Jesaja 66:22-24

Preek over Jesaja 66:22-24
Capelle an den IJssel, 23 december 2012
Kees van Dusseldorp

-4e advent

Liturgie:

Tussentijds 126:4
votum en groet
Ps.42:1,5
wetslezing**
Gz.78:1,2
gebed
lezen:Jes.66:15-24
Openb.22:6-21
Ps.50:1,11
preek:Jes.66:22-24
Ld.26
gebed
collecte
Ps.130:3,4
zegen

Gemeente van Christus,

Een kikker hipte door het gras op zoek naar lekkere hapjes. Hij was de hele dag al aan het zoeken. Hij kwam hij bij een stukje tuin waar hij nog niet eerder was geweest. Hij trof daar een waar feestmaal. Toen de kikker uitgegeten was, vond hij dat ook anderen ervan mochten genieten. Hij kwaakte hard naar een meeuw die net overvloog. De meeuw streek bij hem neer en hoorde het enthousiaste verhaal aan. Hij keek eens om zich heen en zei toen tegen de kikker: ‘Leuk voor je, dat jij het hier fijn vindt. Maar ik vlieg boven de tuinen, de vijvers, de bossen en de landen. Ik kan je vertellen van veel mooiere plekjes met nog lekkerder eten. Als je die kant opgaat, kom je ze vanzelf tegen.’ En de meeuw vloog weer op, draaide nog een rondje en ging haar eigen kant weer op. Over de tuinen, de vijvers, de bossen en de landen. En de kikker? Die besloot om op weg te gaan in de richting. Door het gras, tussen de bomen, in het water. Zonder haast, maar wel sprong voor sprong. Gemotiveerd door het verhaal van de meeuw.

Mensen hebben wel wat van een kikker. We leven binnen hun beperkte horizon, kijken niet verder dan een dag of misschien een week vooruit en doen wat onze hand vindt om te doen. De profetie van Jesaja heeft meer van een meeuw. Het overziet landen en volken en heeft zelfs de hele wereld in het oog. Het omvat eeuwen en schetst zelfs in een paar trekken de eeuwigheid. Het verschil is duidelijk. De profeet kijkt op een heel andere manier naar onze wereld dan wijzelf. Dat geeft problemen. We genieten soms zo van ons eigen leven, dat we geen zin hebben om daar op een andere manier naar te kijken. Of we zitten zo vast in onze horizon, dat we het doorbreken ervan als een bedreiging ervaren. Of we begrijpen maar heel moeilijk waar Jesaja het over heeft. Waar kun je zulke grote lijnen herkennen in je eigen leven?

Toch is het goed om van tijd tot tijd bepaald te worden bij de grote lijnen. Dan wordt het duidelijker waar je zelf staat en waar je mee bezig bent. Je kunt je oriënteren en de goede richting weer inslaan. Het weidse overzicht van Jesaja betreft geen andere wereld, maar de wereld waarin wij leven. Wij hebben zelf ergens onze plaats in de geschiedenis van hemel en aarde. De verlossing door God trekt ons niet omhoog uit de werkelijkheid van elke dag. Gods redding werkt op dat alledaagse leven in en geeft richting aan de praktijk. Als God iets doet, is dat gericht op mensen op aarde. Ook op ons.

In de slotprofetie van Jesaja wordt in een paar zinnen vertelt hoe de HEER al zijn beloften voltooit in de loop van de geschiedenis. De hoofdlijnen van het hele bijbelboek komen hier bij elkaar. Heel het werk van de profeet komt hier tot rust. En dat toont ons het hart van God. Centraal staat de komst van HEER, waardoor de mensheid en de wereld ingrijpend veranderen. Door zijn profeet met dit Woord naar de mensen te sturen, scherpt de HEER ook onze blik. Laten we luisteren en proberen te ontdekken wat God ons wil laten zien. Over de grote lijnen van onze wereld.

De komst van de HEER verandert de mensheid.

Hij komt met het oordeelsvuur
Hij opent de genadedeur
Hij herstelt de tempeldienst
De komst van de HEER verandert de mensheid. Hij komt met het oordeelsvuur.

Afgelopen vrijdag heeft het einde van de wereld het nieuws beheerst. Je kon geen TV-programma volgen of een stukje radio aanzetten, of je werd geconfronteerd met de vraag: geloof je dat vandaag de wereld vergaat? Hebben oude Maya-kalenders gelijk, die je met enige lenige redeneringen tot de conclusie kunt brengen dat op 21 december 2012 het einde van de tijden zou aanbreken? En kunnen we tussen de journalisten en politieagenden nog een paar zonderlinge figuren vinden, die op de Pic de Bagarach een schuilplaats zoeken om te overleven?

De sfeer in de media was ironisch en spottend. Ik hoorde op de radio christelijke luisteraars die met een beroep op de Bijbel duidelijk maakten dat de wereld echt een keer ophoudt. Hun viel dezelfde hoon ten deel. Waardoor het christelijk geloof opnieuw als antiek en exotisch werd weggezet. Alsof je gelooft in sprookjes… Maar voor een objectieve mening moet je natuurlijk de wetenschappers raadplegen… En vooral geen theologen…

Tegelijk fascineert het mij dat de voorspelling van het einde wereldwijd zoveel heeft losgemaakt. Kennelijk leeft bij veel mensen het gevoel dat er ook een keer een einde aan onze wereld kan komen. Zoals we nu op aarde leven, kan het niet eeuwig goed gaan. Overbevolking, aantasting van de leefwereld, uitputting van de hulpbronnen, dreiging van kernwapens. Misschien heb jij ook wel even gedacht: ‘Stel je voor dat Jezus vandaag terugkomt.’ Niet omdat de Maya’s dat hebben voorspeld. Maar omdat je weet dat dat moment eens komt. Wordt dat een mooi moment? Of vergaat dan de wereld?

De profeet Jesaja spreekt in het slot van zijn boek over de komst van de Heer. Hij koppelt dat aan vuur. ‘De Heer zal komen in een vuur’. Aan de ene kant is vuur voor mensen heel belangrijk. In een oude griekse mythe wordt zelfs verteld dat het vuur door Prometheus bij de goden vandaan gestolen moest worden. Toch heeft vuur toch vooral een dreigende klank. Vlammen verslinden alles en laten zich slecht bedwingen. De meeste mensen hebben respect voor vuur. De Heer zal komen in een vuur. Dit vuur heeft een onheilspellend karakter. Het vuur staat voor de toorn van God en het oordeel van de HEER. Het vuur dat niet dooft voor wie tegen God in opstand kwamen. In afschrikwekkende beelden beschreven.

Waarom gaat zoiets moois als de komst van de Heer gepaard met zulke verschrikkelijke dingen? Kan het einde van de tijd niet gewoon voor iedereen uitlopen op een beter leven? Jesaja maakt ons duidelijk dat het zo niet zal gaan. De wereld staat voor het oordeel van God over de zonden van de mensen. Dat zijn zware woorden. Maar het is tegelijk de realiteit. Omdat God de wereld liefheeft, vergeldt Hij wat de mensen kapot gemaakt hebben in zijn wereld, beschadigd hebben aan zijn schepselen, tekort gedaan hebben aan zijn recht en vooral waar zij zich tegen Hem hebben verzet. De Heer laat het niet zomaar passeren. Aan zijn geduld komt eens een einde.

Eens heeft Jesaja zelf meegemaakt hoe dat eruit ziet. Toen het assyrische leger Jeruzalem dreigde te wurgen, doodde de Heer 185.000 soldaten. De belegering werd opgebroken. De lijken lagen buiten de stad. Als teken van Gods toorn. Die ervaring wordt het beeld van Gods oordeel over wie tegen Hem in opstand komen. Zijn straf treft degenen die het verdienen. Dat is geen fijn verhaal om te vertellen. Maar wie het ongenoemd laat, bewijst zichzelf en een ander geen dienst.

‘Ik ben gekomen om op aarde een vuur te onsteken en wat zou ik graag wilen dat het al brandde!’ Dat zei Jezus Christus. Het was van tevoren aangekondigd door zijn werkvoorbereider, Johannes de Doper: ‘Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur. Hij zal de dorsvloer reinigen en het kaf verbranden.’ Bij het kerstfeest kunnen we zingen van een stille nacht, van rennende herders, zingende engelen en knielende magiërs. Tegelijk is er bij de geboorte van Jezus meer aan de hand. Al tijdens zijn leven komt er onderscheid tussen de mensen. Ze moeten een keuze maken rondom Jezus Christus. Hij is de Verlosser. En wie Hem verwerpt, die verzet zich tegen God. De tweede komst van de Heer zal daarom niet zo onopvallend en vreedzaam verlopen. Wie zich tegen Christus verzetten zullen het oordeelsvuur van God dragen. Is het ook niet veelzeggend, dat nadenken over het eind van de tijd bij mensen altijd een onrustig gevoel geeft? En een bedreigende klank heeft? Laat het mensen toch bewegen om te schuilen bij Jezus Christus!

‘De Heer zal komen in een vuur’, voorzegt Jesaja. Het oordeel van God is geen onbeheersbare natuurramp, of een driftige actie. Het is een rechtvaardig oordeel over de mensen door God. Met de komst van Jezus Christus is Gods vuur op aarde gekomen, ook al laat de voltrekking van het vonnis nog op zich wachten. Dat gebeurt met de tweede komst van de Heer. In de profetie van Jesaja liggen deze beide gebeurtenissen in elkaars verlengde. En zijn profetische blik betreft ook ons leven nu.

Jesaja overziet de eeuwen en profeteert: ‘de Heer zal komen in een vuur’. De profeet geeft Gods Woord door over later. Maar het gaat de Heer niet om later, maar om het heden. We moeten aan zo’n profetie niet teveel conclusies verbinden over hoe de hemel en de hel eruit zullen zien. Trek vooral je conclusies voor je leven nu. Hoor de waarschuwing erin, dat God het niet accepteert wanneer mensen zijn Christus verwerpen. Met woorden of met daden. Maar neem het Woord van God serieus. En hoor ook de bemoediging erin dat Gods recht uiteindelijk zal zegevieren. Een bemoediging, juist voor aangevochten en bedreigde mensen, dat ook de laatste vijand van God eraan gaat. Aan strijd en lijden komt een eind. Want God verwijdert de zonde. Het oordeelsvuur is door Jezus Christus op aarde gebracht. Vuur waarmee je niet moet spelen. Maar dat je wel kan veranderen. Bereid je voor op zijn komst. En zoek je schuilplaats op: Jezus Christus zelf.

De komst van de HEER verandert de mensheid. Hij opent de genadedeur.

Men zegt dat de ontwikkelingen steeds harder gaan. De wereld zag er 50 jaar geleden compleet anders uit dan vandaag: geen internet, geen computer, voor veel mensen geen TV en weinig auto’s op de weg. Nog 50 jaar daarvoor was het weer heel anders.Geen telefoon, vooral veel werk op het land of in de fabriek, klederdracht in veel regio’s. Wat is er veel veranderd. En de veranderingen gaan steeds sneller. Dat geeft soms reden voor optimisme. Maar in veel gevallen geeft het de mensen zorg. Technische, politieke, morele ontwikkelingen: ze lijken niet meer bestuurbaar. Maar waar gaan we heen?

Je zou al die beweging kunnen vergelijken met water. De dingen van je eigen leven zijn de golfjes, de rimpelingen op het water. De ontwikkelingen in deze wereld zijn de golven daaronder, waarbij de kleine rimpelingen gewoon rijzen en dalen met de golven mee. Maar onder die golven zitten ook nog de getijden van eb en vloed, die de golven met al hun rimpelingen weer doen rijzen en dalen over langere tijd. In onze wereld is ook zo’n diepe beweging aan de hand. Voor die beweging opent Jesaja ons de ogen. Je ziet het niet aan de oppervlakte van deze wereld. Maar het is er wel degelijk. Het is de ontwikkeling van Gods genade. De beweging dat er mensen aan het vuur ontkomen. Dat mensen gered worden door het geloof in Jezus Christus.

Er is een groot verschil tussen het begin en het slot van Jesaja’s profetie. In het begin spreekt hij over de mensheid die voor Gods recht worden geplaatst. Aan het slot spreekt hij over de mensheid die zich voor de HEER neerbuigt. Een verrassend verschil. De ruimte tussen dat begin en dat slot is de ruimte van Gods genade. Het is de ruimte waarin wij leven, tussen Christus die Gods vuur op aarde heeft gebracht en Christus die zal weerkomen in heerlijkheid om de zijnen tot zich te nemen. God verlost door genade.

Wat gebeurt er volgens Jesaja in die tussentijd? Wat geeft zijn profetisch woord aan voor onze tijd? Hoe ziet die diepste beweging in deze wereld eruit en hoe kan ik mijn leven daaraan verbinden? Profetisch laat Jesaja twee dingen zien. 1. De mensen die door Gods genade verlost zijn, worden naar alle volken gestuurd over heel de wereld om daar Gods heerlijkheid te verkondigen. Jesaja noemt heel concreet een paar volken in alle windrichtingen. 2. Uit die volken komt een stroom mensen op gang naar Jeruzalem, naar Gods berg. Met allerlei transportmiddelen komen ze naar Gods heilige berg. Dat is de dubbele beweging van onze tijd. Van Jeruzalem uitgaan en in Jeruzalem thuiskomen. Dat dit ten diepste de beweging is in onze wereld, zie je zo niet met je eigen ogen. Zeker niet als je beseft dat het Jeruzalem van onze tijd niet de concrete stad in Israël is, maar slaat op Jezus Christus en zijn lichaam, de kerk. Uitgaan, de wereld in. En thuiskomen in Gods rijk. De diepste bewegingen. De bril van de profeet helpt ons om anders te kijken.

We danken God, dat deze profetie in vervulling aan het gaan is. Alleen daarom kennen wij de Heer Jezus Christus. Het is ons verteld, omdat er verkondigers van het evangelie zijn uitgezonden. Wij horen bij de broeders en zusters uit de volken, die ook opgaan naar Jeruzalem en thuiskomen bij de Heer. We danken God, dat de scheiding tussen Israel en de volken is doorbroken door het werk van de Heilige Geest. We danken God dat Christus Jezus zijn discipelen opdracht heeft gegeven om naar alle volken te gaan. Voor de joden in Jesaja’s tijd was dat ondenkbaar. Maar zo groot is de genade van God, dat Hij uit alle volken zijn kinderen roept. We danken God, dat er een schuilplaats is geopend: Jezus Christus. Laat die dank dan merken, door steeds meer in Christus te leven.

Leven uit Gods genade is de hoofdlijn van het leven in alle ontwikkeling en beweging. Opgaan naar Gods heilige berg. Dat is de belangrijkste beweging in deze wereld. De berg Christus, waar verlossing is van Gods oordeel. Hoe dat er praktisch uitziet? Dat je Jezus Christus aanvaard als je schuilplaats. Je leven aan Hem verbindt. Hem zoekt in je gebed. Naar Hem luistert in de verkondiging in de kerk, in het lezen en luisteren naar de Bijbel. Hem vraagt om door zijn Geest de leiding over te nemen. Van hem de vrede met God ontvangt. In zijn spoor bereid bent het lijden als een kind van God te dragen. Naar zijn voorbeeld serieus werk maakt van het leven naar Gods wil. En bij hem leert om anderen te dienen, van harte en met liefde. Daarin blijkt dat je opgaat naar Jeruzalem. Dat je thuiskomt in Gods rijk. En deelt in de heerlijkheid van de Heer.

Maar er was ook die andere beweging. Niet alleen thuiskomen in Jeruzalem. Maar ook uitgaan uit Jeruzalem. De wereld in. Het verkondigen aan de volken van de heerlijkheid van God in Jezus Christus. Het vertellen van de blijde boodschap aan mensen die van de HEER nog niet gehoord. Het komen van de HEER in vuur en de ruimte van zijn genade motiveert om het anderen te vertellen. De komst van de HEER zet ons in beweging. Om ook anderen te wijzen op de schuilplaats Christus. Uit enthousiasme voor wat Christus heeft gebracht.

Ook hiervan laat de profeet ons zien: dit is de belangrijkste beweging in de wereld. De mensen die erop uittrekken. De mensen die de gelegenheden benutten. Laat het een hoofdlijn in je leven worden. Door God gezonden. De wereld heeft het nodig. Niet alleen dat we mensen steunen die actief zijn in evangelisatie en zending. Maar dat ook in je eigen leven duidelijk wordt, dat je je op pad gestuurd weet. Om met woorden en/of met daden getuige te zijn van Christus. Thuiskomen en uitgaan horen bij elkaar. De profeet toont het ons als de belangrijkste bewegingen op waarde. Ze liggen niet aan de oppervlakte. Maar zo werkt de HEER naar het einde toe. Ook jij wordt daarbij ingeschakeld. Omdat de deur van Gods genade geopend is. Met eerste komst van Christus. En zolang de Heer niet terugkomt, staat die deur nog open. Voor jou. En voor anderen.

De komst van de HEER verandert de mensheid. Hij herstelt de tempeldienst.

We hebben in deze adventsweken in de kerk gelezen uit de laatste hoofdstukken van Jesaja. Ik vind het niet in alle opzichten even gemakkelijk om te begrijpen. Of om erover te preken. In het profetische woord komen tijden en plaatsen in een ander perspectief te staan. Maar hij spreekt met woorden en beelden die de mensen van zijn dagen bekend waren. De afstand is groot. Tegelijk: wie zich erin verdiept, vindt goud. Het goud van Gods recht en genade. Het goud dat je vervolgens ook ziet glanzen in onze tijd. We moeten graven om de schat te vinden. Vele eeuwen geschiedenis hebben daar het nodige zand overheen geblazen. Maar wie doorzet en de schat vindt, is een gezegend mens. En waarom zou je niet doorzetten, als je weet dat de schat er ligt? Laat de kikker nog één keer luisteren naar de meeuw die alles overziet.

Het zal de belofte zijn geweest die de joden het meest aanspreekt. Het is tegelijk een belofte, waar wij niet direct van gaan jubelen. De belofte, die je niet meteen een schat van goud zou noemen, maar waarin de complete profetie van Jesaja tot een hoogtepunt komt: De HEER herstelt de tempeldienst. Zo zijn de woorden samen te vatten, waar de Heer spreekt over nieuwe maansfeesten en sabbat, over offer in Gods huis, over het neerbuigen voor de HEER, over priester en Leviet. De HEER herstelt de tempeldienst.

Daar zat de diepste pijn van Israel. Er was geen tempel meer in Jeruzalem, want die was verwoest. De offerdienst was afgesneden. Het volk van God had geen centrum meer, het hart was eruit gehaald. Het verdriet daarover is zo intens, omdat het ware Israel leefde in de dienst aan de HEER. De terugkerende offers en feesten, dat was haar ademhaling. Leven met God. In zijn nabijheid. De verwoesting van de tempel heeft niet voor niets zoveel klaagliederen opgeleverd. Daar zat Israels diepste nood.

Deze belofte van de HEER is daarop gericht. Hij herstelt de tempeldienst. Maar er zijn wel een paar wijzigingen in die dienst. Het wordt een tempeldienst die nooit meer stil komt te liggen. Het wordt een tempeldienst met priesters uit alle volken. Het wordt een merkwaardige tempel: Heel de nieuwe hemel en de nieuwe aarde vormen de tempel. Overal zal men leven voor Gods ogen. Zo herstelt de HEER de tempeldienst. En daarmee geeft Hij het doel aan van zijn komst. Dit is het doel, dat er een nieuwe gemeenschap van gelovigen ontstaat, en dat zij samen opgenomen worden in ene dienst op God.

Wij zijn niet opgegroeid met een tempel, compleet met priesters en offers. En toch is het mogelijk om de troost en bemoediging uit deze belofte te putten. Voor het dienen van God, vandaag en tot in eeuwigheid.

Tempeldienst in de nieuwe wereld. Dat is God dienen met heel ons leven. Je bestaan aan de Heer gewijd als een levend dankoffer. Iedere gelovige een tempel van de Geest. Je gedachten, woorden en daden. Het lukt nu maar zo gebrekkig. Hem dienen met heel je leven. De Heer zal die eredienst herstellen. En wij zullen het er goed bij hebben.

Tempeldienst in de nieuwe wereld. Dat is Hem dienen in een zuivere wereld. Waar geen onheiligheid is, geen gebrokenheid, geen ziekte, verdriet of zonde. Al die dingen, die je geloof hier aanvechten, die je blik vertroebelen en je vreugde vernietigen. Hem dienen in een zuivere wereld. De Heer zal die eredienst herstellen. En wij zullen het er goed bij hebben.

Tempeldienst in de nieuwe wereld. Dat is Hem dienen met alle gelovigen. Eén in de liefde van Christus en de vrede van de Geest. Die eenheid is er nu vaak niet. Er zijn verschillen, er zijn problemen. Binnen de gemeente, met gelovigen uit andere kerken, met christenen uit andere landen. Hem dienen met alle gelovigen. De Heer zal die eredienst herstellen. En wij zullen het er goed bij hebben.

Het einde van de wereld is in de afgelopen week niet gekomen. Het komt wel, zegt de God die de wereld heeft gemaakt. En wie naar zijn Woord luistert, is erop voorbereid. Wie aan zijn Zoon gehoor geeft, die heeft de schuilplaats gevonden. Tot in eeuwigheid.

Amen

Ds. Kees van Dusseldorp

Vanaf 2007 tot 2012 is ds. Kees van Dusseldorp predikant geweest van onze gemeente. Preken die in die periode door hem zijn gehouden staan hier als naslagwerk. Wilt u een preek gebruiken, neem dan contact op met de dominee.

Website: keesvandusseldorp.wordpress.com/
terug naar boven