Geloven: is het een succes-story of is het een lijdensweg?

Preek over Matteüs 16: 21 - 24 
Lezen Matteüs 16: 13 - 28
Capelle aan den IJssel, 10 maart 2013
C. van Dijk

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Gemeente waar Christus van houdt. We horen bij Christus. We geloven in Christus. Maar wat is geloof in Christus nu eigenlijk? Brengt het je een heleboel geluk en voorspoed in je leven? 

Bij sommige kerken en groepen wordt je dat verteld. Wie bij Christus hoort, geneest van zijn ziekten. Wie bij Christus hoort, voelt zich nooit meer ongelukkig of depressief. Voor wie bij Christus hoort lossen alle problemen van het leven zich op. Geloof in Christus maakt van je leven een succesverhaal. Maar er zijn ook andere geluiden te horen. Er zijn ook gelovige mensen die benadrukken dat het leven, ook voor wie Christus kent, niet meteen van een leien dakje gaat. Ze noemen geloven niet een voortdurende overwinning, maar meer een constante strijd. Wie heeft er gelijk? Geloven: is het een succes-story of is het een lijdensweg? 

 

Petrus mag als mond van de leerlingen belijden wie Jezus is. De Messias, de Zoon van de levende God. Daar horen ze bij, de discipelen. Bij Christus die zijn koninkrijk van de hemel zal vestigen. En Die daar zo zeker van is, dat Hij de sleutels ervan al uitdeelt. 

Wordt het nu een successtory of een lijdensweg, dat discipelschap? Jezus begint ze te onderwijzen door vragen te stellen. En de boodschap van zijn onderwijs is, dat het allebei waar is: De weg van Christus is de weg naar het koninkrijk. Een succesverhaal. Er komt een gemeente waar de poorten van het dodenrijk niet tegen opgewassen zijn. 

Tegelijk is het de weg van het lijden. Christus moet lijden, sterven en opgewekt worden. De glorie van Gods Zoon komt door lijden heen aan het licht. 

Dat roept tegenspraak op. Waarom moet het zo? Waarom moest Christus lijden? Misschien weten we daar in de kerk nog wel snel een antwoord op. Maar waarom moeten wij lijden? Waarom is de weg van het geloof niet zomaar een succesverhaal? Waarom moet er altijd dat donkere bij, van het verloochenen van jezelf, van het lijden, van het dragen van je kruis? Waarom?

 

De preek heeft als thema

De blijde boodschap, het evangelie van Christus is het lijdensevangelie.

W e zien twee punten:

1) dat geldt voor Christus

2) dat geldt voor wie Hem volgt 

 

Petrus heeft zijn belijdenis uitgesproken: "U bent de Messias, de Zoon van de levende God." Dat was een belijdenis die afweek van de rest van het joodse volk, van de rest van de mensen. "Wie zeggen de mensen dat de mensenzoon is?" vroeg Jezus aan het begin van zijn leergesprek. 

Hij vroeg het niet omdat Hij het niet wist. De Here wist wat er in de mensen omging. Maar Hij stelt de vraag om zijn leerlingen te onderwijzen: "Wie zeggen de mensen dat Ik ben?" En ze ant¬woorden: "Sommigen zeggen Johannes de Doper; anderen: Elia; weer anderen: Jeremia, of één van de andere profeten." Alle mensen hadden zo langzamerhand hun mening gevormd over Jezus. Maar het waren allemaal opvattingen die aan de waarheid tekort deden. Jezus, Hij is een profeet, een belangrijk profeet of een minder belangrijk profeet. Maar verder komt niemand. 

De leerlingen zijn wel verder gekomen. Ze hebben Jezus zelf horen zeggen dat Hij de Messias is. Indirect tegen de leerlingen van Johannes de Doper: "Kijk rond: alle tekenen wijzen erop dat Ik het ben: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen de blijde boodschap. Zalig ben je als je aan mij geen aanstoot neemt."

Jezus heeft gezegd dat Hij door de Vader gezonden is, dat Hij Heer is over de sabbat. En na de storm op de zee, toen de Here over de golven naar ze toegelopen was, hebben de leerlingen het al erkend: "Waarlijk, U bent Gods Zoon."

De leerlingen belijden, door de mond van Petrus, wat ze in de afgelopen tijd zijn gaan geloven: "U bent de Christus, de Messias, de Zoon van de levende God".

 

En de Here zegt dan van Petrus: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel’

 

Mensen van vlees en bloed: dat is het volk van Israel, de mensen. Ze hebben hun eigen opvattingen over Jezus. Maar het getuigenis van Simon komt van de Vader in de Hemel. 

Je mening over Jezus is dus altijd afkomstig uit een van die beide bronnen: Of van de mensen. Of de Vader in de hemelen. 

 

Petrus is de leerling die je het beste leert kennen in de bijbel. Petrus wordt herkenbaar. Een extraverte man, zouden we nu zeggen. Hij is hun natuurlijke mond. En Hij praat ook wel eens te veel en te snel.

Petrus bracht de belijdenis van de leerlingen onder woorden. Een belijdenis als een keisteen, een Petrus. Jezus maakt een woordspeling naar de bijnaam die Hij gegeven had aan Simon: Simon, je bent echt een rotsblok, een Petrus. En dat materiaal, zulke belijdende taal, ingegeven door de Vader in de Hemel, dat materiaal zal het fundament zijn onder mijn kerke. Gods kerk wordt gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, die het Woord van de Vader in de hemel spreken. De rots van Gods openbaring ligt onder de kerk. 

 

Maar Jezus gaat verder met zijn onderwijs. De mensen zien het niet, ze erkennen het niet, dat Jezus de Messias is. De leerlingen zien het wel, maar ze staan alleen met hun belijdenis. "En daar moet je niets meer tegen doen", zegt Jezus. De discipelen mogen het niet meer uitdragen in de wereld, dat Jezus de Messias, de Christus is. De Here verbiedt het nadrukkelijk. Het mag niet langer. Het moet ophouden. Want die miskenning van Christus is, hoe wonderlijk ook, Gods weg. 

 

En de weg van God met zijn Zoon Jezus Christus wordt nog wonderlijker. Jezus moet naar Jeruzalem, Hij moet veel lijden en gedood worden. Door de mensen van zijn eigen volk. Door vlees en bloed. Door de leiders van de kerk van het oude verbond. 

 

Dat is de weg van God met Christus. Zo moet het gaan, staat er. Een Goddelijk moeten. De weg van God met Jezus. Die weg is niet de weg van vlees en bloed. Dat zie je aan Petrus.

 

Petrus accepteert het niet. Dit wordt hem te gek. Net heeft hij gezegd dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God. En de Here had hem er mee gefeliciteerd: "zalig ben je, dat is taal die van mijn Vader in de hemel komt". En nu zou die Vader in de hemel zo'n weg met zijn eigen Zoon gaan? Lijden? Gedood worden? Nee, dat kan niet. Jezus is te pessimistisch. En dat niet alleen. Eigenlijk zegt Jezus verschrikkelijke dingen van God zelf. Zou God zijn geliefde Zoon laten doden? Zou God de Messias, de Gezalfde des Heren laten doden? 

 

Natuurlijk niet! Zo is God niet! Dat laat God niet toe. En Petrus neemt Jezus apart. "Meester, dat kan zo niet, ik moet even met U praten. Want wat u nu zegt, dat gaat toch echt te ver. Even onder vier ogen." Petrus zegt: "Maar God is toch met u? Dan is het toch uitgesloten dat er zulke dingen met U gebeuren! Dat is ronduit beledigend voor God. Nee, meester, zo is God niet!" 

Nee, het gaat duidelijk tegen het vlees en bloed van Petrus in. Onmogelijk dat zo de weg van Jezus zal zijn.

 

Petrus denkt dat hij weet hoe de weg van God is. Hij denkt dat Hij aan Gods kant staat met zijn woorden. 

Maar Jezus geeft een vreselijk scherp antwoord: Hij keert zich om naar Petrus die hem zijn vermaning in zijn oor heeft gefluisterd en Hij zegt: "Ga terug, achter mij, Satan! Ga weg, tegenstander, uit mijn ogen. Tegenstander, jij die me telkens ten val probeert te brengen. Want je denkt niet als God. Je denkt als de mensen."

Petrus die net nog woorden uit de hemel sprak. Jezus zegt: "Nu komen je woorden uit de hel". 

Wat schokkend voor Petrus. 

 

Maar vooral: wat verschrikkelijk voor de Here Jezus. Hij geeft dat moeilijke onderwijs over zijn lijden en kruisdood die er aan komen. En wat zal Hij daar vreselijk tegenop hebben gezien, dat onvoorstelbare offer dat Hij moest gaan brengen. Zijn vlees en bloed, alle pijn van de wereld zou er doorheen gaan, door zijn vlees en bloed. De toorn van God zou zich op Hem ontladen. Dat was de moeilijke boodschap die Hij had te brengen aan zijn leerlingen. Dat was de ontzettend moeilijke taak die Hij op aarde had te vervullen. God de Vader had de wereld lief, zo lief dat Hij zijn Zoon zond. En die liefde van God zou zichtbaar worden aan het kruis. 

 

Wat wordt Jezus hier aangevochten door de duivel. Juist door Petrus, de leider van de leerlingen wordt het gezegd: "Maar zo is God toch niet? Zo is God toch niet? Dat je lijden moet? Dat het zo'n pijn moet doen? Dat het zo vernederend en ontluisterend wordt? Zo is God toch niet? Zo is je liefdevolle Vader in de Hemel toch niet?" Doortrapte duivelstaal is het. Zo spreekt de satan altijd. Zo is hij begonnen met spreken aan het begin van de wereldgeschiedenis: "Denk je echt dat God om je geeft, dat Hij jouw vrijwillige liefde en gehoorzaamheid wil? Denk je echt dat je daarom niet mag eten van die boom? Onzin, zo is God niet. God, God is anders dan Hij zegt. God wil je gewoon klein en dom houden." Zo is de duivel begonnen met praten. En zo gaat hij door. "Wil God door lijden heen het koninkrijk der hemelen vestigen? Ben je mal! Je kunt er veel gemakkelijker aankomen! Zo is God niet." Zo is de duivel ook met Jezus gaan spreken. Bij de verzoeking in de woestijn. Hij verdraaide de woorden van de Here. En beloofde overal makkelijke oplossingen voor: "Jezus, wil je de wereldheerschappij terughebben? Nou, kniel dan maar een keer voor mij! En je hebt het! Niks geen gemartel met lijden, kruis en dood. Een keer knielen is genoeg." Maar Jezus had die aanval afgeslagen. En nu, nu valt de duivel weer aan. Maar nu veel gemener. Hij spreekt niet zelf. Hij neemt een van de meest trouwe leerlingen in dienst. En hij raakt Jezus daar waar de boodschap van het lijden Hem het meeste pijn doet: "Je bent de geliefde Zoon van God, zou God je zo laten lijden? Zou dat Gods weg zijn? Bedenk je nog maar eens een keer of je dat niet mis hebt." 

"Meester, dat kan niet, zo is God niet." God is liefde. God laat geen kruis oprichten. God laat zijn geliefde Zoon niet vallen.

 

Wat gaat die weg van God in tegen vlees en bloed. Petrus moet het leren inzien: dat lijden en sterven waar Jezus van spreekt, dat wil God juist. En de satan wil het voorkomen. Het is net andersom als Petrus dacht. Het gaat in tegen vlees en bloed. Ook en vooral tegen vlees en bloed van Gods eigen Zoon. Maar Hij hield stand. Hij doorzag het duivelse in de discipel Petrus. 

 

Wat gaat die weg van God ook in tegen ons vlees en bloed. Want dat zo'n lijden door Gods eigen Zoon nodig is. Nodig is voor jouw behoud. Gebroken, vergoten… Daar moet je voor gewonnen worden. Dat zijn geen gedachten van mensen. Dat zijn dingen die God alleen kan bedenken. Dat moet je geopenbaard worden door de Vader in de Hemel. Je moet er voor bedacht zijn op de dingen van God.

 

We komen bij het tweede en laatste punt

 

Het evangelie van Christus is het lijdensevangelie. 

We hebben gezien: dat geldt voor Christus. Nu het tweede:

2) dat geldt voor zijn volk

 

Het gaat in tegen vlees en bloed, die weg van God. Dat Goddelijke moeten. Jezus moet naar Jeruzalem gaan, Hij moet veel lijden. Hij moet gedood worden. Hij moet opgewekt worden. Dat is nodig. Dat is nodig omdat God de wereld zo lief heeft. Dat is nodig omdat zo het koninkrijk van de hemelen moet worden opgericht. Wil de gemeente van Christus opgewassen zijn tegen de poorten van het dodenrijk, dan moet het zo gaan, via lijden en dood. 

 

Het is de weg van de Vader in de hemel. Het is de weg die de Zoon van God moet gaan. Het is ook de weg die Jezus vervolgens wijst voor zijn discipelen.  

‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen.’

Als je geen tegenstander, geen satan wilt zijn van Christus, als je Hem niet de voet dwars wilt zetten in het uitvoeren van Gods verlossingsplan. Als je juist achter hem wilt komen, een volgeling wilt zijn, dan moet je weten wat je doet. Dan moet je die weg van Jezus meelopen. Dan moet je den ken aan wat God wil en niet aan wat de mensen willen. Ook niet aan wat je zelf wilt. Je moet jezelf verloochenen. Je moet zeggen: mijn mening is niet meer bepalend voor mijn leven. Ik maak niet meer de dienst uit. 

Ik ga achter Jezus aan. Op naar het koninkrijk van God. De weg die niet doodloopt, maar de weg waarop je het leven vindt. En dat leven vindt je doordat je beseft, dat je het leven al verloren hebt. Je moet je leven niet willen behouden, maar je moet het willen verliezen.

 

Wie altijd denkt dat je de gemakkelijkste weg maar moet gaan, die is bij Christus niet aan het goede adres. Hij kwam de weg van de meeste weerstand gaan. Hij breekt door de macht van satan en zonde heen in de weg van lijden en dood. En zo breekt Hij ook zijn volgelingen los uit de boeien van de dood en het verderf. Daar moet je dus afscheid van nemen, van de zonde, van de gedachte dat je het wel redt. Want je kunt jezelf niet redden. Loslaten die gedachte! En dat doet pijn. Dat je leven een andere koers krijgt, juist omdat het gered wordt. Het wordt een levenskoers die je wat kost. Want heel de wereld probeert het hier te maken. Ieder wil zijn leven beheersen, carriere maken, verdienen, doorgaan tot je heel de wereld in je zak hebt. Maar Jezus zegt: je moet je leven willen verliezen. Je moet klaar zijn om met mij mee te gaan. Alles loslaten. En op die weg mag je lijden verwachten. 

Jezus zal het later speciaal tegen Petrus nog een keer zeggen: "Petrus, toen je jong was, knoopte jij je mantel om en ging waarheen je maar wou. Maar als je oud wordt. zul jij je armen uitstrekken, en een ander zal je iets om je middel knopen en je brengen waar je niet heen wilt". En daarmee duidt Christus aan met wat voor dood Petrus God verheerlijken zou. 

De weg van de minste weerstand is niet de weg van het geloof. Dat heeft Petrus ook geweten. Hij verloochende driemaal niet zichzelf maar zijn meester. Daarmee koos hij de weg van de minste weerstand. En het was een verkeerde weg, waaruit het hanengekraai hem wakker riep.

De weg van de minste weerstand moeten we niet hebben. We moeten dagelijks die smalle weg gaan, door die nauwe poort. En door die poort en via die weg wordt ons leven wel een succes. Christus meent het als Hij spreekt over een gemeente die kan standhouden tegen de poorten van het dodenrijk. En Hij meent het als Hij spreekt over de mensenzoon die zal komen imn gezelschap van zijn engel;en en bekleed met de stralende luister van zijn Vader om een ieder naar zijn daden te belonen. Wie bereid is zijn leven voor Christus en zijn dienst in te zetten, zijn leven weg te geven, die wordt beloond. Dat is de goede keus, de wijze investering. Dat is een levenskoers die vlees en bloed je niet openbaart, maar die de Vader in de Hemel voor je heeft gewild. Die wondere weg achter Jezus aan. Volgeling, leerling zijn, ook door lijden en vernedering heen. 

We mogen achter Jezus aangaan en ons kruis dragen. Ons kruis. Niet het kruis dat Hij droeg voor ons. Dat kruis is te zwaar voor ons. Ons kruis kan ons wel zwaar vallen. Ziekte, eenzaamheid, ouderdom, ontluistering, vernedering om Christus' wil. "Wordt je d'r nog een beetje gelukkig van, dat christelijke geloof van je?" spotten ze soms. Een beschadigd leven leiden, leven met een neergedrukte geest, leven met onvervulde wensen. Dat kan een zwaar kruis zijn. Maar weet dat dat gewicht, dat gewicht van jouw kruis er vooral is om je er aan te herinneren dat het echte kruis, het doodlopen van je leven door Christus gedragen is.

 

Christus leed. Hij proefde de bitterheid van de dood. Want zo smaakte de dood voor Hem. De dood als straf. De dood alleen, zonder zijn Vader in de hemel. De dood in het donker. Bitter was die dood. Maar Jezus zegt: Sommigen van de hier aanwezigen zullen die bittere smaak niet meer proeven. Niet dat ze niet gestorven zijn. Iedereen die daar bij stond is gestorven. Maar er zijn er voor wie de bittere smaak van de dood weg was. Ze hebben de dood niet meer gesmaakt, geproefd in zijn bitterheid. In het sterven vinden ze het leven. 

De discipelen van Christus hebben de macht van Christus over de dood gezien op de paasdag. En het begin van Gods koninkrijk daarin begroet. Christus spreekt van sommigen, voor sommigen geldt dat. Daar zit spanning in. Dat is uitnodigend en aansporend. Daar wil je toch bijhoren? Want Christus maakte voor ons de weg naar het leven klaar. Een weg die vaak ook dat karakter van het lijden draagt. Omdat een discipel niet boven zijn Heer staat. 

Laten we daarom zo onze levens leiden: achter Christus aan. Op ieder kruispunt, bij iedere beslissing je afvragen: waarheen gaat Christus? Ging Hij de weg van de minste weerstand, de weg van het snelle succes, de snelle bevrediging? De weg van het leugentje om niet je gezicht te verliezen? Of moeten we weer kiezen voor de strijd? Voor het isolement soms? Voor het doorzetten achter Hem aan? Zo leren we ons om ons te ontworstelen aan een wereld die zijn leven zal verliezen. Zo kunnen we ontsnappen aan ons oude zelf, dat zich wil handhaven en daaraan kapot gaat. Christus zegt: laat dat maar los, verloochen het. En Ik zal het belonen. Neem zoals Ik je kruis op, de verachting. En er komt koninklijke waardigheid. Geloven: Wat is het? Een lijdensweg en een succesverhaal. De eeuwig wijze weg van God. Amen.

Ds. Kees van Dijk

Vanaf eind 2003 tot begin 2014 is ds. Kees van Dijk predikant geweest bij onze zustergemeente van Capelle-Noord. De preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een van deze preken gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: ommen-no.gkv.nl/
terug naar boven