Zondag 52a: de zesde bede PDF Afdrukken E-mail

Preek over zondag 52a: de zesde bede
-    Capelle, 18 april 2010
-    C.van Dusseldorp
-    ZuidWest: doop Simeon Erwin de Jong

Liturgie:
Votum
Gz.118
[ ZuidWest: doop Simeon Erwin de Jong
[ doopformulier II (blz.718)
[ Opw.355 na de doop (1e toegezongen, 2e gemeente)
Gebed
Lezen:    zondag 52a (v/a 127)
Heb.4:14-5:10
Ef.6:10-20
DL.V,4;8 (blz.656)
Ps.10:1,6,7
Preek
Ps.66:1,3
Geloofsbelijdenis
Gz.111
Gebed, afgesloten met
Gz.37:7
Collecte
Ps.138:3,4
Zegen


PREEK 18 APRIL 2010. CAPELLE AAN DEN IJSSEL. C.VAN DUSSELDORP
LEZEN: HEB.4:14-5:10; EF.6:10-20. TEKST: ZONDAG 52A (V/A 127): 6E BEDE. ZW: DOOP.

Gemeente van Christus,

Doodsvijanden, geestelijke strijd, zwakke verdediging, aanvechting, het onderspit delven, krachtig tegenstand, de overwinning behalen. De woorden die de catechismus gebruikt, zijn nogal ingekleurd door het beeld van de oorlog. Twee partijen die elkaar op leven en dood be-vechten. De kerk als belegerde stad in een vijandige wereld. Het christendom als één klein dorpje dat nog standhoudt, maar de vernietiging menselijk gezien niet meer kan tegenhouden. De christen als zwak mensje, zo kwetstbaar als een baby in de grote boze wereld. Dat is het beeld wat de catechismus schetst. Toen ik wat preken van collega-predikanten over de 6e bede las, kwamen de sluipschutters en schuilkelders, alarmniveaus en beveiligingsmethodes me tegemoet. Spiritual wars. Wees op je hoede. En zoek dekking door te bidden.

Zo heb ik het ook zelf wel gedaan. In preken over de 6e bede. En het element van strijd is ook een bijbels thema. Geestelijke strijd, het gevecht tegen de boze geesten. De duivel als een brullende leeuw in onze wereld. En draak die oorlog voert tegen de vrouw, de kerk van Chris-tus. En als we dan bidden om verlossing van de boze, om redding uit de greep van het kwaad, dan ligt de stap naar de aanvallen van de satan voor de hand. Het is niet moeilijk om daar een indringende preek over te houden. Vooral als je aan de duivel als doodsvijand vervolgens waarschuwingen verbindt tegen demonische besmetting, occulte spelletjes en duivelse films. Terechte waarschuwingen, zeiden ook de catechisanten, want de duivel is door het occulte wel echt gevaarlijk.

Vandaag wil ik het anders doen. Omdat het beeld van de christen als een belegerde stad niet bijbels is. Er zit geen beweging in, en roept vooral angst op. De bijbel leert ons immers ook om erop uit te trekken en de wereld in te gaan. Ook wil ik het anders doen, omdat het teveel een wij-zij verhouding schetst. Alsof de aanvallen alleen van buiten komen en je niet ook van binnen. Het is niet alleen de satan, er is ook het gevecht tegen de zondige neigingen van jezelf, de verleidingen van de wereld, de zuigkracht van het eigentijdse levensgevoel. Maar vooral wil ik het vandaag anders doen, omdat ik ervan overtuigd ben geraakt dat Jezus eerst iets anders bedoelde, toen Hij zijn discipelen leerde bidden: ‘breng ons niet in beproeving, maar redt ons uit de greep van het kwaad’.

In ZuidWest mag ik straks een baby dopen. Een klein jongetje, aan het begin van zijn leven. Kwetsbaar, weinig kracht, maar tegelijk prachtig mooi om te zien. Het jongetje begint aan zijn reis door het leven. Bij die reis hoort ontwikkeling en beweging. We hopen dat hij groeit in allerlei opzichten. Dat hij dingen leert, slimmer, sterker en wijzer wordt. We bidden dat Hij de Here steeds meer leert kennen, liefhebben en vertrouwen. En voor zover we bij hem betrokken zijn, zullen we ons best doen, om hem over de hobbels die hij in zijn leven tegenkomt, heen te helpen. En hem te leren hoe hij over een hindernis heen kan komen. Hobbels en hindernissen kunnen we hem niet besparen. Bergen en dalen zijn er in een mensenleven. Maar we kunnen hem steunen om er doorheen te komen. We kunnen hem leren hoe hij zich er niet in vastloopt. En als dat toch gebeurt, kunnen we hem helpen om toch weer in beweging te komen. Zodat zijn levensreis niet doodloopt, maar doorgaat. Zoals we elkaar op weg helpen.

Dat is kort gezegd wat we de Here vragen in deze zesde bede: Heer, houd ons in beweging. Laat ons niet doodlopen. En als dat toch gebeurt, bevrijd ons uit de houdgreep. Houd ons op weg. Ik zal dat proberen uit te leggen en uit te werken.
Heer, houd ons op weg
-    het risico van verstarring
-    de bescherming van Jezus
-    de ruimte van het gebed


Ik wil u vragen in gedachten even terug te gaan. Naar een mooie voorjaarsdag, heel lang gele-den. Het was aangenaam buiten, het zonnetje zal geschenen hebben. De mensen voelden zich prettig en hadden tijd om hun dingen te doen. Het leven was sowieso wat rustiger dan van-daag. Veel mensen konden zich best veroorloven om een dag niet aan het werk op het land te gaan. Heerlijk, zo’n economie van genoeg is genoeg en zo’n samenleving waarbij je tijd had voor wat je echt belangrijk vond. Zo hadden enige duizenden mensen de tijd genomen om samen te komen aan de voet van een berg. Iets hoger op de berg stond die rabbi, Jezus van Nazareth. Hij had steeds zijn twaalf leerlingen om zich heen. De natuurlijke akoustiek op die berg was zo goed, dat iedereen hem goed kon verstaan. En Hij sprak veel. Over zijn Vader in de hemel. Over hoe een mens gelukkig kan worden. Over de betekenis en kracht van Gods Woord. Over het leven met God. En over je basishouding in deze wereld. Over hoe je met anderen omgaat, je vrienden en je vijanden. Over het binnengaan in het Koninkrijk van God. Over het luisteren, gehoorzamen en volgen van Jezus als Heer.

Jezus volgen. Dat deden de leerlingen. Dat deden veel mensen. En dat doen veel mensen. Want alleen wie Jezus volgt, die blijft op weg naar het Hemelrijk. En wie Jezus volgt, die is voor anderen een gids naar het Hemelrijk. En wie Jezus volgt, die deelt in zijn omgeving ook uit van de gaven het Hemelrijk. Jezus volgen, dat is een prachtige omschrijving van het chris-ten zijn. In verbondenheid met de Heer, luisterend naar zijn stem, doen wat Hij wil, uitdelen wat Hij geeft. Discipel. Voor onderweg gaf Jezus hen allemaal stuk voor stuk dit gebed mee. Als een shortlist voor wat een mens nodig heeft om te blijven volgen. Brood voor vandaag, om in leven te blijven. Vergeving van schuld, om geen onnodige ballast en bagage te blijven torsen. En ruimte voor je op je weg, zodat je beweging niet verstart en vroegtijdig doodloopt. ‘Breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.’

Het is deze oorspronkelijke setting van Jezus’ onderwijs, die mij wat onbehaaglijk heeft ge-maakt bij de strijd-uitleg van de 6e bede. De kerk is geen belegerde stad. De kerk is het nieu-we volk van God, die bestaat uit betrokken volgelingen van Jezus, die steeds in beweging zijn naar andere mensen, die groeit in aanbidding en dienstbaarheid. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Niet zonder vallen en opstaan. Niet zonder hobbels en hindernissen. Niet zonder twij-fels en fouten.

‘Breng ons op de weg die wij gaan niet in het nauw. Laat ons niet doodlopen op hindernissen. Laat ons niet de moed verliezen. Zet ons steeds weer op de doorgaande weg naar het leven. Mochten we vastgelopen zijn, bevrijd ons van de strikken van de boze. Geef ons een oog dat gericht blijft op het einddoel. Bewaar ons voor de begeerte naar welvaart en luxe, naar waar-dering en eer, die onze weg afbuigen van de Vader. Bewaar ons voor de hang naar een veilig en rustig leventje, naar een tevreden en gezellige gemeente. Houd ons op weg. Want als de beweging stokt, loopt onze weg dood, en vertraagt de komst van het Koninkrijk. Houd ons gaande door uw Geest.’

De duivel probeert ons af te stoppen. In het verleden probeerde Hij de komst van Jezus tegen te houden. Toen Jezus op aarde was, probeerde hij Jezus van zijn weg af te brengen. Nu het hemelrijk zich aan het ontwikkelen is, probeert hij de rem erop te zetten. Dat die volgelingen niet op weg gaan naar de mensen om ze mee te nemen in de beweging van Christus, dat ze niet hun oog gericht houden op de glorie van Jezus, dat ze niet vanuit de hoop in beweging blijven en de open toekomst zien. Jezus weet hoe sterk die verzoeking en tegenwerking kan worden. Hij is immers net als wij, in elk opzicht op de proef gesteld. Midden in zijn levens-gang. En Hij leert ons bidden, ‘Vader, breng ons niet in beproeving.’

Je kunt je zorgen maken over de verleidingen van de wereld. Alle soorten genot zijn te koop, en per internet te bestellen, of met andere mensen te genieten. Gezelligheid, spanning, waar-dering, seks, welvaart. Als je ziet dat het verleidingen zijn, die afgoden zijn geworden, dan heb je al een behoorlijk christelijk inzicht. Maar de 6e bede is er niet zozeer op gericht dat wij geen zonden doen, of geen verleidingen meer tegenkomen, maar dat al die zaken in de wereld ons tot stilstand brengen in onze beweging naar elkaar, naar anderen en naar de Vader.

Je kunt je zorgen maken over beproevingen van verdriet, ziekte, eenzaamheid en pijn. En dat kan veel van je energie en aandacht vragen. Maar met de 6e bede leert de Heer ons niet te vra-gen of het leed aan ons leven voorbij gaat. Hij leert ons te vragen dat alle leed ons niet op onszelf richt en onze problemen. Dat risico is groot. En je wordt te snel in beslag genomen door jezelf. En je verstart in de beweging naar elkaar, naar anderen en naar de Vader.

‘Breng ons niet in beproeving.’ Aan alles in het leven zit het risico dat het een belemmering gaat vormen voor de beweging van Jezus Christus. De beweging naar elkaar, naar anderen en naar de Vader. Mag ik proberen een paar concrete invullingen te geven?
Vader, bewaar mij voor de hoogmoed dat ik wel weet hoe alles in elkaar zit, en daarmee de openheid en liefde van Christus kwijtraak om naar een ander te luisteren.
Vader, bewaar mij voor het risico dat ik alleen uit de Bijbel accepteer wat ik begrijp en kan gebruiken, en daarmee mijn luisterende eerbied naar u verlies.
Vader, bewaar mij in mijn ellende voor de wanhoop en het negativisme, waardoor ik stil kom te zitten en een ander niet meer dienen kan met wat ik van u heb ontvangen.
Vader, bewaar mij in mijn teleurstellingen voor onredelijke boosheid, bewaar mij in mijn machteloosheid voor passiviteit, bewaar mij in mijn fouten voor verlammend schuldgevoel en zelfverwijt, bewaar mij in mijn geluk voor zelfvoldaanheid en arrogante uitstraling, bewaar mij in mijn behoeften en verlangens voor snelle surrogaat-oplossingen, die mij uiteindelijk tot slaaf maken.

Heer, houd ons op weg. Dat leert Jezus ons vragen. Dat we door de Geest in beweging blijven als discipel van Christus. In de doorgaande beweging naar elkaar, naar anderen en naar de Vader.


Heer, houd ons op weg
-    het risico van verstarring
-    de bescherming van Jezus
-    de ruimte van het gebed

Waar haal je de kracht vandaan, om belemmeringen van je af te schudden? Waar haal je de moed vandaan, om toch weer door te gaan? Waar haal je het vertrouwen vandaan, om je vei-ligheid achter je te laten en opnieuw Jezus te volgen? Waar haal je het inzicht vandaan om te herkennen waar je vastgelopen bent? Waar haal je de vrijheid vandaan, om je keuzes en be-slissingen opnieuw tegen het licht te houden? Waar haal je de motivatie vandaan om te breken met je verslaving, met je zonde, met je schadelijke vrienden? Waar haal je de energie vandaan, om je ondanks alles wat je overkomt toch weer op God te richten? Een mens die vastzit, of je nu vastgelopen bent, of vastgeroest of vastgezet, die krijg je niet zomaar meer in beweging.

Laten we proberen eens wat meer beeld te krijgen hoe het nu kan dat een mens vastloopt. Dat het volgen van Jezus stokt. Dat je niet meer echt op weg bent naar elkaar, naar de anderen en naar de Vader. Dat je gefocust bent op jezelf. Voor onszelf kunnen we wel wat oorzaken noemen waardoor de beweeglijkheid afneemt: je bent vet geworden door de welvaart, je bent verstrikt geraakt in een netwerk van zonden en leugens, je bent in beslag genomen door wat je ervaart als tegenslagen en problemen, je hebt je doel laten verleggen door de overtuiging en het gevoel van mensen om je heen, je bent moe geworden van teleurstellingen en tegenwer-king, je bent vastgelopen in verkeerde beslissingen.

De catechismus noemt drie oorzaken waardoor dit ontstaat: de duivel, de wereld en ons eigen vlees. Als vijanden van God blijven ze Gods kinderen aanvechten. Laten we daar niet ver-baasd over zijn. Steeds weer gebeurt het dat de beweging van Christus in je leven dreigt te stokken, dat de groei van Hemelrijk in je leefwereld wordt afgeremd. Niet voor niets noemt Jezus dat ‘de greep van het kwaad’. Waarbij het kwade als een slechte macht grip op ons pro-beert te krijgen.

Maar als we dan toch naar de woorden van Jezus zelf kijken, dan valt ons op, dat de catchis-mus één bron niet noemt, die juist in de 6e bede wel wordt genoemd: de Vader zelf. ‘Leid ons niet in de beproeving’, bidden we. Dat dit een aanstootgevend woord is, valt ons misschien niet meer zo erg op. Maar is God de Vader degene die verantwoordelijk is voor onze beproe-vingen? Is God degene die mensen in verzoeking brengt? Natuurlijk is er onderscheid: God verzoekt mensen niet, maar geeft hen over aan de verzoeking van de duivel. Bij goed lezen, blijkt elke keer, dat God daarbij altijd aansluit op keuzes en beslissingen die de mens al heeft gemaakt. Er zijn ook geschiedenissen bekend dat dit inderdaad gebeurt. Dat God mensen overgeeft aan zelfgekozen wegen. Wegen die naar de dood voeren. Wie beseft hoe verschrik-kelijk dat is, die leert indringend met Jezus meebidden: ‘Vader, breng ons niet de beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.’

Het is Jezus die het ons leert bidden. Jezus die zelf door God totaal in de beproeving is ge-bracht. Die volledig is blootgesteld aan de verzoekingen en verleidingen van de duivel. Die door God is losgelaten op onze zelfgekozen wegen. Hij weet wat het is, en leert ons bidden het niet mee te hoeven maken. Hij heeft het daarin gedaan voor ieder die Hem volgt. Die wordt op die weg van de beproeving beveiligd en beschermd door Jezus zelf. Die gaat niet zelf de dood in, maar gaat met Christus door de dood heen (doop).

Daarmee is het geheim aangeduid waar de bron, de motivatie, de moed, de ruimte en de vrij-heid gevonden kan worden, om in beweging te blijven. Om steeds weer losgescheurd te wor-den van de banden en strikken van duivel, wereld en ons eigen vlees. Dat geheim ligt in Jezus Christus. Hij is de sterkere gebleken die de boze heeft overwonnen. Hij is de machtige geble-ken, die zelfs door de dood niet kon worden vastgehouden. Hij is de bron van het nieuwe leven geworden. Voor ieder die met Hem leert meebidden. In Christus ligt je beveiliging, je bescherming, je rust en je vrijheid. Om op weg te blijven en weer op weg te gaan. Ook als je hopeloos vast zit. Vastgelopen, vastgeroest of vastgezet. In de Heer Jezus ligt altijd de moge-lijkheid van een nieuw begin. Van een hernieuwde beweging. Naar elkaar, naar anderen en naar de Vader. En Hij, die alle beproevingen heeft doorstaan, Hij is het die het ons op de lip-pen mag leggen: Vader, breng ons niet in de beproeving. Laat ons niet doodlopen, geef ons niet over aan onszelf. Vader, houd mij vast, ook waar ik dreig af te haken. Vader, zie mij aan in Christus en breng mij weer terug. Vader, open mijn hart en mijn ogen voor de toekomst. Houd mij op weg.


Heer, houd ons op weg
-    het risico van verstarring
-    de bescherming van Jezus
-    de ruimte van het gebed

Het gebedsonderwijs van Jezus is bijna ten einde. Bidden om Jezus te volgen en te blijven volgen. Want bidden is de manier waarop je in het Hemelrijk leeft en het binnengaat. Bidden, omdat je leven ervan afhangt! Bidden zet je in de ruimte van Jezus Christus. Bidden houdt je verbonden aan de Vader. Bidden stemt je af op de Heilige Geest. Zo ontvang je in het gebed de ruimte om in beweging te blijven. In alle omstandigheden.

Biddend, zegt Paulus, krijg de gordel van de waarheid om je heupen gelegd. Je doorziet bij God hoe de situatie er werkelijk voorstaat. En je wordt tot profeet van de waarheid van Chris-tus, die de leugen ontmaskerd. Naar elkaar en naar anderen.
Biddend, zegt Paulus, krijg je het harnas van de gerechtigheid aantrokken. Je ontvangt je vrij-spraak, terwijl je erom vraagt. En krijgt de mentale ruimte om tegen onrecht te strijden en mensen terug te brengen naar de erkenning van het recht van God op ons. Voor elkaar en voor anderen.
Biddend, zegt Paulus, krijg je de sandalen van de vrede aan je voeten. Je krijgt steun onder je voeten in de harmonie met God en van daaruit met jezelf en met anderen. Om vanuit de rust die dat geeft, elkaar en anderen nabij te kunnen zijn.
Biddend, zegt Paulus, ontvang je het geloofsvertrouwen als een schild. Aanvechtingen, verlei-idngen, beproevingen en verzoekingen ketsen op je af. Vanwege je verbondenheid met de Here Jezus. En je krijgt een uitstraling die aantrekkelijk is. Voor elkaar en voor anderen.
Biddend, zegt Paulus, krijg je helm van het heil opgezet. Fier en stralend wordt de hoop van het nieuwe leven tot een kracht en een hart van je leven. En je wordt een bewijs van het nieu-we leven. Voor elkaar en voor anderen.
Biddend, zegt Paulus, krijg je het Woord van God als het zwaard van de Geest in je handen. Om de boze af te slaan als hij dichtbij komt. Met de beloften van God: je bent mijn kind; ik verlos je; ik zal bij je zijn (doop). Tot een bemoediging en aansporing voor elkaar en anderen.

Connection in Action. Ik weet niet hoe vaak dit thema nog aan de orde komt in uw ontmoe-tingen en gesprekken. Maar als er ergens licht valt op verbondenheid en actie, dan is het wel in deze 6e bede. Bidden maakt ruimte. Om op weg te blijven. Om de wereld in te gaan. Bidden houdt je mobiel. Of je nu jong bent of oud. Met veel mogelijkheden en ambities, of met veel beperkingen en moeiten. ‘Ook in hun grijze dagen / zijn zij nog jeugdig fris’ zingt ps.92. Want een biddend christen blijft in beweging. Binnengaan in het Koninkrijk. Jezus volgen. In beweging naar elkaar, naar anderen en naar de Vader.

Amen