|
Preek over Efeziërs 1:5-6 - Capelle, 25 april 2010 - C.van Dusseldorp - Viering HA (alleen ZW)
Liturgie:
Votum en groet Ps.95:1,3 (schoolpsalm) Wet Ps.81:6,7,8 Gebed Lezen: Ef.1:1-14 Preek over Ef.1:5-6 Ps.105:3,4,5 Viering HA: formulier IV (pag.755) Gz.161:2,3 (geloofsbelijdenis) Tijdens de viering: Gz.127 (melodie Ps.95) Gz.114 Ps.149 Gebed Collecte Ps.32:1,3 Zegen
Preek 25 april 2010. Capelle aan den IJssel. C.van Dusseldorp. Lezen: Ef.1:1-14. Tekst: Ef.1:5-6. Viering Heilig Avondmaal (ZW).
Broeders en zusters, jongens en meisjes.
** God is liefde – concentratie
‘God is liefde.’ Het grote reclamebord bij de A20 hangt er niet meer. Jammer. Het gaf uiting aan een fundamentele geloofsbelijdenis. En heel bijbels toch ook. God is inderdaad liefde. Een gouden belijdenis. Nu word ik wel eens geconfronteerd met misbruik van dit woord. Ongelovigen gebruiken het om zich van God af te maken. Als God bestaat, hoe kan het dan dat er zoveel mensen ziek worden, dat er aardbevingen en vulkaanuitbarstingen zijn. Dat zou een liefdevolle God toch nooit doen. Dus bestaat God niet.
Ook gelovigen misbruiken deze korte geloofsbelijdenis. God is liefde. Hij zal toch niet willen dat ik ongelukkig ben. Dus mag ik doen waar ik met gelukkig bij voel. Vrienden met wie ik leuk kan stappen, een nieuwe relatie als mijn relatie niet meer bevalt, afstand nemen tot een kerk, waar het soms zo bekrompen voelt en om uiterlijkheden lijkt te gaan. En God begrijpt toch wel dat ik het allemaal goed bedoel. Dus mag ik me best laten gaan in mijn woorden over een ander of tegen een ander. En hoef ik niet te blijven investeren in mijn huwelijk, in mijn familie, in mijn gemeente. God snapt het wel dat ik soms zwak ben, want God is liefde.
Je voelt wel aan, dat dit inderdaad misbruik is van de prachtige omschrijving van onze God. Nu wordt dat onder christenen vaak opgelost door te zeggen: God is wel liefde, maar … God is ook streng. God begrijpt je wel, maar … Hij kan ook boos worden. Dat ‘maar’ wat er steeds klinkt, dat verdoft het goud van Gods liefde. Het is een terroristische aanslag op het evangelie.
Het is niet waar, dat je aan Gods liefde mitsen en maren moet verbinden. Het misbruik dat gemaakt wordt, komt niet voort uit teveel besef van Gods liefde. Maar uit te weinig besef van Gods liefde. Dat God liefde is, mag nooit een formule worden, of een basisidee. Want het gaat over God. Je kunt het horen of iemand God kent, als hij of zij spreekt over Gods liefde. Wanneer in naam van Gods liefde van alles wordt goedgepraat, dan ontbreekt wellicht het besef dat het de liefde van God is. Een betere weg is het, je meer te laten vullen met Gods liefde. Zoals Paulus dat doet in Ef.1. Hij gaat in deze brief veel aan de orde stellen. Over het gedrag van de gemeenteleden, over het gebrek aan eenheid in de kerk. Maar hij begint met een uitgebreide beschrijving van Gods liefde en genade. Hij poetst het goud nog eens extra op. Wees niet te bang, dat we teveel spreken over Gods liefde. Wees liever bang dat we God niet meer kennen in zijn liefde. Daarom vandaag bij het Avondmaal extra concentratie op God is liefde. In het spoor van Paulus.
** aangenomen tot Gods kind: het hoogste voorrecht **
Het goud van het evangelie. Het begin van de Efeze-brief is van massief goud. Een geweldig diepe lofzang op God die liefde is. In het grieks bestaat het hele gedeelte uit één zin. Er staat zoveel in, dat je het niet in één keer vatten kunt. Daarom concentreren we ons vanmorgen bij het Avondmaal op één uitspraak: ‘Hij heeft ons voorbestemd om zijn kinderen te worden.’
Je bent een kind van God. Dat is het mooiste geschenk waarin God bewijst dat Hij liefde is. Het stijgt zelfs uit boven onze rechtvaardiging. De verzoening met God is het meest fundamentele voorrecht van het evangelie. De vrijspraak van onze schuld in Christus. Maar het hoogste voorrecht is dat kindschap van God. Ik mag ‘Vader’ tegen Hem zeggen. Het extra wat daarin doorklinkt, is wederzijdse genegenheid. De liefde van de Vader in actie, een persoonlijke verbondenheid, het vertrouwen en veiligheid van een mens. Sommige zusterkerken in het buitenland onderschrijven de Westminster Confessie. Daarin staat een apart artikel over de aanneming tot kinderen van God. Het staat er zo: ‘God verwaardigt Zich, in en om zijn enige Zoon Jezus Christus, om allen die gerechtvaardigd worden deelgenoten te maken in de genade van de aanneming tot kinderen.’ Hij heeft ons voorbestemd om zijn kinderen te worden, dat is de kroon op het werk van Christus. Vaak praten wij daar wel eens wat vanzelfsprekend over. ‘Natuurlijk ben ik een kind van God.’ Maar dan mis je zomaar de diepgang in die aanspraak. ‘Je bent een zoon, een dochter van God.’
Dat is de belofte die hier aan tafel klinkt. We vieren het lijden en sterven van de Here Jezus. We belijden dat Hij door zijn kruisdood ons verlost van zonde en dood. We beloven dat we Hem willen volgen in ons leven. Ieder die zo avondmaal viert, wordt door de Vader met open armen ontvangen en welkom geheten als zijn kind. Hier aan tafel bent u thuis bij de Vader. Een kind van het gezin, dat erbij hoort. Zo wordt u uitgenodigd, zo mag u die uitnodiging aanvaarden. Het mooiste voorrecht, het sterkste bewijs dat God liefde is.
** daarachter ligt Gods verkiezende liefde **
Kinderen mogen graag vragen naar het waarom. Van simpele tot ingewikkelde dingen. Eén zo’n waaromvraag wordt niet zo snel gesteld: ‘Papa, waarom ben ik eigenlijk uw kind?’ Wat moet je daar nu voor antwoord op geven? Er zijn geen redenen voor te geven. Zo’n vraag is voor een geadopteerd kind heel logisch. Misschien zelfs wel de vraag: ‘Papa, waarom mag ik eigenlijk uw kind zijn?’ Daar valt wel wat over te vertellen. Over motieven en bedoelingen.
Voor christenen is het een vraag die niet mag ontbreken: ‘Vader, waarom mag ik eigenlijk uw kind zijn? Hoe kan dat en wat zit daarachter?’ ‘Omdat ik in liefde voor jou gekozen heb, mijn kind. Ik wil graag dat jij in mijn gezin tot leven en tot bloei komt. Ik wil graag dat jij in de wereld mijn naam draagt.’ Paulus wijst ons op Gods liefdeskeus, die erachter ligt, ‘naar zijn wil en verlangen voorbestemd’. Waar veel mensen de uitverkiezing als een moeilijk vraagstuk ervaren, daar brengt het Paulus tot een lofzang. Waar veel christenen gebukt gaan onder beklemmende gedachten over de uitverkiezing, daar spreekt Paulus over de troost en de stimulans ervan. Het goud van God is liefde is 24 karaat.
Kind van God-zijn is gefundeerd in je uitverkiezing. Daarin klinkt heel het OT mee. Israel, die door God was uitgekozen om zijn zoon te zijn. Nu is dat volk van God breder geworden, maar dezelfde liefdeskeus van de Here ligt eronder. De troost die dat geeft, is dat wij ons kindschap Gods niet zelf hoeven te verdienen. Want het wonderlijke van Gods liefdeskeuze is, dat Hij niet let op geschiktheid, op bereidheid, op mogelijkheden, op geloof. Integendeel: Hij kiest mensen die zich tegen Hem verzetten, zijn werk afbreken en Hem niet kunnen vertegenwoordigen. Die verkiezing valt niet als een doem over ons heen, maar komt in Christus naar ons toe. Het avondmaal is een bevestiging van Gods hartelijke aanbod van genade. Daarom bidden we straks ook: ‘Here, geef dat wij er niet aan twijfelen of U zult eeuwig onze genadige Vader zijn.’ Dat u een kind van God mag zijn, ligt vast op eeuwige wortels.
** het betekent leven tot Vaders eer **
De apostel Paulus gebruikt grote woorden aan het begin van zijn brief. Over Gods uitkiezen van eeuwigheid, over ons kindschap van God, over het welbehagen van zijn wil. Het zijn uitwerkingen van wat hij noemt: ‘talrijke geestelijke zegeningen in de hemelsferen’. Dat klink vaag. Wat moet je geestelijke, hemelse zegeningen in je dagelijks leven? Maar het vertaalt zich in die diepe aanspraak van de Vader: je bent mijn zoon, mijn dochter. Dat heeft gevolgen voor je leven. God is liefde. Wie zich daaraan overgeeft, die begint een nieuw leven.
‘Tot eer van Gods grootheid’. Dat is de richting die Paulus ons wijst. Dat wordt het levensdoel van ieder kind van God. Dat wordt de sfeer van ieder die echt avondmaal viert. Het doel van ieder die Jezus Christus aanvaardt. Leven ‘tot eer van Gods grootheid’. Dat geeft je leven een heel andere richting en een heel andere kleur.
Als kind van God leven tot eer van Vader. Dat blijkt in geloof en gebed. Dat je vertrouwelijk met God omgaat, Hem betrekt bij je leven, je afhankelijk weet van zijn zegen, en Hem dankt voor alles wat Hij geeft. Als kind van God leven tot eer van Vader. Dat blijkt ook in levensstijl en gedrag. Dat je erop gericht bent de wil van de Vader te doen, bereid bent om met Christelijke liefde een ander te dienen, gemotiveerd bent om van Gods genade uit te delen en erop gericht bent de Vader te eren in woorden en daden.
God is liefde. Het kan nooit een formule worden waarmee je goedpraat wat jezelf goed lijkt. Het zal altijd een persoonlijk belijdenis blijven. Waarmee je je overgeeft aan zijn liefde en je door die liefde laat vullen voor je leven. Elke keer opnieuw. Ook vandaag. Het goud van zijn liefde wordt weer opgepoetst. 24 karaat. De glans is zichtbaar. Aan het avondmaal. Kijk naar Christus en hoor de Vader zeggen: Ik heb u voorbestemd om mijn kind te worden. Zodat ook jij voor mij heilig en zuiver zult zijn. En een levend bewijs wordt van de grootheid van mijn genade. In Jezus Christus.
Amen.
|