in dat moederschap doet God de toekomst open. 

 

Wie zijn leven verliest zal het vinden. Dat is niet nieuw als Jezus het zegt. Offeren hoort bij de mens. Bij de mens als priester. 

 

Je leven zien als dienst aan de toekomst, offerdienst. Bouwen aan Gods koninkrijk. Dat kan op allerlei manieren. Een van de mooiste manieren heeft de Here aan Jan en Emma toevertrouwd: Al drie kinderen om groot te brengen. Dat is machtig mooi als de Here je daarvoor roept. En voor die roeping moeten we dan ook maar niet terugschrikken. Ook niet voor de zogenaamde onvrijheid die het met zich meebrengt om kinderen te krijgen. Wie die vrijheid opoffert krijgt veel terug. Als manninne Eva wordt vindt Adam zijn vrouw terug in zijn kinderen 

 

Adam en Eva, ze hebben kinderen gekregen. En het heeft ze ook veel verdriet gedaan. Maar ze keken vooruit naar het kind dat eenmaal komen zou. 

 

Wij kennen Jezus. Het Kind dat kwam. De priesterlijke mens bij uitstek. Hij bracht het offer. 

Jezus, het Kind dat zijn aardse vader opzij schoof. 

 

Wij leven eeuwen en eeuwen later. We mogen onszelf naar datzelfde kind noemen: christenen zijn we. Ruben is lid van die grote familie van Christus. Dat is door zijn doop vandaag bevestigd. 

 

Die familie is begonnen bij Adam en Eva. En door het geloof mogen ook wij levenden zijn. Niet maar stervelingen. Door het geloof in Jezus die het Leven zelf is 

 

God heeft gezegd dat Hij voor Ruben zal zorgen als een Vader. Dat de Here Jezus Hem wil schoonwassen van de zonde. De zonde die sinds Adam en Eva zulke grote gevolgen heeft. En Gods Geest is hem beloofd om daarop te vertrouwen en daaruit te leven. 

 

Adam gaf Eva een nieuwe naam. Jan en Emma hebben de taak om over die nieuwe naam: leven, leven door de Here Jezus te vertellen aan Ruben, en aan Lucas en Anna. 

 

Wij allen staan in diezelfde lange historische lijn door de tijd. Waarin we allemaal onze naam gekregen hebben. 

 

We mogen mensen zijn. Ambtsdragers: koningen, profeten, priesters. We mogen mensen zijn,  schuilend onder onze doopnaam. De naam van Jezus. De profeet, de priester en de koning. En zo maakt God ons nieuw. Zo begint Hij in ons leven. 

Om ons te maken tot koninklijke mensen. Onderkoningen in zijn schepping. Het begint weer. Profetische mensen, we noemen elkaar de naam van Jezus. En in zijn naam nemen we elkaar mee.

En tenslotte als priesterlijke mensen. Mensen die weten van prijsgeven en offer. Die weten van bidden en verwachten. Die uitzien naar God. 

Amen.

Ds. Kees van Dijk

Vanaf eind 2003 tot begin 2014 is ds. Kees van Dijk predikant geweest bij onze zustergemeente van Capelle-Noord. De preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een van deze preken gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: ommen-no.gkv.nl/
terug naar boven