Tools

Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Capelle aan den IJssel

You are here: Start » Kerkdiensten » Preken lezen » Genesis 18:1-15
dinsdag, 07 februari 2012

Genesis 18:1-15

E-mail Afdrukken PDF

 

Preek over Gen.18:1-15

  • Capelle, 1 augustus 2010

  • C.van Dusseldorp

 

Liturgie:

Votum en groet

Ps.29:1,5

Wet

Ps.119:13,14,15

Gebed

Lezen: Gen.18:1-15

PP-dia

Mark.10:23-27

Gz.48:2,4

Tekst: Gen.18:14a

Ps.111:4,5,6

Gebed

Collecte

Gz.115

Zegen

 

 

Verwijzingen in het Nieuwe Testament:

 

2

Heb.13: gastvrijheid. Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten, engelen ontvangen.

4

Joh.13: voeten wassen: Jezus zelf.

7

Luk.15: royaal feestmaal. Bij terugkeer verloren zoon: echte blijdschap!

10

Luk.1: aankondiging ‘onmogelijke’ geboorte. Gabriël aan Maria: Ook Elizabeth is zwanger op haar leeftijd, want voor God is niets onmogelijk.

11

Rom.4: geloven zonder twijfel. Hoewel het eigenlijk niet kon, bleef Abraham geloven en hopen.

12

Heb.11: ook Sara geloofde. Door het geloof kreeg ze de kracht om een kind te verwekken, omdat ze vertrouwen op degene die de belofte had gedaan.

13

Gal.4: kinderen van de belofte. Abrhama dankt zijn zoon aan de blofte, zo zijn wij ook kinderen van de belofte.

14

Mar.10: voor God is niets onmogelijk [lezen].

15

Rom.9: God houdt zijn beloften. Ale iets een belofte is, dan zijn het deze woorden: over een jaar kom ik terug en dan heeft Sara een zoon: God zal zijn belofte nooit breken.

 

 

 

Preek 1 augustus 2010. Capelle aan den IJssel. C.van Dusseldorp

Lezen: Gen.18:1-15; Mark.10:23-27. Tekst: Gen.18:14a. [Abraham-serie 8]

 

Gemeente van Jezus Christus,

 

** bij Abraham op bezoek

 

Hoogzomer is het en midden op de dag. Fel staat de zon te branden. Een graadje of 40 had de thermometer kunnen aangeven. Als ze die hadden gehad. Mens en dier zoeken beschutting in de schaduw. Een prima tijd om even de ogen dicht te doen. De aarde is allang niet groen meer, maar geel verbrand in de hitte. Dor en droog. Als het leven van Abraham zelf: dor en droog. Geen nieuw leven, geen nieuwe lente, geen toekomst. De oude man, met zijn negenennegentig jaar. Hij zat bij de ingang van zijn tent. Om elk zuchtje wind mee te nemen.

 

Toen hij opkeek – kennelijk was hij ook figuurlijk even onder zeil geweest – zag hij plotseling drie mannen staan. Abraham schrok, schoot overeind en snelde onmiddellijk naar hen toen. Met zijn leeftijd zal dat geen supersprint geweest zijn. ‘Neemt u mij niet kwalijk. Ik had u niet aan zien komen. Ik lette niet goed op, denk ik. Zo onverwachts staat u hier ook zomaar. Alsof u uit de lucht komt vallen. Staat u al lang te wachten?’

 

Het is de HEER, die bij Abraham op bezoek komt. Wij weten het, Abraham nog niet. God zelf loopt bij Abraham binnen in zijn tent. Ongehoord eigenlijk. Waar ter wereld wordt ons vertelt dat God zelf binnenstapt in je tent? Geen droom, geen visioen, maar God verschijnt als mens, loopt de schaduw in, gaat zitten en doet zich tegoed aan eten en drinken. Gewoner en alledaagser kan het niet. Joden hebben er moeite mee gehad dat deze hemelse personen echt aten. Josefus zegt al dat ze deden alsof. Maar dat is inlezen, vanuit verkeerde uitgangspunten. God komt als mens bij Abraham op bezoek. Abraham, die vriend van God wordt genoemd en vader van de gelovigen.

 

Wat komt God daar eigenlijk doen? De directe reden is niet zo mooi: God komt polshoogte nemen in Sodom en Gomorra. Vanwege alle klachten die Hem bereiken over het gedrag van de inwoners. En kennelijk heeft Hij besloten om eerst even bij zijn vriend Abraham langs te gaan. Kort geleden heeft Hij een officieel verbond gesloten. Na 25 jaar van voorbereiding, incidentele ontmoeting met elkaar, groei in besef van elkaar, was de relatie kennelijk rijp om vastgelegd in te worden een verbond. Compleet met een vernieuwde naam voor Abraham en Sara en een handtekening met bloed. Nu krijgt Abraham de HEER gewoon thuis op bezoek. Hoort dat bij het leven in het verbond? Mag je zulke vertrouwelijke en persoonlijke omgang met God verwachten, wanneer je gelooft? En hoe gaat dat vandaag de dag?

 

De Heer komt bij Abraham op bezoek. Om de vriendschap te vieren en aan te kondigen dat de tijd rijp is om de oude belofte te vervullen. Abraham, je krijgt een zoon. Bij Sara. Over precies een jaar. Het begin van een ontelbaar groot volk. Dat van Sodom en Gomorra laat ik nu even liggen [volgende week]. Maar dat vriendschappelijk bezoek van de HEER bij Abraham. Is dat leven in het verbond?

 

Het mooie van een bezoek is, dat je even binnenstapt in de wereld van de ander. Je komt in zijn huis, ontmoet de mensen die voor hem belangrijk zijn, ziet de spullen die hij gebruikt en proeft niet alleen de sfeer van het huishouden, maar ook de kwaliteit van de keuken. Je ervaart de leefwereld van de ander. En dat geeft vaak nieuwe gedachten over je eigen leven. Zo’n bezoek breng je eigenlijk ook als je een boek leest. Bijvoorbeeld in de vakantie… Een andere tijd, een andere cultuur, andere mensen, en toch ben je even in hun wereld en beleef je hun ervaringen. Het verrijkt je leven.

 

Eigenlijk brengen wij vanmorgen ook zo’n bezoek bij Abraham. Hij leefde 4000 jaar geleden. In een totaal andere tijd, omgeving en cultuur. Er zijn nauwelijks overeenkomsten met ons leven. En toch geeft de bijbel door het verhaal over Abraham ons de gelegenheid om even binnen te lopen in de wereld van deze oude vriend van God. Het is goed om in die wereld rond te lopen, je er een voorstelling van te maken, te horen wat er gebeurde en te proeven hoe het ging. Want het is ook de wereld van God. Van ónze God. En wie in Gods wereld binnengaat, krijgt contact met Gods heil. Dat laat zich niet altijd vertalen in bepaalde kennis, of concentreren in duidelijke statements. De verhalen in de bijbel roepen veel meer op. En altijd is het de wereld van God. Ook in dit verhaal van Gods bezoek bij Abraham zit Gods aanspraak op mij. En Gods heil voor mij.

 

Weet u waarom ik graag op bezoek ga bij Abraham? Omdat hij me in de bijbel wordt gepresenteerd als vriend van God. En als vader van de gelovigen. Aan wie ik kan ontdekken hoe God met mensen omgaat. Bij wie ik kan leren hoe God zijn plannen uitvoert, zijn beloften vervult, zijn opdrachten geeft en zijn trouw bewijst. Door wie mij bijgebracht wordt wat geloven is. En wat het niet is. Bij wie ik kan zien wat Gods heil betekent. En weet u waarom ik graag erbij ben als de HEER dit vriendschappelijk bezoek brengt bij Abraham, zijn verbondspartner? Omdat de HEER ook met mij een verbond heeft gesloten en ik graag wil leren hoe ik daarin leven kan. Want het is wel waar: de HEER gaat ook mijn tent binnen, komt in mijn huis op bezoek, loopt rond in mijn wereld en zoekt contact met mijn leven. ‘Ik ben bij je’, beloofde Hij immers. Ook tegen jou en tegen u. In je dagelijks bestaan komt God binnen. Soms met zijn Woord. Soms met zijn Geest. Soms met zijn mensen. Altijd met zijn liefde. Zoals zijn Zoon mens werd onder de mensen. Het meest vergaande bezoek wat je je kunt voorstellen. God op aarde. Wij bij Abraham op bezoek? De HEER komt bij ons op bezoek!

 

** Abraham dient God in de vreemden

 

‘Mijn Heer, wees toch zo goed om uw dienaar niet voorbij te gaan.’ Abraham zegt het, terwijl hij op de grond ligt. En in één adem biedt hij zijn diensten aan: wat verfrissing in de schaduw met wat water, om even op adem komen, een goede maaltijd om weer op krachten te komen. En als uit een mond klinkt het: ‘Dat is goed, we nemen uw uitnodiging graag aan.’

 

We weten dat gastvrijheid in sommige culturen een heilige plicht is, die ver gaat. Mensen sparen zelf het eten en drinken uit hun mond om de gasten het maar naar de zin te maken. De gastvrijheid van Abraham is spreekwoordelijk geworden. Maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat hier meer aan de hand is dan de gewone hoffelijkheid en het gebruikelijke fatsoen. Niet alleen voor de lezer van het verhaal, die vanaf het begin weet dat de HEER hier op bezoek is. Zou Abraham het ook geweten hebben? Als dat niet zo is, dan gaat hij in elk geval met de vreemdelingen om, alsof ze God zijn. Inderdaad, een heilige plicht, die gastvrijheid.

 

Je leest het in de onderwerping van Abraham. Hij laat zich op de grond vallen. Je hoort het in het respect van Abraham: ‘Mijn Heer.’ Je krijgt het mee in de eerbied van Abraham: ‘Als ik uw genegenheid heb gewonnen.’ Je leest het in de nederigheid van Abraham: ‘Ik zal uw voeten laten wassen’. Je hoort het in de blijde haast waarmee Abraham Sara en de knechten aan het werk zet. Je ziet het in de alertheid van Abraham: hij blijft staan als zijn gasten eten. In de startblokken om bij het minste of geringste signaal de bekers bij te vullen of het voedsel. Maar er is nog meer. De schrijver geeft een knipoog aan bijbelkenners. Want wat Abraham klaarmaakt voor zijn bezoekers, wordt gemaakt van de ingrediënten die later in de offerwetgeving worden gebruikt. Fijn meel. Ongezuurde broden. Een mannelijk gaaf kalf. Het gemeste kalf wordt geslacht. Alsof het God zelf is.

 

Gastvrijheid wordt in onze tijd anders beleefd en ingevuld. Maar heeft de gastvrijheid van Abraham ons ook niet veel te zeggen? Hoe je God dienen kunt, in het dienen van een medemens? Hoe je God ontvangen kunt, in het ontvangen van een medemens? Hoe je God liefhebben kunt, in je liefde voor een ander? Hoe je respect voor God kunt tonen, door respectvol om te gaan met een ander? Hoe je eerbied voor God kunt laten zien, door een bescheiden opstelling tegenover anderen? Hoe je gehoorzaamheid aan God kunt laten zien, door trouw te zijn aan een ander? En wat mij betreft denk je bij die ander aan je man of je vrouw, maar ook aan je baas of leraar, of aan je buurman of buurvrouw, de verslaafde of de psychiatrische patient, de allochtoon of de asielzoeker, de zieke en de eenzame. Gastvrijheid: niet alleen je huis, maar ook je hart en je leven open voor een ander. ‘Zonder het te weten hebben sommigen op die manier engelen ontvangen.’

 

Deze oude vriend van God geeft niet alleen een lesje gastvrijheid. Het is ook een lesje godsdienst. En ik ben geneigd om de dienstbaarheid en gastvrijheid bij Abraham te verbinden aan het verbond. Hij heeft de Almachtige aan zijn zijde. Waarom zou hij zich nog druk maken over zichzelf? Hij kent de omgang met de HEER. Waarom zou hij bang zijn voor anderen? Hij heeft de beloften van de toekomst. Waarom zou hij nog hechten aan geld of goed? Geloof maakt je gastvrij. Gods liefde maakt je een liefdevol mens. De omgang met God maakt je een goed mens in de omgang met anderen. Leven met de Heer maakt ruimte om te leven met elkaar. Hoe gebrekkig of beperkt soms ook in de praktijk. Daar ligt de bron.

 

** lachen of huilen?

 

Er zal zeker wel een uurtje of twee voor nodig geweest zijn om het royale onthaal klaar te maken. De HEER neemt ook echt de tijd voor dit bezoek. En dat geeft alle tijd om te praten. ‘Waar is Sara, uw vrouw?’ Die vraag is uiterst ongewoon, om niet te zeggen onbescheiden, naar oosterse opvatting. God begint zichzelf te openbaren als God. Hij heeft een boodschap, die ook voor Sara belangrijk is. Als Abraham zegt: ‘Daar in de tent’, maakt hij meteen duidelijk: vertel het maar, als u niet te zacht praat, kan ze het wel horen. En Sara weet gelijk ook, dat zij uitgenodigd is om te luisteren. Het is geen onbehoorlijke nieuwsgierigheid. Ze mag, ze moet het horen. Ze komt naar voren, gaat ook in de tentingang staan, achter haar man. ‘Abraham’. Voor het eerst neemt dan een van de drie het woord. Hij zal de HEER zijn en die andere twee de engelen. ‘Abraham, ik ben gekomen om je te zeggen, dat je vrouw Sara over een jaar een zoon zal hebben.’

 

Sara hoort het. Ze heeft geen woord gemist. ‘Hoort ze het goed? Zal zij zwanger worden? Maar zij is uitgebloeid en Abraham is oud. Zal zij, die niets meer te verwachten heeft, in verwachting raken? Onmogelijk. Wat een dwaasheid.’ En ze lacht in zichzelf.

 

Dat lachen is niet raar. Als je kleine zusje aan je oma vraagt wanneer ze een baby krijgt, zal je oma een glimlach niet kunnen onderdrukken. ‘Kind, hoe kom je erbij? Dat kan echt niet meer. Dat is onmogelijk. Zulke oude vrouwen krijgen geen kinderen meer. Of ik het nu leuk vindt of niet.’ Ze zal plezier hebben in de vraag. Mensen kunnen lachen. Dieren niet. Die kennen geen humor. Lachen is heerlijk. Lachen is gezond. Maar lachen kan ook kapot en ziek maken. Schamper lachen, dwaas lachen, krampachtig lachen, ongelovig lachen. En dat laatste is bij Sara aan de hand. Een zwangerschap. ’t Is een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker.

 

Het lachen van Sara is niet goed. Scherp reageert de HEER. ‘Abraham, waarom lacht Sara? Waarom vraagt ze zich af of ze op haar leeftijd nog wel een kind ter wereld kan brengen?’ ‘Ik heb niet gelachen’, zegt Sara geschrokken. ‘Jawel’, weet de vreemdeling, die niet alleen de buitenkant, maar ook de binnenkant van een mens kent. ‘Je hebt wel gelachen. Maar je zult nog meer lachen. Lachen van geluk en blijdschap. Als je zoon weer een echte lach op je gezicht tovert en een kind het plezier in je tent terugbrengt.’

 

Dat lachen van Sara legt iets belangrijks bloot. Een gebrek aan verwachting. Een gebrek aan geloof. Een van de ergste dingen in het geloofsleven van een mens. Dat je tevreden geraakt bent met de hopeloosheid van het leven. Je hebt neergelegd bij een slechte situatie. De situatie geaccepteerd hebt zoals die is, en afstand hebt gedaan van je wensen en verlangens. Soms wordt dat ook nog wel eens geprezen als een christelijke houding: Je hebt het kunnen loslaten, je hebt er vrede mee gevonden. Dat kan heel goed zijn. Maar kennelijk is zo’n houding soms heel fout. In dit geval: ze hebben de moed verloren. Het lijkt niet realistisch meer. Hun eigen pogingen om een erfgenaam te organiseren waren mislukt. De jaren waren verstreken. Het was stiller geworden in de tenten van Abraham en Sara. Sara heeft zich erbij neerlegd. Ze kan een glimlach niet onderdrukken als die merkwaardige vreemdeling aankondigd dat zij op haar 90e toch nog moeder zal worden.

 

Wanneer onderdrukt u een glimlach? Moet u glimlachen als in de kerk gezegd wordt, dat de Here er wel voor zal zorgen dat het goed komt? Omdat u dat te naïef vindt? Moet u glimlachen als uw zoon zegt: papa, als de buurman niet in Jezus gelooft, dan gaat hij toch naar de hel? Omdat u dat te ongenuanceerd vindt? Moet u glimlachen als een ouderling u oproept om toch nog een poging te doen tot herstel van de relatie? Omdat u denkt: die man kan gemakkelijk praten? Moet u glimlachen als u iemand fel hoort verdedigen waarom een vrouw geen ouderling mag worden? Omdat u dat een achterhaald standpunt vindt? Moet u glimlachen als u in de bijbel leest dat Jezus haastig weerkomt? Omdat het al zo lang wordt gezegd? Moet u glimlachen als een broeder zegt dat u moet blijven bidden voor uw dochter die niets van God wil weten? Omdat je ook realist moet blijven? Moet u glimlachen als jongeren heel enthousiast zich inzetten voor evangelisatiewerk of diaconale projecten? Omdat u denkt dat ze hun bevlogenheid nog wel zullen verliezen? Wat is dat voor een glimlach?? Hoe zit het met uw verwachting van God? En uw vertrouwen op God toezeggingen, of onwaarschijnlijk die ook klinken?

 

Calvijn schreef eens: waar het vuurtje van geloof brandt, trekt ook de rook van twijfel. Natuurlijk komen we op de plekken in ons geloofsleven, dat we wel willen zeggen: Beloften, wat heb je daar nu aan? De bijbel, wat kun je daar nu mee? God, wat merk je daar nu van? Hoewel je misschien niet openlijk zegt dat je niet gelooft, is je verwachting gedempt en luister je met een sceptische houding naar wat er in de kerk gezegd wordt. Maar het vreet je vertrouwen weg, tast je geloof aan en blaast je blijdschap en je hoop op. Pas op! Laat je niet meezuigen in het moeras van gezapigheid en zogenaamde nuchterheid. De God die zich aan jou verbonden heeft, zal zijn beloften vervullen.

 

** niets is voor de Heer onmogelijk

 

‘Is ook maar iets voor de Heer onmogelijk?’ Wat een geweldige uitspraak! En dat uit de mond van God zelf. Want het gaat in dit verhaal niet om Abraham of Sara. Het gaat om God en zijn beloften. Het gaat om God en zijn onbegrensde kracht. Waar wij mensen aan het eind van onze mogelijkheden zijn, daar gaat God verder. Waar ons leven in onvruchtbaarheid dood gaat, daar geeft Hij nieuw leven. Waar wij het niet kunnen bedenken hoe het goed moet komen, waar we de energie en wijsheid vandaan moete halen, hoe het op de nieuwe aarde zal toegaan, hoe vrienden het Koninkrijk ook binnen kunnen gaan, daar gaat de Here toch door met zijn plan. Voor God is niets onmogelijk.

 

Sara was een oude vrouw. Ze kon naar de mens gesproken niet meer in verwachting raken. Gods volk is uit een wonder God ontstaan, niet uit de kracht en wil van mensen. Zoals in de geschiedenis van het heil meer onmogelijke oplossingen door God toch gerealiseerd zijn. Een Johannes de Doper uit een bejaard echtpaar. Een Verlosser uit een ongetrouwde maagd. Een opstanding uit een afgesloten graf. ‘Is ook maar iets voor de Heer onmogelijk?’ En Hij zal doen wat Hij heeft beloofd.

 

Een geweldige uitspraak. En ook nog eens uit de mond van God zelf. Meermalen horen we de echo terug in de bijbel. Voor de Heer is niets onmogelijk. We horen daarin een belofte. Maar we hebben ook een vraag: Wat mag je dan van de Heer verwachten? Als niets voor Hem onmogelijk is, dan weten wij nog wel een paar dingen die we Hem graag zagen uitvoeren. Hij kan het toch? Maar let op! Het gaat er niet om dat het voor God niet onmogelijk is om een dringende kinderwens van een bejaard echtpaar te vervullen! Het gaat erom dat voor God nooit onmogelijk wordt om zijn beloften te vervullen. Niet onze wensen, maar zijn toezeggingen. In het kader van de uitvoering van zijn plan.

 

Als Jezus deze woorden gebruikt, gaat het om het ingaan in het Koninkrijk. Als reactie op de verzuchting van de discipelen, na de confronterende uitspraak van Jezus: nog eerder zal een kameel door het oog van een naald kruipen, dan dat een rijke binnengaat in het koninkrijk van God. Dan kan toch niemand behouden worden! Nee, zegt Jezus, niet bij mensen. Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Vooral als het te maken heeft met de redding en het heil van mensen. Met het ingaan in het Koninkrijk. Inderdaad onmogelijk voor een mens zelf. Wie o0f wat hij of zij ook is. Maar mogelijk bij God. En niet alleen mogelijk, maar ook realiteit. Door Jezus Christus.

 

In de bijbel lezen we dat Sara de belofte geloofde. En daaruit kracht ontving om moeder te worden. Deze ontmoeting en het onderhoud met de Here waren kennelijk voldoende om nieuw vertrouwen en geloof te vinden. Dat is de kracht van Gods belofte. Ze vragen om je geloof en aanvaarding. Met de belofte moeten we het doen. En kunnen we het doen. Dat er toegang is tot God. Dat we leven mogen in zijn nabijheid. Dat er vergeving bestaat, zelfs voor de grootste zonden. Dat er herstel mogelijk is, ook bij de grootste schade. Achten we God betrouwbaar? Geloof en verwacht!

 

Moet je kijken wat dat met een mens doet! Abraham en Sara in de periode daarna. Weer met nieuw houvast. Nieuw vuur in hun verwachting. Hoop in hun ogen. Initimiteit in hun relatie. Liefde voor elkaar. Plezier in hun leven. Verwachting van God. Kinderen van het verbond.

 

Rondgekeken in de wereld van Abraham. De oude vriend van God. Rondgekeken in de wereld van het verbond. De wereld van God. Om door zijn heil en genade ook zelf geraakt te worden. En met nieuw vertrouwen alles van God verwachten. Zijn beloften dragen ons.

 

Amen