Johannes 1:1-18

Preek over Johannes 1:1-18
Capelle aan den IJssel, 25 december 2012
Kees van Dusseldorp

-kerstfeest
-doop Emily Ouwens

Liturgie:

Tussentijds 126:5
votum en groet
Ld.138:1,3
gebed
gloria **
art.18a NGB
Gz.50
doopformulier I **
Opw.518
gebed
lezen:Joh.1:1-18
Heb.1:1-6
Gz.79:1,2
preek
Ps.108:1,2
gebed
collecte
Ps.98:1,2
zegen

Gemeente van Christus,

Hij zit in het midden. Een rijzige man. Zijn gezicht laat sporen zien van een lang en bewogen leven. Zijn lange witte baard tekent zijn wijsheid. Om hem heen zit een kring jongere mannen. Met eerbied luisteren ze naar de hoogbejaarde in hun midden. Met vrijmoedigheid brengen ze hun vragen in. Met diepe vreugde zingen ze hun liederen. Ze vieren hun kerstfeest, samen met Johannes, de discipel op wie Jezus zo gesteld was. Samen met zijn leerlingen vieren ze de geboorte van Jezus Christus. Ze hebben de nodige vragen. ‘Meester’, zegt er een, ‘er wordt gezegd dat Jezus niet echt mens was, maar er alleen maar uitzag als een mens.’ ‘Meester’, zegt een ander, ‘iemand leerde mij dat Jezus uit Nazareth juist een gewone man is geweest, net als wij.’ ‘Ja, meester’, zegt een derde, ‘en ik ontmoette een man die zei dat de bijzondere verhalen over Jezus’ geboorte verbeeldingen zijn om zijn komst goddelijke glans te geven.’ ‘En ik’, zegt een vierde, ‘sprak iemand die zei dat Jezus’sterven veel belangrijker is dan zijn geboorte.’

Johannes is al oud. Maar zijn oog is niet gebroken. En zijn geest niet verslapt. Zijn stem klinkt krachtig. Hij windt zich op. Wat een dwaze dingen worden er verteld over Jezus Christus! Daar klopt niets van. Het zijn misverstanden en dwalingen. Ketterijen, die aan de betekenis van Jezus' geboorte afbreuk doen. Wie zo denkt, raakt uiteindelijk het leven kwijt. ‘Nee, jongelui, dit zijn allemaal leugens. Jezus is de Christus. Gods Zoon in het vlees gekomen. Zijn geboorte is ons leven. Houd de waarheid over Jezus hoog. Wacht, ik zal jullie vertellen wat de betekenis van zijn geboorte was.’

Het evangelie van Johannes is te lezen als een commentaar op de bekende gebeurtenissen van het kerstverhaal. Het is veel later geschreven dan de andere evangeliën. Bij het schrijven ging Johannes ervan uit, dat de lezer weet wat er gebeurd is, maar dat niet iedereen de betekenis heeft begrepen. In dat opzicht is onze tijd niet veranderd, hoewel kerst bij onze volkscultuur hoort. Vele mensen vieren het kerstfeest, zonder te willen weten wie Jezus echt was. Men vindt het verhaal mooi, maar gaat er niet vanuit dat het echt gebeurd is. Voor velen is kerst vooral een aanleiding voor een feest met licht en gezelligheid in de laatste donkere dagen van het jaar. Maar misschien is het ook voor jezelf toch wel steeds de vraag: wat is er nu gebeurd toen in Betlehem? En wat is er eigenlijk veranderd sinds die gebeurtenis? Wacht dacht je ervan? Zullen wij aanschuiven in de kring van leerlingen? Zullen wij meeluisteren naar Johannes, de discipel die het zelf gezien en gehoord heeft? Zodat ook wij weten wat de waarheid is? Zodat ook wij het kerstverhaal verstaan?

** **

‘Clemens, haal jij het evangelie eens even op?’ Een van de leerlingen staat op en komt even later voorzichtig met de boekrol van Lukas aanlopen. Het is een zeldzaam bezit. Op boeken was men toen nog zuinig. ‘Lees het kerstverhaal maar voor’, zegt Johannes. Clemens rolt de boekrol uit, zoekt de juiste plaats en begint te lezen: In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam.

Clemens stopt met lezen. De leerlingen kijken Johannes verwachtingsvol aan. De oude apostel denkt na. En dan zegt hij: In het begin was het Woord. Het is stil. Wat bedoelt Johannes met deze raadselachtige woorden? O, luister, hij legt het uit. Hij zegt: ‘Lukas is historicus. Lukas geeft nauwkeurig aan, wanneer iets gebeurd is. Zodat de mensen ook later precies weten hoeveel jaren het geleden is. Zodat ze kunnen zeggen: Jezus leefde van toen tot toen. Dat is belangrijk. Want er liggen feiten onder ons geloof. Maar er zijn mensen die de jaartallen misbruiken. Die zeggen: Voor zijn geboorte was Jezus er natuurlijk nog niet. En na zijn dood is Hij er ook niet meer. Een afgesloten hoofdstuk. Leerzaam, maar jij leeft nu. Wat weet iemand van vroeger af van het leven en de wereld van het heden? Zo spreken mensen. Nog steeds.’

‘Maar nee’, zegt Johannes, ‘geloof dat nooit. Lukas noemt welliswaar het tijdstip. Volkstelling, Augustus, Quirinius. Maar verkijk je er niet op. In het begin was het Woord,het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Jezus Christus kun je niet opsluiten tussen twee jaartallen. Zoals van koningen of componisten twee jaartallen genoemd worden: geboorte en dood. Nee, Christus was al in den beginne. ‘In het begin’, de eerste woorden van de Bijbel, toen God hemel en aarde schiep. Daar was Gods Zoon al aanwezig. Alles is door het Woord ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. We vieren vandaag de geboorte van Jezus. Maar vergis je niet, Hij was er al voor zijn geboorte. Hij was al bij God voor de wereld bestond. Johannes heeft van Hem geroepen: Die na mij komt, is meer dan ik, want Hij was er vóór Mij! Wij kunnen zeggen: Hij, wiens geboorte wij vandaag vieren, Hij was er vanaf den beginne. Hij zal er straks ook zijn bij het einde, als Hij terugkomt op de wolken. En daarom is Hij er ook nu. De geboorte van Jezus Christus vieren wij vandaag. Verkijk je niet op de jaartallen. In het begin was het Woord.

** **

Op een wenk van de oude discipel rolt Clemens de boekrol een stukje verder. En hij leest: Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. En hij stopt.

De oude, grijze apostel opent zijn mond. ‘Lieve mensen’, zegt hij, ‘het lijkt allemaal zo gewoon en zo herkenbaar. Een man, Jozef. En een vrouw, Maria. Met trouwplannen, zoals jonge mensen in onze tijd nog steeds maken. Jozef en Maria. Afkomstig uit een onbeduidend dorpje: Nazareth. Wie er niet geweest is, heeft er nog nooit van gehoord. En Betlehem. Niet direct een wereldstad, geen plek waar je een machtige koning verwacht. Twee gewone mensen. En twee gewone plaatsen. Je kunt ze nog opzoeken als toerist. Maar als je de conclusie trekt dat het alles heel gewoon menselijk is, dan vergist je je opnieuw.’

‘Daar in Betlehem gebeurt iets unieks. Iets wereldschokkend. Hoe gewoon het ook lijkt, daar wordt Gods Gezalfde geboren, de Messias. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. Het lijkt zo klein en onbeduidend. Maar toen en daar in die nacht ging het licht der wereld op. In de donkere wereld begon Gods licht te stralen. Hoe blij wordt de zon begroet in de korte winterdagen. Hoe blij zijn mensen met kaarsen en lampjes om het donker van deze dagen doorbreken. Nog veel lichter en stralender heeft God het licht aangedaan op aarde. Het licht dat het donker verdrijft. Het licht dat leven mogelijk maakt en leven geeft. Uniek. Verkijk je niet op de gewoonheid van de gebeurtenissen. Verkijk je niet op de sfeer van knusheid. Het leven en het licht voor de mensen. Dat is wereldnieuws, dat gebeurt in zo'n ogenschijnlijk gewone omgeving.’

** **

Opnieuw leest Clemens verder: Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Clemens laat de boekrol zakken. Het is lange tijd stil in de kamer. De beschrijving van Lukas roept beelden op. Hoe zal het zijn geweest? Een baby in doeken, liggend in een voederbak. Even hulpeloos als alle andere pasgeborenen. In een armzalig stal. Met zijn vader en zijn moeder. Ontroerend. Tere liederen worden erover gezonden. Mooie en treffende gedichten zijn voorhanden. Warme schilderijen zijn ervan gemaakt. Wat een mooi plaatje. Je kunt er heerlijk bij wegdromen. Even uit de harde wereld van elke dag.

Het Woord is mens geworden. De stem van Johannes verscheurt de overpeinzingen. Je schrikt op. Waar is het tere en het ontroerende gebleven? Zo'n merkwaardig woord past toch niet bij het beeld en de sfeer van de stal in Betlehem? ‘Ontroering is goed’, zegt hij. ‘Zo'n pasgeboren baby met een gelukkige vader en moeder. Daar mag je van genieten. Hoe ouder ik word, hoe meer ik onder de indruk ben van een pasgeboren kindje. Maar je ontroering verdiept zich, als je beseft wat daar eigenlijk gebeurde. Het Woord is mens geworden. Het wonder van dit nieuwe leven is groter dan dat van elke pasgeborene. In dit jongetje komt de eeuwige God onze geschapen wereld binnen. Een sterfelijk lichaam. Vlees en botten, organen en spieren, hormonen en bloed. Van stof is het gebouwd. Tot stof zal het weerkeren. Maar God voelt zich er niet te hoog voor. Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond.. God zelf is onder ons geweest in Jezus de Heer. Een groot wonder. Vergankelijk en gebroken is onze wereld. Sterfelijk en zondig is de mens. En toch heeft God zijn Zoon gezonden om mens te worden.’

God heeft zich niet te hoog en te heilig gevoeld om ons zover tegemoet te komen. Dat is het grootste wonder. Wie daarover nadenkt, raakt echt ontroerd. Niet alleen over een mooi beeld. Maar nog meer over Gods liefde. Dat Hij het onmogelijke toch doet. Johannes kan er niet over uit. Het Woord is mens geworden.

** **

De oude apostel laat zich weer in zijn stoel terugzakken. Hij lijkt vermoeid. Het hoogste woord is eruit. De leerlingen laten deze woorden op zich inwerken. Onder de indruk van de kracht en ontroering van de oude discipel. Na een poosje rolt Clemens de rol weer een stukje verder. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken.

‘Kijk’, onderbreekt Johannes hem, ‘hier zie je het. Er zijn wel eens mensen die zeggen: Alles wat jullie over Jezus Christus zeggen, daar zijn geen bewijzen voor. Er blijkt niets van in de werkelijkheid, dat God bestaat en dat Jezus zo bijzonder is. Misschien is het waar, misschien is het niet waar, maar bewijzen kun je het niet.’

‘Nou’, zegt Johannes, ‘er zijn daar in Betlehem dingen gebeurd die je kunt zien en horen. Herders hebben engelen gezien. En ze zagen de heerlijkheid van God. Juist Lukas schrijft het op. Hij zal nooit dingen beweren waarvoor hij geen bewijs heeft. Hij schrapt de verhalen als hij niet zeker weet of ze echt gebeurd zijn. Hij heeft nauwkeurig historisch onderzoek verricht. Hij zal die herders zelf hebben gesproken. Als hij schrijft dat herders omgeven werden door het stralende licht van de Heer, dan werden ze omstraald door dat licht. Ik kan dat bevestigen. Ik, volgeling van Jezus, heb zelf Gods heerlijkheid gezien. Wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader, vol van goedheid en waarheid. De grootheid van de Heer God zelf, dat straalde van Jezus uit. Dat was echt heel bijzonder. Dat licht omstraalde ons toen we hem volgden. Dat licht omstraalt ons nog steeds, als we naar Hem opzien.’

Wie met Jezus Christus in aanraking komt, die komt in aanraking met de heerlijkheid van God. Gods genade ging van Jezus uit. Genezing, redding, verlossing en hulp. Zo ging Hij met mensen om. Zo gaat Hij met mensen om. Ook nu Hij in de hemel zit, ook nu omstraalt zijn licht ons. In alle goede en mooie dingen die we ontvangen. In alle gemeenschap die we ervaren. In alle verlossing en redding die we krijgen. In alle geloof en vertrouwen dat we opmerken. Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. Goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.

** **

Na een blik op de apostel geworpen te hebben pakt Clemens de boekrol weer op: De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

‘Precies’, zegt Johannes. ‘God in de hoogste hemel en vrede op aarde. Dat is precies wat Jezus heeft gedaan. Een verbinding leggen tussen hemel en aarde. Hij bracht en brengt de heerlijkheid van God bij ons op aarde, want de genade en de waarheid zijn door Hem gekomen. Maar Hij brengt ook ons naar de hemel. Hij brengt mensen tot God. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

‘Denk niet’, zegt Johannes met klem, ‘dat dit simpele woorden zijn. Besef goed wat het betekent. Jezus Christus legt de verbinding tussen God en ons. Hij brengt ons naar God. Hij kent de Vader. Door zijn woorden en daden leren wij de Vader kennen. In Jezus zie je God de Vader zelf. Er is geen enkele andere weg om God te leren kennen. Geen mens komt bij God door redeneringen. Of door ervaringen. We weten domweg niet waar we het over hebben. We weten niet waar God is, en ook niet hoe we bij Hem kunnen komen. Er zijn geen handvatten in onze wereld zelf. Maar Jezus Christus wijst de weg en gaat ons voor. De Doper heeft het al gezegd: Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam naar de wereld.

En Hij ís gekomen naar onze wereld. Hij heeft zijn licht laten schijnen. Daardoor kunnen wij zien. Mogen wij weten. En kennen we God. Niemand heeft ooit God gezien; de Zoon heeft hem doen kennen. En zo legt Hij de brug van de mensen op aarde naar God in de hoogste hemel. Dat is nu precies het werk van Jezus Christus. Door mens te worden laat Hij zien dat God de mensen niet minderwaardig vindt. Door zijn heerlijkheid omgeeft Hij ons met Gods genade. En door zijn licht doet Hij ons God kennen. Daarom hoop ik het kerstfeest eens wereldwijd gevierd zal worden.

** **

Johannes spoort zijn leerling aan. ‘Toe, lees het gedeelte over die eerste kerstdag maar uit.’ En dan wordt het laatste stuk gelezen: Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.

Johannes gaat wat meer rechtop zitten en kijkt zijn leerlingen in de ogen. ‘Lieve mensen. Het kerstverhaal is niet maar een mooi verhaal met een diepe betekenis. Het doet een beroep op jullie. Het verhaal van kerst is niet ten einde voor je diep in je eigen hart hebt gekeken. Ook mensen komen in het verhaal ter sprake. Zij reageren op alle gebeurtenissen. Herders loven God. Mensen verbazen zich. Maria onthoudt alles. Reacties van mensen. Het zet je voor de vraag hoe jij op het kerstfeest reageert.’

Velen in onze wereld kijken aan Jezus voorbij. Het Woord was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. Velen hebben geen idee wat er met kerst eigenlijk gevierd wordt. Goede wensen vliegen over de wereld per kaart, email of radio, maar de goede boodschap ontbreekt. Velen kennen Jezus Christus niet. Zelfs mensen die Hem wel kunnen kennen, weigeren naar Hem te luisteren. Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Zijn eigen volk. Mensen die de Schriften kennen. Maar als het hart niet voor Christus openstaat, kijk je aan Hem voorbij. Dat gaat zo gemakkelijk. Ook voor christenen. Je hebt overal een visie op. Op je leven is niets aan te merken. Bent druk met van alles en nog wat. Maar waar is de liefde van Christus? Met een schok kom je soms tot ontdekking dat Hij er niet bij was.

Hoe reageer je op de geboorte van de Heer Jezus Christus? Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Dat is de grootste rijkdom van het kerstfeest. Ieder die vertrouwt op Jezus Christus, die gelooft dat Hij Gods Zoon is, die bouwt op zijn offer en zich laat leiden door zijn Geest, die is een kind van God. Mensen reageren verschillend op de geboorte van Jezus Christus. Hoe reageert jij? Aanvaard je Hem als je redder? Het kerstfeest vraagt elke keer ieder om geloof.

** **

Johannes zakt weer terug in zijn stoel. Zijn gezicht straalt. Hij heeft mogen spreken over zijn Heiland, over Jezus Christus, die hem liefhad en die hij liefheeft. De leerlingen zijn onder de indruk. Het kerstfeest is niet zomaar een feest. De geboorte van Jezus Christus is niet zomaar een gebeurtenis. Het gaat om zaken van levensbelang. Die het aanzien van de wereld blijvend veranderd hebben. Die een mens tot in het hart raken.

De apostel Johannes heeft een bijzondere stijl om dingen uit te leggen. Woorden die heel beknopt zijn, maar die veel diepgang hebben. Grote woorden, die ons in veel opzichten te hoog gaan. Maar die tegelijk de betekenis van de geboorte van Christus voor ons openleggen. Van groot belang in een tijd, waarin zoveel verschillende meningen over Jezus Christus bestaan. Een tijd waarin zoveel mensen gedachtenloos kerstfeest vieren.

Vele jaren na de evangelien van Matteus, Markus en Lukas worden ook de woorden van Johannes opgeschreven. Woorden van een ooggetuige, die heeft begrepen waar het om ging. De leerlingen van Johannes hebben zijn onderwijs gevolgd en zijn woorden vastgelegd. Alles wat hij zei over het Woord dat mens is geworden, over het licht voor de mensen. Het Woord, waarin wij Gods genade en grootheid ontmoeten. Jezus Christus, die ons het voorrecht heeft gegeven om kinderen van God te worden.

Er is een sterke neiging om je vooral bezig te houden met het mooie verhaal, de gewone mensen en de tedere beelden. Er zijn de discussies over de persoon van Jezus Christus. Wat Johannes te melden had is blijvend actueel. Om de betekenis van de geboorte van het kind te zien. Om waarheid en dwaling te onderscheiden over Jezus Christus. Hoe verschillend onze wereld ook is. Er is maar één licht der wereld. Er is maar één weg tot Gods genade. In de Heer Jezus zien wij Gods grootheid. Daarom vieren wij ook dit jaar het kerstfeest als het feest van Gods goedheid. Het Woord is mens geworden.

Amen

Ds. Kees van Dusseldorp

Vanaf 2007 tot 2012 is ds. Kees van Dusseldorp predikant geweest van onze gemeente. Preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een preek gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: keesvandusseldorp.wordpress.com/
terug naar boven