Matteus 2:1-12

PREEK OVER MATTEUS 2:1-12
Capelle aan den IJssel, 25 december 2012
C.van Dusseldorp

Liturgie:

votum en groet
Gz.123:1,2,5
gebed
lezen:Mat.2:1-12
Tit.2:11-14
Ld.140
preek
Ps.72:6,7,10
gebed
collecte
Ps.98:1,2
zegen

Gemeente van Christus.

** magiërs in Jeruzalem **

Het belooft een drukke dag te worden in Jeruzalem. Ach, wanneer is het daar niet druk? Al jaren en al eeuwen trekt de stad van David vele mensen. Gelovigen en ongelovigen. Joden en niet-joden. Once in royal Davids city. Er zijn al veel mensen. Boeren, handelaren, priesters, soldaten en gewone mensen. Op enkele kilometers afstand van Jeruzalem ligt Bethlehem. Bij helder weer kun je vanuit de drukke stad het rustige dorpje in de verte zien liggen. Wie kijkt er wel eens in de richting van dat kleine dorpje? Het is al weer een poosje geleden. Enkele maanden misschien wel. Hoe zouden ze in de stad ooit te weten komen, wat er is gebeurd? Van het engelenleger. Van de geboorte van het kind. Wie opent de Jeruzalemmers de ogen? Wie zet de mensen even stil in al hun drukte? Wie blaast de bazuin in Sion? Wanneer begint dat tweede koor, het mensenkoor, met een lofzang vanaf de aarde? Als antwoord op het eerste koor vanuit de hemel? Er hebben zich nog niet zoveel zangers gemeld…

Daar staan de wijzen midden in de stad. Magiërs. Vreemde mensen uit een vreemd land. Na een lange, zware reis. Ze kijken elkaar verbaasd aan. Iedereen hier in Jeruzalem is druk. Mensen lopen overal. Maar tegelijk lijkt het een slapende stad. Waarom wordt er op het marktplein niet gezongen: Komt allen tezamen, jubelend van vreugde? Waarom zingen de kinderen op straat niet: Gloria in excelsis Deo? Zijn ze soms te vroeg? Is die koning dan nog niet geboren? De wijzen begrijpen het niet.

Ze klampen een voorbijganger aan. 'Meneer, mogen we u wat vragen? We zoeken de Koning der Joden.' De man kijkt nauwelijks op. In het voorbijgaan wijst hij: daar, daar in de bovenstad, dat paleis daar, dat is het paleis van koning Herodes. Voor de magiërs verder iets kunnen zeggen, is hij weer verder gelopen. Ze spreken een ander aan. En al gauw trekt het enige bekijks. Blijven er mensen staan die minder haastig zijn. ‘Vreemde mensen, kennelijk buitenlanders. En niet de armsten, zo te zien. Wie zoeken ze? O, de koning. Nou, laten ze daar maar snel heengaan. Wat, bedoelen ze hem niet, maar een andere koning der Joden? Merkwaardig. Is het een koning die net is geboren? Nou daar weten wij niets van. Ja, het kan natuurlijk. Herodes heeft tien vrouwen. En ook zijn zonen zijn volwassen. Dan kan er van alles. Toch vreemd dat wij er niets van weten. Vreemde mannen, een vreemd verhaal. En wat zeggen ze nu: We hebben zijn ster zien opgaan? Nou, dan weet je het wel. Met zulke mensen kun je beter niets te maken hebben. Alsof ieder mens een eigen ster heeft. De mensen lopen weer snel verder. Gevaarlijke mannen. Het koningschap is een gevaarlijk onderwerp. En van mysterieuze sterrenkunde moet je flink afstand houden. Kom, er is ander werk te doen dan dit onzinnig gesprek. De mensen halen hun schouders op. Het leven gaat door. De stad slaapt verder. Geen gehoor voor magiërs uit een ver land. Geen welkom voor een nieuwgeboren Heer.

Daar staan ze. Magiërs. ‘Dit is toch wel Jeruzalem? vragen ze elkaar. Dit is toch de stad van de joden? En het joodse volk verwacht toch een bijzondere koning? Wij hebben toch die profetiën wel begrepen? Wij hebben toch met onze berekeningen geconcludeerd, dat die koning geboren moet zijn? Die unieke stand van sterren en planeten kan toch niets anders betekenen?’ Hoe ze het wisten, wisten ze het. God heeft het hen duidelijk gemaakt. Ze zijn op weg gegaan. Als buitenlanders zijn zij kennelijk de eersten die het blijde bericht vertellen? Deze magiërs vormen de bazuin van God voor de stad van God. Maar de Jeruzalemmers slapen in al hun drukte. En vele mensen met hen. De wereld droomt verder. Ding dong, merrily on high, in heav’n the bells are ringing.. Maar niet inde stad van David. Ze horen de bazuin niet. Ze verwachten de koning niet. Ook vandaag niet. Tweeduizend jaar kerstliederen heeft velen nog niet de ogen geopend. Ze zingen niet. Ze maken zich zo druk. Maar lopen met hun drukte aan de Heer van de wereld voorbij.

** Herodes **

Nee, niet iedereen slaapt. Er is er één die slimmer en oplettender is dan de hele bevolking van Jeruzalem bij elkaar. Dat is koning Herodes. Hij hoort van het vreemde verhaal van de magiërs. U weet hoe dat gaat met zulke berichten. Een koning als Herodes, die regeert op basis van angst en wreedheid, die heeft overal zijn geheime agenten rondlopen. Bij een gerucht van een nieuwe koning der Joden, springt hij op, alsof hij door een wesp gestoken is.

Herodes heeft niet zo'n beste reputatie. Een man met onverzadigbare honger naar macht. Door sluwe politieke spelletjes met Rome en wrede uitschakeling van al z'n tegenstanders had hij het tot koning der Joden geschopt. Hij was geen jood, maar edomiet, geen afstammeling van Jakob, maar van Ezau. Keizer Augustus uit Rome kende hem persoonlijk. Die keizer schijnt eens gezegd te hebben: ‘Ik zou nog liever een varken van Herodes zijn dan zijn zoon.’ Herodes at namelijk geen varkensvlees, maar toen het zo uitkwam, vermoordde hij wel drie van zijn zoons, een zwager, een van zijn vrouwen, een paar schoonmoeders, en tal van mensen die zich tegen hem verzetten, of hem niet bevielen. Een wantrouwende man, die zijn troon met smeergeld had neergezet en met dreigementen overeind hield. De mensen in zijn omgeving liepen op hun tenen en wogen hun woorden op goudschaaltjes. Alle mensen in Jeruzalem hielden hun mond over politieke onderwerpen. Want als Herodes er lucht van krijgt …

Herodes krijgt lucht van het bericht dat er buitenlanders zijn gekomen die stellig beweren dat er een koning der Joden moet zijn geboren. Bij niemand gaat een belletje rinkelen, behalve bij deze sluwe koning. Nu daagt het in het Oosten. Hij beseft dat het hier zou kunnen gaan om die wonderlijke Messias, die door de joden werd verwacht. Hij weet dat dan zijn macht en zijn kroon gevaar lopen. Verwachten de joden geen Messias, die zelfs de Romeinen gaat verslaan? Bij Herodes, vijand van God, gaan alle bellen af. De satan komt op zijn kookpunt, nu de beslissende fase van de strijd aanbreekt. Herodes krijgt als instrument van de duivel een woede- en angstaanval. De duivel heeft het eerder door, dan Gods volk. De vijanden zijn alerter dan de mensen die de hemel hebben afgeschreven. Herodes ontsteekt in woede. Hij schrok hevig. En heel Jeruzalem met hem.

Ja, en dan reageert het volk van Jeruzalem wel degelijk. Waar de vraag van de magiërs nauwelijks een zuchtje had veroorzaakt, daar gaat de woede van Herodes als een storm door de straten van Jeruzalem. Niet God, maar de satan krijgt Jeruzalem in de greep. De beklemming van de angst doet Jeruzalem verstijven. Doodsbang. Ze hadden de boodschappers laten praten. En de blijdschap en de vrede erin niet opgepikt. En nu vrezen zij met grote vreze. Want een boze Herodes is onvoorspelbaar en levensgevaarlijk. De bazuin van God heeft geklonken onder de mensen. Het volk blijft met de ogen open gewoon doorslapen. Maar de satan ontsteekt in woede. Angst valt de stad aan. Ook dat brengt het Kerstfeest teweeg. In onze wereld. Nu zijt wellekome, Jesu, lieve Heer? Dus niet. Geen zoete vrede, waar iedereen wegzwijmelt bij kerstmaaltijden en kaarslichtjes. Maar de razende vijandschap van de duivel, de oude slang, die zoveel maskers kan opzetten.

** de overpriesters en schriftgeleerden **

Het bericht van de geboorte van Jezus roept verschillende reacties op. Magiërs komen uit het oosten en maken een lange reis om koning der Joden te eren. Inwoners van Jeruzalem halen hun schouders op. Herodes ontsteekt in angstige woede. Nog steeds zijn dit de reacties als je gaat spreken over de betekenis van het Kerstfeest. Hoe zal ik u ontvangen, hoe wilt gij zijn ontmoet? Met nieuwsgierigheid, onverschilligheid en woede dus. Maar hoe zit dat met het volk van God zelf? Met de mensen die de Schrift kennen? Dat zijn de volgende personen die op het toneel verschijnen. De overpriesters en schriftgeleerden. Herodes laat hen bij zich komen. En als Herodes je roept, dan doe je er verstandig aan om te komen. De joodse leiders staan voor het oog op goede voet met Herodes. Had hij voor hen niet een mooie, nieuwe tempel gebouwd? Ze komen, de hogepriester, de emeritus-hogepriesters, en de theologen, die dagelijks de Schrift bestuderen. Gespannen, maar misschien ook wel nieuwsgierig.

Herodes opent de bespreking. 'Mannen, ik heb een eenvoudige vraag voor u. Er zijn hier belangrijke mensen uit het Oosten, die beweren dat er een nieuwe koning is geboren. Nu vermoed ik dat zij iets hebben gehoord van uw Messiasverwachting. Ze zullen wel geen gelijk hebben, want ze baseren zich op astrologische berekeningen. Anders had u het natuurlijk allang gehoord, als geestelijke leiders van het volk. Maar ik kan deze voorname heren natuurlijk niet negeren. Kunt u mij ook helpen door mij te zeggen waar volgens u de Christus geboren zal worden? U bent immers thuis in de heilige Schrift als geen ander. Als u míj verder helpt, kan ik deze rijke mannen naar behoren verder helpen.'

De overpriesters en schriftgeleerden hoeven niet lang na te denken over het antwoord. Ze zijn allang blij dat het een onschuldige vraag is. Natuurlijk mag Herodes het weten. Natuurlijk, ongetwijfeld zouden zij het vernomen hebben, wanneer de Messias was gekomen. God zou dat toch niet buiten de tempel om doen? ’t Is toch fijn dat Herodes aan hen denkt. En een van de geleerden gaat staan en zegt: ‘O geëerde Koning, de Messias zal worden geboren in Betlehem in Juda, want aldus heeft de profeet Micha geschreven: 'Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen.’

'Hartelijk dank voor uw duidelijk antwoord, u kunt weer gaan.' En daar gaan ze weer, de bijbelkenners en de hogepriesters. Wat denkt u? Zullen ze direct doorlopen naar Betlehem? Om te horen: Heerlijk klonk het lied der englen, in het veld van Efrata. Zullen ze zelf nagaan of er iets bijzonders gebeurd is? Nee hoor. Het kan niet waar zijn. De koning heeft gelijk. Magiërs uit het Oosten, op grond van sterrekundige berekeningen en dan helemaal buiten hen, schriftgeleerden en overpriesters om? Ze gaan weer gewoon aan het werk en lopen terug naar de tempel. Onderweg vast nog discussierend over de juiste uitleg van Micha 5, over de mening van grote rabbi's over de geboorteplaats van de Messias, over andere Messiaanse profetiën. Hun hoofd is er vol van, hun hart blijft koud en leeg. Er is er geen die zegt: Komt laten wij aanbidden. Niemand roept uit: Dit is de dag die God ons schenkt. Zij denken Gods Woord te kennen, maar het is niet waar. Hun hart is gericht op zichzelf. Ze horen de bazuin van God niet. Als alles om jezelf draait, hoor je God niet meer. Want zulke klanken passen niet binnen je toonsoort.

** Herodes en de wijzen **

De magiërs lopen nog door Jeruzalem. In verbazing en verwarring. Hebben ze zich dan zo vergist? En wat moeten ze doen? Ze hebben hun vraag gesteld, hun observaties verteld. Maar er lijkt niets te gebeuren. Ze zitten voor dit moment vast. De dag kruipt verder, en het wordt al wat schemerig. Ze zijn zich niet bewust welke lawine van reacties hun vraag al heeft opgeroepen. Ze hebben niet gemerkt dat zij Gods bazuin zijn geweest in Jeruzalem. En ze hebben niet begrepen dat hun signaal gedempt is op de onverschilligheid van het volk, op de vijandschap van de koning en op de zelfgenoegzaamheid van de overpriesters. En nog minder hebben ze vermoed, dat zulke reacties altijd bij vele mensen zullen opkomen wanneer het evangelie wordt verkondigd.

'Psst, heren,' een man tikt hen op de schouders, 'wilt u mij zachtjes volgen? U kunt uw dieren en spullen hier wel laten staan, ik zal wel zorgen dat ze bewaakt worden. De koning wil u spreken, maar heeft liever niet, dat iedereen dat hoort.' De oosterse mannen zijn verbaasd, maar ze gaan mee. En ze worden hartelijk welkom geheten door de Herodes. Zijn verhaaltje heeft hij al klaar. Het past bij zijn duivelse plan. 'Ik hoorde dat u een pasgeboren koning der Joden zocht. U hebt geloof ik, zijn geboortekaartje in de sterren gelezen. Het zou kunnen zijn, dat u de Messias bedoelt, die door de joden wordt verwacht. Daarvoor moet u echter niet in Jeruzalem zijn, maar in Betlehem, zo hebben de deskundigen mij verzekerd. Dat is een paar kilometer naar het zuiden. Maar kunt u mij ook vertellen, hoe lang het geleden is, dat de sterren u dit geheim hebben verteld? Wanneer ruiste dit bericht langs de wolken?’

De magiërs zijn allang blij met deze informatie. En ze vertellen hem graag hun bevindingen. Wellicht hebben ze hem ook geprobeerd duidelijk te maken hoe ze tot hun conclusie zijn gekomen. Wij zouden ook best wel willen weten, hoe ze daar in het Ooseten nu achter zijn gekomen. Men zegt dat er een uniek drievoudig samenvallen is geweest van Jupiter en Saturnus in het sterrenbeeld van de Vissen. Herodes krijgt gemakkelijk alle informatie die hij wil hebben. Het kind zal net geboren zijn, hooguit is het een paar maanden oud. Dan heeft hij daar voorlopig nog niets van te vrezen. Het is niet nodig om spionnen mee te sturen met deze vreemdelingen. Je moet tenslotte met zulke mensen voorzichtig zijn. Maar wel programmeert hij de laatste stap van zijn duivels plan: 'Als u in Betlehem dat kind gevonden hebt, wilt u het dan op de terugweg mij vertellen? ’t Is geboren, het godd’lijk kind. Als dat waar is, kan ook ik het eer bewijzen.' Het is een leugen. Herodes op de knieën voor een kind? Dat doen gewone mensen al niet, laat staan een eerzuchtige koning. Hij liegt. Hooguit wil Herodes dat kind de laatste eer bewijzen. Dood moet dat kind, als het er is.

Zo pakken ‘s werelds duistere wolken zich samen boven de kribbe samen. De zwarte schaduw van de dood valt al over het pasgeboren kind. ‘Koning der Joden’, het zal uiteindelijk op een bordje boven het kruis staan. De strijd wordt ingezet. Want de satan kan het evangelie niet uitstaan. En zijn handlangers treffen hun maatregelen.

** de wijzen en het kind **

Alleen de magiërs blijven over. 'Moeten we alleen naar Betlehem?' De verbazing kun je je voorstellen. Inderdaad, alleen zij gaan op weg naar de koning die is geboren. Wij trekken in een lange stoet, op weg naar Betlehem. Nee dus. Er zijn geen kinderen die zingen: Komt nu, o komt nu naar Betlehem. Geen mensen die zingen: In Betlehems’ stal, lag Christus de Heer.. De Jeruzalemmers hebben het te druk. Ze hebben er geen belang bij. Geen hogepriesters die zingt: Ik kniel aan uwe kribbe neer, om de Messias te verwelkomen. Ze geloven het niet en moeten de Schriften bestuderen. Geen Herodes zal zingen: Welkom, welkom moet ons Jezus wezen. Hij buigt nooit voor een ander. Hij treft zijn eigen maatregelen. Alleen de wijzen blijven over. Door hun woord is het blijde bericht Jeruzalem binnengekomen. Met hen verlaat de blijdschap Jeruzalem ook weer. Alleen deze vreemde buitenlanders leren ons hoe je Kerstfeest kunt vieren.

Denk niet, dat het in onze tijd beter is. Mensen staan niet te trappelen om Jezus te eren. De oppervlakkigheid en de drukte van de wereld houden velen gevangen. De vijand zoekt zijn slachtoffers. De eigendunk en trots van mensen, verblindt hen voor het licht van de wereld. Maar hier gaan vreemde mensen opnieuw op weg. Een lange reis hebben ze al gehad. Veel hebben ze ervoor over om de wijsheid van de God van Israël te vinden. Een ontmoedigende ervaring in Jeruzalem verdragen ze. Ze gaan door. Wat de mensen ook zeggen. Wat de duivel ook doet. Ze trekken verder, hoe de weg ook gaat. Alleen. Want het moet waar zijn: Er is een kindeke geboren op aard.

Nee, toch niet helemaal alleen. Ze stoten elkaar aan. Kijk eens: daar staat hij weer. Vol van pracht, schijnt de ster in d’ oosternacht. De magiërs zitten weer op het puntje van hun zadel. Zie je wel, ze hebben het niet fout. Ze gaan echt de goede kant op, hoe de mensen in Jeruzalem er ook over denken. En de weg is minder donker en de tijd duurt minder lang. Het is feest op de weg van Jeruzalem naar Betlehem. De ster gaat mee. Zij gaan achter de ster aan, waar die hen ook brengt. Ga je mee op zoek, naar het koningskind? Ga je mee op zoek, want wie zoekt die vindt.

En de ster brengt hen bij een gewoon huis. De stal is inmiddels verruild voor een huis. Jezus ligt niet meer in een voederbak. De buitenlandse astrologen stappen af, en kloppen eerbiedig aan. Als de deur opengaat komen ze voorzichtig binnen. En daar zien ze het kind met zijn moeder. Een huiselijker plaatje kun je je niet voorstellen. Maar voor de wijzen is er niets huiselijks aan. Deze bijzondere mannen uit een ver land, ze knielen met hun blote knieën op de grond. Hulp’loos kind, heilig kind, dat zo trouw zondaars mint. Zij kijken naar wat anderen niet zien. Zij begrijpen wat anderen niet willen weten. Zij luisteren naar wat anderen niet willen horen. Deze baby is de koning der Joden. Hier is geboren de Messias, voor wie eens iedereen zal moeten buigen. En ze bieden hun geschenken aan: goud en wierook en mirre. Kostbaarheden, die in het hele oosten als bijzonder waardevol gelden. Goud: het symbool van rijkdom en waarde. Wierook: het symbool voor liturgie en verheerlijking. Mirre: het symbool voor liefde en intimiteit. Hun rijkdom, eer en liefde. Aangeboden aan Jezus, de Christus, de koning der Joden, hoe klein Hij ook is. Komt verwondert u hier, mensen.

Voor gewone ogen is het niet meer dan een gewoon huis, een gewone vrouw en een gewone kleine baby. Maar wie gelooft, die ziet meer: Gods Zoon in het vlees verschenen. Ere zij God in de hoge. Daar ligt Christus de Heer, de vorst van de engelen, de zaligmaker van de wereld. De koning van de vrede. Wie met de wijzen op weg gaat en in beweging blijft, en wie in geloof zijn oren opendoet voor het woord van God, die ziet veel meer dan een hulpeloos kind. Die leert knielen en aanbidden. Die geeft zichzelf over aan Jezus, de Christus. Je rijkdom, je eerbewijzen en je liefde.

** Gods leiding **

Het is een drukke dag in Jeruzalem. Ach, wanneer is het daar eens niet druk? Wanneer zullen ze daar eens stilstaan en naar Betlehem kijken? Van de grote stad van David naar de kleine stad van David? Ze hebben de eerste bazuin gemist. De zoekende mannen uit het Oosten. God heeft ze gezonden om het geboortebericht van de Messias te verkondigen. De inwoners van Jeruzalem hebben hun schouders erover opgehaald. Ze konden het zich niet voorstellen dat God zo te werk zou gaan. Maar waarom hebben ze niet het licht van hun profeten helderder laten schijnen? Bijvoorbeeld van Micha, die erover spreekt dat mensen van alle volken zullen komen tot Israël om het heil van God te ontmoeten. Hier, hier in deze wijzen was een eerste voorproefje te zien hoe God zijn beloften gaat vervullen. Magiërs uit het Oosten. Go, tell it on the mountains.

Even plotseling als ze verschenen zijn, even plotseling zijn ze vertrokken. Niemand in Israël heeft hen ooit weergezien. Ze hebben de bazuin geblazen, maar de klank is verwaaid. God stuurt ze geen tweede keer. Langs een andere weg gaan ze naar hun eigen land terug. Jeruzalem heeft z'n eerste kans verworpen. Het is het begin van wat het kind Jezus te wachten staat van zijn eigen volk. Want Jeruzalem zal alle kansen verwerpen.

De magiërs hebben uiteindelijk Jezus gevonden. Hun lange weg vanuit het mysterieuze oosten heeft het eindpunt gehaald. All I want for Christmas. Hun doel is bereikt, hun leven tot rust gekomen bij het ontmoeten van Jezus. Hoezeer nog een baby toch de koning der Joden. Maar het gaat niet alleen om deze magiërs, die ons leren het kerstfeest te vieren en onszelf aan Christus geven. Het gaat ook over de goddelijke strategie. De satan weet: het is zover. De beslissende slag komt eraan. Hij maakt zijn plannen. Maar God houdt de leiding. Jezus zal zeker sterven. Als de koning der Joden, zoals boven zijn kruis zal staan. Maar niet eerder dan het Gods tijd is. En zeker niet als een kleine baby die nog niet kan lopen. Daarom mogen de mannen uit het Oosten niet weer bij Herodes langs. God houdt de leiding, ook door de afwijzing van mensen heen, ook door de plannen van de boze heen. Deze Jezus wordt de Middelaar, de Verlosser. Aan een wereld verloren in schuld, Gods belofte wordt heerlijk vervuld.

Hoe verschillend reageren mensen op het evangelie van het Kerstfeest. En laten we niet verwonderd zijn dat velen hun schouders ophalen, anderen in woede uitbarsten en derden zichzelf belangrijker vinden. Ook al heeft iedereen de mond vol met kerstgedachten en de buik morgen vol met kerstdiners. Blijf met zoveel anderen op weg naar Jezus Christus. Zoek Hem, want je weet dat Hij er is. Kniel elke dag opnieuw. Om je leven bij Hem te zoeken en aan Hem te wijden. Om door Hem gered en geholpen te worden. Ja, elke koning zal zich buigen en knielen voor Hem neer. Psalm 72:6,7,10.

Amen.

Ds. Kees van Dusseldorp

Vanaf 2007 tot 2012 is ds. Kees van Dusseldorp predikant geweest van onze gemeente. Preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een preek gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: keesvandusseldorp.wordpress.com/
terug naar boven