Jezus, uw Koning die zo heel anders is

JEZUS, UW KONING DIE ZO HEEL ANDERS IS
- zoals gezegd door Zacharia
- zoals te zien bij Jeruzalem
- zoals te merken in uw leven (?)

We beginnen in Zacharia 9.
het hoofdstuk begon met Damascus, Hamat, Tyrus, Sidon - zegt u dat wat?
Het waren toen de grote steden in de landen boven Israël.
Ik denk dat het dezelfde klank heeft als nu: Berlijn, Parijs, Brussel, Londen.
Rijke, machtige steden.
‘Wij doen wat wij willen.’
Economisch sterk. Militaire machten. Spierballen en stevige taal!

Maar er klinkt een profetie.
Een woord van de HEER.
De HEER zal deze machtige steden laten instorten. Hoe sterk ze ook zijn, het woord van de Heer is sterker.
En dan gaat er een golf van schrik door het land van de Filistijnen.
De Filistijnen zijn de directe buren van Israël, in de Gaza-strook langs de zee.
Altijd was daar conflict.
Maar de HEER breekt de hoogmoed van die Filistijnen. Steden worden verwoest. En tegelijk zal een deel van hen gaan horen bij het volk Israël.

De profetie begint dus met een rondje om Israël heen.
De grote machten worden afgebroken. Van de spierballen en grote monden blijft niets over. Intelligentie en rijkdom - God breekt er dwars doorheen.

Dan draait de schijnwerper naar Sion, Jeruzalem.
Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht!
Dat is verrassend nieuws.
Want we zitten hier, bij Zacharia, in de tijd na de ballingschap.
Er is al heel lang geen koning meer in Jeruzalem.
Ze zijn amper een zelfstandig volk.
Maar de profeet mag het, in opdracht van de HEER, uitroepen: je koning komt eraan!

Na vers 1 tot 8 verwacht je dan: een koning met spierballen. Alle macht en rijkdom die Damaskus, Tyrus en Sidon eerst hadden, zal nu de koning van Jeruzalem hebben.

Maar dat valt tegen.
Deze koning komt aanrijden op een ezel.
Er is wel gezegd: een ezel, dat is echt het koninklijke rijdier bij uitstek.
Dan wordt er verwezen naar koning Salomo. Toen hij koning gemaakt werd, mocht hij rijden op de ezel waar eerst zijn vader, koning David, op gereden had (1Kon.1:33,38)
En er wordt verwezen naar de tijd van de rechters. Recht.10:4, Jair had dertig zonen, die allemaal een ezelshengst als rijdier hadden en aan het hoofd van een nederzetting stonden.
Inderdaad, er is een tijd geweest dat ‘rijden op een ezel’ het bewijs was dat je belangrijk was. Je líep niet, zoals iedereen, maar je liet je rijden op een ezel.

Maar dat is lang geleden.
Toen was het paard blijkbaar nog niet gewoon. Wel in het machtige Egypte. Daar waren koningen gewend op paarden te rijden. Maar de HEER had dat zelfs aan Israël verboden. Deuteronomium 17:16, de koning in Israël mocht niet veel paarden houden en het volk niet naar Egypte terugvoeren om zich veel paarden aan te schaffen.

Koning Salomo heeft dat wel gedaan.
Vanaf de tijd van Salomo hadden ook de koningen van Israël heel wat paarden en wagens. Een ezel stelde toen niets meer voor.
Als je wat was, dan reed je op een paard!
Kijk maar in Zacharia 10:5, zij die hoog te paard zitten, gaan roemloos ten onder.

Een beetje koning rijdt dus op een paard, met ruiters om hem heen, en strijdwagens met paarden.
Maar deze koning dus niet.
Geen Arabisch volbloed, triomfantelijk, als overwinnaar.
Hij sjokt op een ezel.
Heel simpel. Geen pracht en praal. Geen spierballen en een grote mond.
Deze koning is heel anders dan je zou verwachten.

Wat wordt er nog meer over hem gezegd?
Hij is bekleed met gerechtigheid. Eerlijkheid.
Geen tiran, zoals in vers 8 nog genoemd werd.
Niet gericht op eigen macht, eigen belang, zoals veel koningen in die tijd (en zoals ook vandaag veel mensen; ellenbogenwerk, geen zwakheid laten zien, je omhoogwerken, anders word je naar beneden gedrukt).
Gerechtigheid.
En bekleed met zege. Overwinning.
Maar die overwinning is niet ‘de macht van de sterkste’.
Want er zit in het Hebreeuwse woord tegelijk iets van: hulp gekregen. De overwinning heeft hij gekrégen.
Nederig komt hij aanrijden.
Een gewone man. Geen pracht en praal. Maar als jan-met-de-pet.
Op een ezel. Meer niet.

Dat is de koning van de toekomst. Een koning die heel anders is.
Opvallend is ook de overgang naar vers 10.
Na vers 9 (hij komt aanrijden) zou je verwachten ‘hij zal de strijdwagens en de paarden verjagen’. Maar er staat: ík zal dat doen. God doet het voor hem.
Deze koning pleegt geen staatsgreep. Hij vecht niet zelf.
Hij zal een koning van vrede zijn. Een enorm vrederijk, waar al die volken die net genoemd zijn ook onder vallen.

Zacharia profeteert over een koning die zo anders is dan normaal.
Je verwacht heel veel (juich, je koning is in aantocht!),
maar wat er dan komt, daarbij denk je ‘is hij het? Is dit die grote koning?’,
toch loopt het uit op een enorm vrederijk.
Wat een bijzondere profetie.

[zoals te zien bij Jeruzalem]
Ruim vijfhonderd jaar later gebeurt dit. Precies zoals Zacharia gezegd had.
Jezus regelt het zelf. Hij stuurt twee leerlingen erop uit: ga naar dat dorp, haal de ezel die je daar vindt.
Je kunt trouwens met evenveel recht zeggen: Jezus weet dat het voor hem geregeld ís. Hij weet: deze profetie gaat over mij, dus zal daar een ezel klaar staan. God doet wat hij zegt.

Zo houdt hij intocht in Jeruzalem.
De mensen vinden het prachtig. Ze snappen direct wat de bedoeling is: Jezus gaat als koning de hoofdstad binnen. Ze doen meteen mee: juichen, zwaaien met takken. Allemaal aanmoedigingen om een staatsgreep te plegen en de macht in Jeruzalem over te nemen. Hosanna voor de Zoon van David die recht heeft op de troon in Jeruzalem!

Maar is het serieus de intocht van iemand die koning wil worden?
Opvallend (als je daar even over doordenkt): de Romeinen grijpen niet in. Er staat dat de hele stad in rep en roer is. De romeinse stadhouder Pilatus en zijn troepen moeten het gemerkt hebben. En ze hadden slechte ervaring met mannen die riepen dat ze de messias waren. Er waren vaker pogingen tot opstand geweest. Dan sloegen de Romeinen meestal hard terug. Nu gebeurt er niets.
Echt serieus zag het er waarschijnlijk niet uit. ‘Wat is er aan de hand? O, een of andere gek op een ezel - die doet geen kwaad...’
Het lijkt ook gauw voorbij te zijn. Jezus verzamelt geen menigte vechtersbazen om zich heen. Hij gaat naar de tempel en binnen no-time heeft hij weer blinden en verlamden om zich heen. Dan ben je geen serieus gevaar voor de openbare orde.

Het is wel een intocht, maar van een koning die zo anders is.
Geen wapens, geen geweld, geen uitstraling.
Een koning op een ezel. Nota bene, een geleende ezel! De leerlingen hadden plechtig moeten beloven dat de ezel snel teruggebracht zou worden (dat staat in Marcus 11:3).

Voor Jezus was dit geen triomfantelijke intocht.
Ik geloof ook zeker niet dat hij glunderend op die ezel zat en genoot van alle toejuichingen. Ik denk eerder dat het hem pijn gedaan heeft: dat al die mensen niet in de gaten hadden wat hier nu echt gebeurde. Zelfs zijn eigen leerlingen hadden het niet door. Want Matteüs schrijft hier wel meteen dat het gebeurd is opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet, maar dat hadden ze tóen niet door.
Johannes, een leerling die zelf waarschijnlijk hard meegedaan heeft, schrijft het later
eerlijk: Zijn leerlingen begrepen dit aanvankelijk niet, maar later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hem geschreven stond, en dat het zo ook gebeurd was. (Joh.12:26)

Alleen Jezus zelf wist het.
Dit is geen intocht om koning te worden, om een staatsgreep te plegen. Dit is alleen om te laten zien hóe hij koning zal zijn. Wat voor koning.
Niet een koning met spierballen-taal en veel geweld.
Niet je omhoog werken ten koste van anderen.
Jezus is de koning die zo heel anders is.
Juist in Jeruzalem gaat hij dat laten zien. [Deze week, in de aanloop naar Goede Vrijdag, staan we daar bij stil.]
Jezus is de koning die geen geweld gebruikt, maar die het geweld over zich heen laat komen.
Hij komt niet om de machtigste te zijn, maar de zwakste.
Hij komt niet om anderen te veroordelen en terecht te stellen, maar om zelf veroordeeld te worden.
Hij komt niet om vijanden te doden, maar om zich te laten doden.
Hij zal koning worden, maar koning aan een kruis.
Straks hangt het bordje boven zijn hoofd: Jezus van Nazaret, de koning van de Joden.
Een koning die als een misdadiger geëxecuteerd wordt.

Jezus, de koning die zo heel anders is.
Zacharia had het al gezegd. Bij Jeruzalem laat Jezus zelf het zien.
En het is te merken in uw leven. Toch?

Deze Jezus wil uw koning zijn.
Hij is je verlosser, je mag door hem uitzicht hebben op eeuwig leven.
Hij wil ook je koning zijn.
En zoals de koning is, zo moeten ook zijn onderdanen zijn.
Zoals de Christus is, zo moeten ook zijn christenen zijn. Zo moet zijn christelijke kerk zijn.
Wilt u, wil jij ook zo anders zijn als hij? Op een ezeltje - eigenlijk een beetje belachelijk...
We zongen Gezang 67, Filippenzen 2. Jezus heeft het hemelleven opgegeven en zich diep vernederd. Hij had koninklijke macht en hij werd een koning op een ezel, een koning aan een kruis.
In dat hoofdstuk Filippenzen 2 schrijft de Heilige Geest: Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Heb dezelfde houding van binnen als hij.
De houding waardoor hij op die ezel ging rijden. Zichzelf wegcijferen. Dienen. De minste willen zijn.
Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. En vlak daarvoor staat hoe dat dan is: Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander.
Wij zitten, denk ik, graag hoog op een paard. Jezus vraagt: volg mij, en ik rijd op een simpele ezel.

Hij had dat kort hiervoor al gezegd, hoofdstuk 20:25-28, ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Zoals de koning is, zo moet je zelf ook zijn. Zo moet zijn kerk zijn.
Te vaak is er in de kerk ook machtsdenken. Of je beter voelen dan een ander. Er kan in een gemeente een sfeer hangen alsof je past echt meetelt als je voldoende hoge opleiding hebt, als je actief meedraait in een commissie of liefst in de kerkenraad. Dat kunnen zomaar de hoge paarden zijn waar iedereen graag op zit.
Of je zit graag op het paard van je heilige standpunt, en ieder die jouw standpunt niet deelt is toch wel minder dan jij.

Koning Jezus wil dat je in zijn kerk net doet als hij: nederig zijn, bekleed met gerechtigheid en zege (de redding die je gekrégen hebt - het is genade!) en dat je op je ezel achter hem aangaat. Of, met een ander beeld, dat je net als hij op je knieën de vuile voeten van de ander wast.
Ik kan het niet beoordelen, maar vraag het eens eerlijk aan elkaar (en luister ook eerlijk naar elkaars antwoorden): is dit een gemeente waar mensen al te graag op hun paard zitten, of is dit een gemeente waar iedereen het normaal vindt om op een ezel te rijden, nederig, dienend, achter Jezus aan...?

Die houding mag je leren bij Jezus Christus.
Door zijn heilige Geest.
In de gemeente moeten we elkaar helpen om die houding te hebben.
Het zo je eigen maken, dat je ook in je dagelijkse dingen, in je omgang met mensen, die nederige houding hebt. Bid er om dat het een deel van je karakter wordt.
Mens zoals Jezus. Achter je koning aan, je koning die zo heel anders is.
Amen.
Liturgie in Capelle aan den IJssel

votum
zegengroet
Psalm 99:1, 2, 3, 4
schuldbelijdenis: Gez. 157
genadeverkondiging, Psalm 86:5 (Bijbeltekst)
gebed
lezen Matteus 21:1-17 en Zacharia 9:1-10
Gezang 67
verkondiging nav Matt. 21:4,5
LvdK 42
lezing Tien Woorden (Deut. 5)
Psalm 112:1,3
meeleven
gebed
collecte
Psalm 96:6,7,8
zegen

Rob Vreugdenhil

Dominee Rob Vreugdenhil is sinds maart 2015 predikant van onze gemeente. De preken die hij in de diensten gebruikt staan op onze website. Mocht u een preek willen gebruiken in een leesdienst, dat kan maar laat dit dan wel weten via predikant @gkvcapelle.nl

terug naar boven