|
Preek over Efeziërs 4:16 - Capelle, 16 mei 2010 - C.van Dusseldorp - Bevestiging ambtsdragers (ZW)
Liturgie:
Votum en groet Ps.16:1 Wet Ps.14:1,4,5 Gebed Lezen: Ef.4:1-16 Joh.14:15-21 Ld.95:1,3 Preek over Ef.4:16 Ps.122:1,2,3 Formulier bevestiging Ps.133:1,2 Vragen; ja-woorden; zegen Ps.133:3 (staande) Terugkeer oude ambtsdragers naar gemeente Opdracht Gz.64 (1: gemeente (zonder ambtsdragers); 2 en 3: allen; 4: alleen ambtsdragers) Gebed Collecte Ld.320:1,3 Zegen
Gemeente van Christus.
** ambt of gemeente??
Nieuwe gezichten hier voorin de kerk. Gezichten van mannen die tot vorige week nog gewoon bij hun gezin in de kerkzaal zaten. Nu zitten ze op het podium. En dat spoort wel met het gevoel dat mensen hebben: als je ambtsdrager bent, ben je geen gewoon gemeentelid meer. En als je diensttijd erop zit, mag je weer gewoon gemeentelid zijn. En voor sommige mensen heeft dat dan ook als consequentie dat ze minder terughoudend zijn in hun commentaar en kritiek op de kerk. Dat laten ze gemakkelijker horen als je niet in de kerkenraad zit, dan als je er wel in zit. Zoals gemopper op het managementteam altijd het sterkst klinkt als de managers niet in de buurt zijn.
Nu kan ik wel zeggen, hoe ongezond en onterecht dat is. En dat is het ook. Maar tegelijk moet ik constateren dat in de bijbelse leer over de kerk wel een stukje spanning zit. Wat is nu het belangrijkste: de ambtsdragers of de gemeenteleden? Wie heeft het nu voor het zeggen: de kerkenraad of de gemeente? De kerk is geen democratische vereniging, waar de meerderheid van de leden beslist over het beleid. Tegelijk is de kerk ook geen stichting, waar het bestuur de koers bepaalt en mensen ervoor kunnen kiezen om al dan niet deel te nemen.
Je ziet die spanning in de manier waarop wij de verkiezing tot ambtsdragers hebben geregeld. De kerkenraad stelt de criteria vast waaraan een ambtsdrager moet voldoen. De kerkenraad bepaalt ook welke broeders gekandideerd worden. En de kerkenraad benoemt de nieuwe ouderlingen en diakenen. Tegelijk is de gemeente aan zet bij het naar voren schuiven van geschikte broeders, bij de verkiezing en zelfs bij de roeping. Want de broeders geven straks hun jawoord op de vraag of ze zich door middel van de gemeente geroepen weten. Overigens staat in de kerkorde juist weer dat nieuwe ambtsdragers door de kerkenraad met diakenen geroepen worden. Gemeente of ambtsdragers: Wie is nu de kip en wie is het ei?
Het is inderdaad een typisch kenmerk van de gereformeerde kijk op de ambten, dat zowel de gemeente als de ambtsdragers ieder hun eigen recht en verantwoordelijkheid hebben. Ze kunnen niet los van elkaar functioneren. Ze hebben elkaar nodig, zijn op hetzelfde gericht, maar staan soms ook tegenover elkaar. De gemeente corrigeert de neiging tot heerszuchtig optreden van een kerkenraad en de kerkenraad vormt een tegenwicht tegen partijvorming, stemmingmakerij of oppervlakkigheid in een gemeente. Een zekere spanning lijkt in de structuur ingebakken.
** beiden in één hand: Jezus Christus
In Ef.4 komen deze beiden aan de orde. Paulus schrijft over ambtsdragers en over de gemeente en over hun onderlinge verhouding. En het bijzondere is, dat hij erop wijst hoe beide groepen in één en dezelfde hand liggen: de hand van Jezus Christus. En hij wijst erop dat zowel de bijzondere ambtsdragers als de gemeente als geheel, gericht zijn op één doel: het toegroeien naar Jezus Christus.
Spanning tussen twee groepen kun je overstijgen, door ze erop te wijzen dat ze beiden voor hetzelfde doel staan of dezelfde opdrachtgever hebben. Dat werkt bijvoorbeeld in de zorg. Er bestaan veel verschillende zorgverleners. Ze hebben allemaal hun eigen knowhow, eigen visie en eigen vaardigheden. En heel snel stellen ze zich op als concurrenten van elkaar. Maar als ze inzien dat ze allemaal de gezondheid van de patiënt voor ogen hebben, leren ze samenwerken. Of een ander voorbeeld: In Spakenburg bestaan twee grote voetbalverenigingen: Spakenburg en Ijsselmeervogels, beiden aan de top in hoofdklasse B. Als de rooien en de blauwen elkaar treffen, staat het hele dorp op de kop. Maar op tweede pinksterdag volgende week werken ze allebei mee aan het slagen van de DVN-dag, die op hun trainingsvelden wordt gehouden. Een goed doel, waar spelers en bestuurders van beide clubs zich mee verbonden weten. Zo zijn er nog meer voorbeelden te geven: het docentencorps en het managementteam van een scholengemeenschap. Het personeel en het bestuur van een verzorgingshuis. Ze zijn verschillend. Er kan spanning ontstaan. Maar dat wordt opgelost wanneer je beseft wat je deelt: één doel en één opdrachtgever.
Ambt en gemeente liggen in één en dezelfdehand: Jezus Christus is degene die mensen aanstelt met een bijzondere taak. En Jezus Christus is degene die het hoofd is van de gemeente. Ambtsdragers en gemeenteleden zijn gericht op één doel: het toegroeien naar Jezus Christus, de toewijding aan God en de verkondiging van het evangelie in de wereld met woorden en daden. Daar kunnen ambtsdragers en gemeenteleden elkaar bij helpen, elkaar op aanspreken en elkaar in bemoedigen: dat Jezus Christus werkelijk de leiding houdt. Dat het Woord van God bron en norm blijft van het leven. Dat de eer van God wordt gezocht in de gemeenschap en in de omgeving. Dat bindt de gemeente aan de ouderlingen en diakenen. Dat bindt de kerkenraad aan de gemeente. Want ieder is verbonden aan Christus.
** de ambtsdrager en zijn Heer
Voor ik straks iets meer zeg over de gemeente en haar Heer, vraag ik eerst uw aandacht voor de dienaar en zijn Heer, de ambtsdrager en zijn Meester. Omdat Paulus daar belangrijke dingen over schrijft. En ik daar vandaag graag wat doorgeef.
Wellicht herinnert u zich, dat ik vorig jaar bij de bevestiging van nieuwe ambtsdragers het beeld heb gebruik van een krukje met drie poten. Het krukje is de ambtsdrager. En er zijn drie poten nodig om het krukje te kunnen gebruiken waarvoor het bedoeld is. Die drie poten zijn: roeping, dienst en gave. Alledrie komen ze in Ef.4 voor. En alledrie zijn ze verbonden aan Jezus Christus. Ik werk ze alle drie kort uit:
De ambtsdrager en zijn roeping. We lezen dat Christus bepaalde mensen heeft aangesteld binnen het Koninkrijk. Allereerst apostelen. En daarvan weten we dat Jezus dat hoogstpersoonlijk heeft gedaan, door twaalf mannen te roepen: ‘volg mij’. Maar Paulus noemt ook profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren. En dat zijn mensen in Korinte, die Jezus nooit ‘live’ hebben gezien en waar Jezus nog nooit geweest is. Toch door Jezus aangesteld, zegt Paulus. Geroepen door de Heer zelf. Dat is een zaak van geloof. Ook voor ons. Hoeveel menselijks er in de hele verkiezingsprocedure ook aanwijsbaar is. En hoe weinig geestelijk we misschien onze stembriefjes hebben ingevuld. Toch geloven dat op die manier Christus zelf je heeft geroepen.
De ambtsdrager en zijn dienst. Daar wil ik straks nog iets meer over zeggen. Het is in ieder geval dienst aan het lichaam van Christus, schrijft Paulus. Een binding dus aan de Heer.
De ambtsdrager en zijn gave. Paulus schrijft dat Christus na zijn hemelvaart gaven geeft. Ds.van Dijk heeft daar afgelopen donderdag meer over gezegd. Hoe Christus royaal uitdeelt van zijn rijkdom. Hij vergeleek het met koningin Juliana, die de ontvangen bloemen met haar verjaardag altijd uitdeelde aan de bejaardenhuizen. Het is ook inzichtgevend om het te vergelijken met het werk van de diakenen. Zij moeten de gaven in de gemeente opzoeken, inzamelen, beheren en uitdelen. Heel zichtbaar in de collecte in de kerkdienst. Maar ook breder: de gaven die sommige gemeenteleden hebben, inzetten voor degenen die het nodig hebben. Technische handigheid, huishoudelijke vaardigheid, financieel inzicht. Diakenen zijn makelaars in de rijkdom van de gemeente.
Zo is Christus ook makelaar in gaven. Hij zet in wat jij hebt gekregen. Hij gebruikt voor zijn plan de dingen die jij kunt. En daarbij zijn niet alleen je mogelijkheden een gave voor een ander. Maar kun je het ook zelf zijn. Ambtsdragers hebben gaven, die door de Here gegeven zijn. Gaven die door anderen gezien zijn en bruikbaar worden geacht. En als ambtsdrager ben je een gave, die door de Heer aan zijn gemeente wordt gegeven. Opnieuw legt Paulus een directe binding met de Heer.
** doel ligt in geestelijke groei gemeente
En dan dat laatste onderdeel: de ambstdrager is een dienaar. Nog sterker dan bij de andere twee poten van het ambtskrukje komt daarbij de gemeente in beeld. Het werk wat ouderlingen en diakenen in de gemeente doen, is dienst aan de gemeente. Het is erop gericht dat de gemeente groeit en bloeit. Dat de beweging en ontwikkeling doorgaat. Van de gemeente en van haar leden. Niemand ooit uitgegroeid. Ons geloof kan steeds verder uitgediept en verbreed worden. Dat is zelfs de bedoeling. Stilstand is achteruitgang. Dat geldt in het bedrijfsleven. Dat geldt ook in het geloofsleven. Maar daar geeft het geen stress, maar brengt het juist steeds meer rust. Want geestelijke groei is groei in Christus. De eerste hoofdwet van geestelijke groei: groei is gericht op Jezus Christus. En daarom ook de eerste dienstwet van een ambtsdrager: je stimuleert de beweging van de gemeente en de gemeenteleden naar Christus toe.
Paulus houdt niet op, om dat steeds als doel aan te wijzen. Het gaat om het bereiken van de kennis van de Zoon van God, van de volheid van Christus van de eenheid met hem en de opbouw van zijn lichaam. Het gaat om het toegroeien naar hem, die het hoofd is. Als planten die naar het licht toegroeien, als bloemen die zich naar de zon wenden, zo gaat het hart van Gods kinderen open naar Christus toe. Steeds meer en meer worden we één met Hem. Met ons hoofd: dat wij Christus steeds meer kennen en vertrouwen. Met ons hart: dat wij Christus steeds meer liefhebben en volgen. Met onze handen en voeten: dat wij steeds meer leven naar Christus’ beeld. We spreken wat Hij zou zeggen, we voeren uit wat Hij zou doen. Geestelijke groei begint bij je ziel, die zich richt op Christus en werkt door in heel je leven. Mijn ontwikkeling, mijn geluk heb ik in Zijn handen gelegd. Zoals je aan de planten en bloemen kunt zien waar het licht vandaan komt, zo kun je aan de christenen zien wie Christus is. Geestelijke groei is gericht op Christus.
Daarop is de dienst van ambtsdragers gericht. Ouderlingen en diakenen. Maar niet alleen van hen. We hebben elkaar te ondersteunen, te bemoedigen, te corrigeren en te stimuleren. En wat er ook aan praktische of persoonlijke vragen en moeiten is: laat de grote beweging zijn: naar Christus toe. In ons bidden voor elkaar. In ons bidden met elkaar. In onze gesprekken en contacten. Ook voor de ambtsdragers is dit de rode draad in hun werk in de gemeente. Dienstbaar zijn aan de beweging van de gemeente en van gemeenteleden naar Christus toe.
** een volwassen gemeente
De tweede hoofdwet van geestelijke groei is: groei in geloof is ingroeien in de gemeente. Dichter bij Christus komen bestaat niet zonder tegelijk meer in het lichaam van Christus betrokken te raken, Zijn kerk.
Deze tweede hoofdwet van het geestelijk leven stuit op weerstand. Is de kerk dan zo belangrijk, dat ik er niet zonder zou kunnen? Alles draait toch niet om de kerk? Ik kan toch ook wel persoonlijk veel met God en zijn Woord bezig zijn? Soms ervaar ik de kerk eerder als een belemmering voor mijn geloof dan als een stimulans.
Toch is Paulus heel helder. De gemeente is het lichaam van Christus. Een bijzonder beeld. Hoe zou iemand bij Christus kunnen horen, zonder in Zijn lichaam een plaats in te nemen? Hoe zou iemand dichter bij Christus kunnen komen, zonder dat het merkbaar is in Zijn lichaam? Hij is zijn Lichaam. Maar dat beeld van een lichaam heeft ook nog een andere kant: door de gemeente is Christus aanwezig. Dat is de manier waarop Hij zichzelf in de wereld laat zien. Daar woont Hij door zijn Heilige Geest. Daar moet je zijn om Hem te ontmoeten.
Het beeld van het lichaam laat nog meer zien: Ieder christen maakt er deel van uit en draagt bij aan de groei van het geheel. Zo leert Paulus ons. Hij zegt bijvoorbeeld, dat de ambtsdragers de heiligen moeten toerusten voor het werk in zijn dienst. zodat zij op hun beurt het lichaam van Christus opbouwen. En hij spreekt prachtige woorden over de gemeente als de volmaakte mens, de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.
Wat is een volwassen gemeente? Wat is een kerk als de volmaakte mens? Kennelijk is er verschil in volwassenheid tussen de ene gemeente en de andere. Een volwassen gemeente, zegt de apostel, en ik houd het ons als een spiegel voor, is een kerk waar eenheid is in geloof en kennis van Gods Zoon. Een volwassen gemeente is een kerk die niet iedere wins meewaait en zich niet als speelbal laat gebruiken door mensen. Een volwassen gemeente is een kerk waar mensen elkaar door de liefde opbouwen. Samengevat is een volwassen gemeente dus een kerk, die als fundament Christus heeft, als doel Christus heeft en als sfeer Christus heeft. Een bruid van Christus. Dat is het doel van de gemeente. Daar ligt de opdracht voor ieder gemeentelid. Daar ligt de dienst van de ambtdrager.
** dat wordt bereikt door de samenhang van de leden **
Het wordt tijd dat we een stapje terug doen. We zijn de berg opgeklommen tot de hoogste top en we moeten nu aan de andere kant weer voorzichtig naar beneden. De volwassenheid van de gemeente hangt samen met de rijpheid van de gelovigen. De kracht van het lichaam wordt gevormd door de samenhang van de delen. Daarmee ben ik terug bij de verhouding tussen de gelovige en de gemeente. Maar we zijn nu wel aan de andere kant van de top. Zojuist zagen we, dat een lid niet zonder lichaam kan. Nu gaat het erom, dat het lichaam niet zonder leden kan. En daarmee worden wij geplaatst binnen het geheel.
De kwaliteit van het lichaam wordt gevormd door de samenhang van de lichaamsdelen. De apostel Paulus gebruikt daar mooie woorden voor. Hij noemt de gemeente in de eerste plaats een samenhangend geheel. Samengesteld uit verschillende onderdelen die bij elkaar gehouden worden. Dat betekent: Elk lid van de gemeente hoort erbij. De Here heeft iedereen nodig op zijn of haar eigen plekje. Of je nu dooplid bent, gastlid of belijdend lid. Of je nu man of vrouw bent, jongen of meisje. Of je nu optimistisch, pessimistisch, vrolijk of neerslachtig van aard bent. Als jij je plekje niet inneemt, dan ontbreekt er wat, dat is de puzzel niet compleet.
De apostel Paulus zegt in de tweede plaats dat alle gewrichtsbanden hun dienst verrichten binnen dat lichaam. Botten hebben binnen een lichaam een andere functie dan pezen, organen of bloedvaten. De een geeft steun, de ander biedt troost, een derde geeft leiding, een vierde maakt sfeer, een vijfde verzorgt enzovoort. Niet alleen heeft ieder een eigen plekje, ook heeft ieder een eigen taak, of je nu ambtsdrager bent of niet. Je mag naar die taak zoeken, ook al ligt die soms op een ander terrein dat je zelf zou denken.
De apostel Paulus zegt in de derde plaats dat ieder lid afzonderlijk naar vermogen bijdraagt. Ieder steekt energie in het geheel. De liefde, de inzet en de trouw voor het werk in de gemeente. Dat spreekt niet vanzelf. Dat gaat ook niet vanzelf. Sommige mensen vragen zich af of ze wel nodig zijn, of er voor hen wel een eigen plek en een eigen taak is. Laten we daarop attent zijn. En blijf voor jezelf beseffen, dat het geheel alleen tot groei komt, als ieder lid er energie insteekt, ook al krijg je niet altijd de waardering die je verwacht. De kracht van het lichaam wordt gevormd door de samenhang van de lichaamsdelen.
** die groei komt alleen uit Christus voort **
Mooie woorden van Paulus. Over het functioneren van de gemeente. Over de inzet van alle gemeenteleden. Maar zodra we in de praktijk met elkaar daarover gaan nadenken of gaan praten, gaat het over mensen. Over mensen die veel betekenen voor de gemeente, en over mensen die er wat bij bungelen.
Dan klinkt hier de waarschuwing van de apostel: groei komt alleen voort uit Christus. Hij is de enige bron niet alleen in het leven van iedere gelovige, maar ook voor het functioneren van de gemeente. Vanuit het hoofd krijgt het lichaam samenhang. Alleen door Christus wordt het mogelijk dat een gemeente zichzelf opbouwt. Hij is de enige bron. De gemeente is niet van mensen, niet van een kerkenraad, maar van Christus. Wanneer er haperingen optreden in de gemeenschap, ga dan na of Christus nog de enige bron is. Bij jezelf en bij de ander.
Er zijn zomaar andere bronnen waaruit wij putten. Er is de drijfveer van de eer en de macht. Je wilt graag aanzien hebben, je wilt graag dat er naar je geluisterd wordt, dat jouw mening meetelt. En zomaar ga je principieel van de toren blazen en een zaak op scherp zetten, omdat je je gekwetst voelt in je eigenwaarde. Er is de drijfveer van het eigenbelang. Je wilt niet de minste zijn, je bent niet bereid om een ander praktisch te helpen, vooral niet als dat gevolgen heeft voor je tijd, je geld of je aandacht. En zomaar draai je voortdurend in je eigen vriendenclubje rond en doe je alleen mee aan de leuke dingen in de gemeente. Er is de drijfveer van de angst. Je maakt je zorgen over allerlei ontwikkelingen, je bent bang voor veranderingen, je ziet de toekomst van de kerk en van de jeugd somber in. En zomaar laat je je leiden door verontrusting en probeer je de kerk vast te timmeren in zoals het altijd is geweest.
Ongetwijfeld zijn er waardevolle dingen en zinnige opmerkingen. Maar het zijn bronnen, die ons van Christus afvoeren. Bronnen die de groei van het lichaam van Christus belemmeren. Er is maar één bron, die helder water geeft voor de gemeente: Jezus Christus. Er is maar één akker van goede grond, waarop de gelovigen en de gemeente goed kunnen groeien: Jezus Christus. Hij is het Hoofd. Hij heeft er zijn intrek genomen. Het is zijn gemeente. Aan Hem alleen ontleent de gemeente haar groei.
De apostel Paulus wijst erop, dat het lichaam zichzelf gaat opbouwen in de liefde. Daar zit het in, dat een volwassen gemeente verrijkend is voor ieder lid. De persoonlijke groei van het geloof van ieder christen vindt haar bedding in de kerk. De gemeente en de ambtsdragers bieden ruimte en richting aan ieders eigen ontwikkeling. Dat is de winst van een heel lichaam boven een enkel lichaamsdeel. Daarom wordt de kerk ook wel onze moeder genoemd. Ze biedt bescherming en verzorging aan al haar kinderen. Ze zorgt dat er eten op tafel staat. Niet ieder ervaart de kerk als moeder. Toch zegt de Here in zijn Woord ons duidelijk hoe de gemeente zichzelf gaat opbouwen door de liefde, wanneer Christus het daar voor het zeggen heeft. Als een levend geheel, dat voor zichzelf zorgt en intern energie opwekt. Als een lichaam dat alle lichaamsdelen van voeding voorziet.
Dat begint in de kerkdiensten. Je kunt ze natuurlijk ook volgen via radio of televisie. En voor sommige mensen is dat een uitkomst. Maar het is een bijeenkomst van de gemeente van Christus, waar wij samen de Here dienen, waar het evangelie van Christus ons wordt voorgeschoteld, zoals een ober in een restaurant u het eten kant en klaar voorzet. Het geestelijk voedsel in de kerk wordt geboden in de contacten en gesprekken met elkaar. Je kunt natuurlijk ook goede contacten hebben met mensen buiten de gemeente. Maar het feit dat we leden van één lichaam zijn, brengt ons ertoe om naar elkaar om te zien, elkaar te bemoedigen of aan te spreken, elkaar te helpen in geestelijke en stoffelijke zaken. Op die manier geeft Christus zijn zorg in de gemeente.
Ambt of gemeente, wie is het belangrijkste? Ze hebben ieder hun eigen taak en verantwoordelijkheid. De bloei van de gemeente is het centrale doel. De opbouw van het lichaam van Jezus Christus. Daaraan werken we samen. In verbondenheid met ons Hoofd. En vandaaruit met elkaar.
Amen
|